IN DE BAN VAN HET LAND VAN ORANJE

De Engelsman David Winner (44) heeft een boek geschreven over de kunst, kracht en kwetsbaarheid van het Nederlandse voetbal. Hij trekt parallellen met Calvijn en Saenredam. Hij roemt het totaalvoetbal en heeft een zwak voor het circulatievoetbal. ,,Schoonheid was mijn obsessie, niet de nederlagen.''

Afwisselend woont hij in Londen en Amsterdam. Hij is een gesjeesde rechtenstudent en werkt als freelance journalist in Engeland en Nederland. Hij is klein, draagt een bril en onderbreekt het vraaggesprek voor een langdurig bezoek aan een wasserette. Hij denkt drie zinnen vooruit, zoals zijn idolen op het veld drie zetten vooruit dachten. Al dertig jaar is David Winner gefascineerd door het Nederlandse voetbal.

,,Ik had in de jaren zeventig genoeg van het lelijke voetbal in Engeland en haakte af toen het supportersgeweld de kop op stak'', vertelt hij in zijn moederstaal, in een Amsterdams café met uitzicht op het Concertgebouw. ,,Ik raakte in de ban van Johan Cruijff en al die andere grootheden. Ik ging in 1973 met vrienden naar Amsterdam en sliep in het Vondelpark. Ik spaarde al mijn zakgeld om een shirt van Ajax te kunnen kopen. De rode baan was toen iets smaller dan nu. Het mooiste shirt ter wereld.''

De echte kennismaking volgde in 1977, toen hij op Wembley getuige was van het Nederlandse totaalvoetbal. Engeland, met grootheden als Kevin Keegan en Trevor Brooking, werd van de mat gespeeld. De jonge Winner zat met open mond op de tribune ter hoogte van een cornervlag. Hij had oog voor subtiliteiten. ,,Ik herinner me een effectvolle voorzet van Wim Rijsbergen. Hij plaatste de bal met de buitenkant van de voet langs de zijlijn. Precies in de voeten van een medespeler. Ongehoord.''

Winner raakte geobsedeerd door ,,de schoonheid die voortkwam uit hardheid''. De combinatie van aanvalsdrift en doodsstrijd was naar zijn zeggen uniek in de wereld. ,,In een ploeg met zo'n winnaarsmentaliteit was zelfs plaats voor jongleren. Neem het voorbeeld uit 1973 van Gerrie Mühren, die de bal in Madrid hooghield voor het oog van honderdduizend Spanjaarden. Dat was de ultieme vernedering. Zoals Nederland in 1974 probeerde Duitsland te kleineren. Hoogmoed is een typisch Nederlandse karaktertrek. Barry Hulshoff heeft het me later uitgelegd. Als iemand slaapt, moet je hem niet wakker maken.''

De voorbeelden liggen voor het oprapen. ,,Op het EK in 1976 werden de Tsjechen in de halve finale onderschat. Op het EK in 1992 gebeurde hetzelfde met de Denen. In beide gevallen koesterden de Nederlanders revanchegevoelens tegenover de Duitsers, die in de finale aan de beurt zouden komen. In 1988 gebeurde het omgekeerde. Jullie kwamen uit een underdogpositie en speelden countervoetbal met twee spitsen. Passie was toen de sleutel voor succes. En iedereen luisterde naar Rinus Michels, de bondscoach. Daarna raakten de spelers verzadigd. De Europese titel van 1988 was een vergissing.''

Winner spreekt over zelfvernietiging, als hij de gemiste kansen op eeuwige voetbalroem opsomt. ,,Waarom leren jullie niet van gemaakte fouten? Waarom hebben jullie geen rouwproces? In Engeland ontstond een nationale discussie na die Nederlandse voetballes in 1977. Tony Adams erkende zijn drankprobleem en kwam afgekickt uit een kliniek. Jullie zijn overtuigd van je gelijk. Jullie verbergen je gevoelens. Psycho-analyse is niet populair in Nederland.''

