IN LABORATORIUM IS BELADEN HERINNERING TE VERDRINGEN

Verdrongen herinneringen nemen een centrale plaats in in Freuds psychoanalyse. Kinderen die door een naaste seksueel zijn misbruikt, aldus de theorie, stoppen de herinnering aan dit trauma weg in het onderbewuste, waar hij zich alsnog doet gelden. In hoeverre dit verdringingsmechanisme werkelijk bestaat is al een eeuw een controversieel onderwerp. Ook andere verklaringen zijn aangedragen.

Onderzoek naar het bestaan van verdrongen herinneringen is, waar het patiënten betreft, problematisch vanwege de ethische aspecten en de moeilijkheid om gecontroleerde experimententen uit te voeren. Om die reden gooiden psychologen van de Universiteit van Oregon het over een andere boeg. In Science (15 maart) publiceerden Michael Anderson en Collin Green een elegant experiment waarin het doelbewust vergeten bij 32 studenten is onderzocht. Daarbij ging het om neutrale herinneringen.

Eerst leerden de studenten paren ongerelateerde woorden uit het hoofd, zoals `beproeving' en `kakkerlak'. Vervolgens kregen ze een woord aangeboden, waarna ze het bijbehorende woord óf hardop moesten uitspreken (think) óf uit hun gedachten moesten zien te verbannen (no-think). Welk woord welke actie vereiste was vooraf verteld. Op deze manier werden woordparen 0, 1, 8 of 16 keer getest. Enige tijd later kregen de studenten de eerste woorden van de paren opnieuw gepresenteerd, met de vraag het partnerwoord te leveren. Dat lukte, weinig verbazingwekkend, het best in de `think'-gevallen, met 16 tests als top. Het slechts onthielden de proefpersonen de woorden die ze 16 keer uit hun gedachten hadden moeten bannen.

Ten slotte boden Anderson en Green de proefpersonen niet de geassocieerde woorden aan (`beproeving') maar een woord dat in relatie stond tot het tweede woord. Bij `kakkerlak' was dat bijvoorbeeld `insect'. De vraag was opnieuw het tweede woord te noemen. Opnieuw bleken de studenten op de `think'-woorden veel beter te scoren dan op de `no-think'-woorden. Wat aantoont dat het tweede woord door doelgerichte actie eerder inderdaad was verdrongen.

Vervang `beproeving' door `oom Piet' en `kakkerlak' door `seksueel misbruik' en de band met Freud is gelegd: iedere keer als het kind oom Piet ziet komt het trauma boven waaraan het liever niet denkt. En dus verdwijnt de herinnering uit het geheugen. Dat verklaart tevens dat misbruik door een naaste sneller wordt vergeten dan misbruik door een vreemde. Anderson en Green plaatsen verdringing nu in het bredere kader van cognitieve processen met betrekking tot inhibities.