KLEURENBLIND

Na lezing van `Rood is groen' (W&O, 10 maart) en het bekijken van plaatjes en grafiek was ik blij verrast met de aandacht voor de talloze gevaren op straat voor kleurenblinden. Ik behoor zelf, als vrouw, tot de groep van achromatopsielijd(st)ers, over wie Oliver Sacks schrijft: geheel kleurenblind, lichtschuw en – wat er in het artikel eigenlijk bij had moeten staan – met een zeer beperkt gezichtsvermogen (10% visus, wat onlosmakelijk verbonden is aan dit oogprobleem.

Immers, voor zover ik althans weet, hebben we driemaal zoveel kegeltjes als staafjes, waarbij elk kegeltje drie zenuwuitlopers heeft tegenover maar één zenuwuitloper per staafje. Die zenuwuitlopers bepalen onze gezichtsscherpte en een simpele rekensom laat dan zien dat ongeveer negentiende van het beeld verloren gaat. Je kunt ook zeggen – om het wat voorstelbaar te maken – dat de drie lichten van een trein door een normaal ziende op bijvoorbeeld 100 meter onderscheiden worden waargenomen. Dan is de waarneming voor deze soort kleurenblinde pas te maken op tien meter afstand.

Maar goed, dat gezegd zijnde, vond ik het wel een beetje komisch, en ook wel een beetje wrang, dat u een grafiek in kleur, tenminste dat heb ik aangenomen, afdrukt zonder vermelding van de kleur van elke lijn. Daardoor is die grafiek voor mij pas te begrijpen door zorgvuldige lezing van de bijbehorende tekst en het laten werken van mijn hersenen.

Dat zal vast niet uw bedoeling zijn geweest, maar het geeft duidelijk aan hoe moeilijk het voor kleurenzienden is zich voor te stellen hoe het is om geen kleuren te zien en om daar rekening mee te houden. Aandacht daarvoor is daarom zeer welkom!