Winner legt uit waarom de generatie van Cruijff en Neeskens wél strafschoppen benutte en de huidige lichting topspelers faalt vanaf de penaltystip. ,,De absolute agressie ontbreekt bij het Nederlandse voetbal van dit moment. Voetbal is geen oorlog meer. De tegenstanders zijn geen vijand, maar een probleem dat moet worden opgelost. Dennis Bergkamp is het archetype van deze generatie. Hij maakt liever geen doelpunten dan lelijke doelpunten.''

Volgens Winner is het voor buitenstaanders moeilijk te bevatten waarom Nederlanders op de beslissende momenten falen. Hij vraagt zich af waarom de internationals het belang van strafschoppen blijven onderschatten. ,,Jullie vinden penalty's een vorm van oneerlijkheid. In een spaghettiwestern wordt the bad doodgeschoten door the good en wordt the ugly gespaard. Dat is rechtvaardig. Penalty's zijn juist amoreel. De betere ploeg wint niet altijd. Zolang Cruijff zegt dat je de spanning niet kunt nabootsen op een training, wordt het nooit wat. Vreemde gedachte trouwens. Dan zou een piloot ook niet meer in een vliegtuigsimulator hoeven te oefenen. Jullie moeten proberen de strafschoppen af te schaffen.''

Winner begrijpt wel meer niet, schrijft hij in zijn boek `Het Land van Oranje'. Hij komt met een opsomming van hardleersheid. ,,Waarom kiezen jullie vaak de verkeerde bondscoach die vervolgens overladen wordt met kritiek? Waarom vallen jullie in slaap tegen inferieure ploegen? Waarom lopen belangrijke spelers vlak voor een groot toernooi weg uit het trainingskamp, zoals Wim van Hanegem in 1978 en Ruud Gullit in 1994? Waarom praten jullie eindeloos over tactieken en winstpremies?''

Hij blijft de antwoorden niet schuldig. ,,Het heeft allemaal te maken met gebrek aan wilskracht en discipline en een overschot aan zelfgenoegzaamheid'', schrijft Winner. De arrogantie komt volgens hem voort uit een minderwaardigheidsgevoel. ,,Voor een klein landje is een tweede plaats mooi meegenomen. Een calvinistische gedachte. Onbegrijpelijke logica voor een Duitser, een Italiaan of een Braziliaan. Jullie vertonen masochistische trekjes. Daarom werd Gullit nooit op waarde geschat in Nederland. Hij was de top dog. Hij was te dominant.''

Winner weet waarover hij praat. Hij heeft een encyclopedische kennis van het Nederlandse voetbal. Voor het schrijven van zijn boek sprak hij met meer dan dertig insiders en outsiders. Hij weet te vertellen waarom Van Hanegem als speler van Feyenoord niet voor een buitenlands avontuur koos. ,,Omdat zijn hond niet blafte.''

Ook kent hij het incident met de plantenpot in 1973. ,,George Knobel, de toenmalige trainer, liet de spelers van Ajax kiezen wie dat seizoen aanvoerder was. De briefjes met de namen werden opgevouwen en rechtop in de pot met aarde gezet. Piet Keizer kreeg meer stemmen dan Cruijff, die uit ontgoocheling meteen naar zijn schoonvader belde en de transfer naar Barcelona liet regelen.''

Volgens Winner is de Nederlander van nature anarchistisch. Daarom is leiderschap geen automatisch gegeven. ,,Nederland is een leger zonder generaal. Zonder een echte leider is het lastig om een oorlog te winnen. Het totaalvoetbal van Cruijff was ook democratisch, hoewel Michels de generaal was. Het individu was ondergeschikt aan het collectief.''

