Klacht bij hof over vervolging van Zorreguieta

De weigering van het openbaar ministerie om de aangifte tegen J. Zorreguieta in behandeling te nemen, moet worden getoetst bij het gerechtshof. De raadslieden van oud-ambassadeur M. Mourik, die de aangifte hadden gedaan, zullen een beklagprocedure bij het hof in Amsterdam starten. Dat zegt B. Böhler, één van de advocaten.

Het OM besloot gisteren om geen strafrechtelijke vervolging tegen de vader van de vriendin van kroonprins Willem-Alexander in te stellen. Mourik had daarom gevraagd omdat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid en foltering. Justitie stelt zich echter op het standpunt dat Nederland geen rechtsmacht heeft omdat de folteringswet pas in 1989 werd ingevoerd. De misdaden waarvan Zorreguieta beschuldigd wordt stammen van voor die tijd.

Böhler noemt beslissing van het OM ,,juridisch ver beneden peil''. In de afwijzing wordt volgens haar ten onrechte niet ingegaan op het aspect van de misdaden tegen de menselijkheid. Zij vermoedt dat de beslissing ,,is ingegeven vanuit politieke motieven omdat deze zaak nu eenmaal van tafel moet.''

De afwijzing van justitie kwam op een onverwacht moment. Enkele weken geleden had het OM een verwante volkenrechtelijke zaak ter toetsing voorgelegd aan de Hoge Raad. Dit hoogste rechtscollege zou zich moeten uitspreken over de vraag of Nederland rechtsmacht heeft in de vervolging van de Surinaamse oud-legerleider D. Bouterse. Het OM zag in eerste instantie ook van vervolging in deze zaak af. Na een beklagprocedure van nabestaanden moest justitie Bouterse, op last van het hof, alsnog vervolgen wegens foltering.

Böhler zegt afgelopen week nog contact te hebben gehad met A. Maan, de officier van justitie die zowel de Bouterse- als de Zorreguieta-zaak behandelt: ,,Hij zei mij toen dat de beslissing over Zorreguieta pas zou vallen ná het oordeel van de Hoge Raad. En plotsklaps krijg ik van hoofdofficier De Wit te horen dat de affaire van tafel is. Dat is onbegrijpelijk.'' Officier van justitie Maan wilde geen verder commentaar geven.