Winner waardeert het circulatievoetbal dat in de jaren negentig bij Ajax in zwang raakte en nog steeds de leidraad vormt voor bondscoach Louis van Gaal. Het oeverloze rondspelen van de bal heeft volgens Winner een doel. Het eindeloze terugspelen naar de keeper past in het beeld van woonwijken die op blokkendozen lijken. ,,Ik ben in het geboortehuis van Cruijff geweest in Betondorp. Alle muren waren verplaatst. Typisch Nederlands. In Engeland is een huis een huis en daar wordt niet meer aan gesleuteld.''

In zijn boek maakt Winner een vergelijking tussen de balcirculatie van het Nederlandse voetbal en de Pony-express in het wilde westen. ,,Telkens staat een nieuw span met paarden klaar om de boodschap over te brengen.''

Hij verklaart het gebrek aan positiewisselingen door de toegenomen snelheid van vooral de verdedigers. ,,De tijden dat een rechtsbuiten steevast zijn directe tegenstander probeerde te passeren, dateren van de jaren zeventig. Bij gevaar speelt hij de bal naar een middenvelder of verdediger. Onder Michels en Van Gaal waren de spelers nummers. Er zit iets mechanisch aan het systeem van de Nederlanders.''

Winner raakte tijdens zijn interviews in de ban van diagrammen, vertelt hij een week na het verschijnen van de Nederlandse vertaling. ,,Ik werd vooral gegrepen door Van der Lem (Van Gaals assistent bij Ajax, red.) die mij met tekeningen kon uitleggen waarom hun elftal zo succesvol was. Steeds zochten de spelers van Ajax naar de vrijstaande man. Alles draaide om compacte driehoekjes. Van der Lem vergeleek het voetbal met het oplossen van een puzzel. Precies zoals de architect van Schiphol te werk gaat. Zij kiezen allebei bij gebrek aan ruimte voor slimme oplossingen.''

Het Nederlandse positiespel is volgens Winner te vergelijken met het structuralisme in de bouwkunst of de schilderkunst. Hij sprak met de kunstenaar Jeroen Henneman en bestudeerde de schilderijen van Saenredam, die in de zeventiende eeuw de interieuren van kerken nabootste. Het voorbeeld van Mondriaan lag te veel voor de hand, weet Winner. Van der Lem bevestigde zijn ideeën over ruimte: ,,Iedere speler moet de hele wiskunde van het veld begrijpen.'' Ruud Krol vulde hem aan: ,,Voetballen is geen kunst, maar het is een kunst om goed te voetballen.'' De Engelse journalist David Miller schreef in The Times: ,,Cruijff is de Pythagoras op voetbalschoenen.''

Ruimte is een sleutelwoord in het boek van Winner. In hoofdstuk 14 van zijn boek – niet toevallig zo genummerd – houdt hij een betoog over de unieke ruimte in het Nederlandse (voetbal)landschap. ,,Het totaalvoetbal en het circulatievoetbal gingen uit van hetzelfde principe. Bij balbezit moet je het veld breed maken door met vleugelspitsen te spelen. Bij balverlies moet je de ruimtes kleiner maken en vooruit verdedigen. Geen voetballand is zo inventief met het creëren van ruimte. Zoals de droogleggers inventief waren met inpolderen. In de Tachtigjarige Oorlog lieten jullie juist het land onderlopen om de Spanjaarden dwars te zitten.''

Winner verwijst naar een tekening van Henneman in zijn boek. De kenmerkende actie van een Nederlandse voetballer is de subtiele boogbal over de vijandelijke verdedingslinie naar een vrijlopende medespeler. Op deze manier kon Patrick Kluivert tijdens het EK 2000 twee keer scoren tegen Joegoslavië. De moeilijkheidsgraad lag vele malen hoger dan de penalty's in de volgende ronde tegen Italië.

,,Zelfs in een afgelegen dorp in China huilden de mensen om die gemiste strafschoppen'', weet Winner van een bevriende collega. ,,Ach, als jullie de favorietenrol vaker hadden waargemaakt, waren jullie lang niet zo interessant geweest.''