Ik kan slapen

Lekker slapen, het begint met een goed boek. En met een goede verlichting. Bedlampjes zijn meestal op de verkeerde plek aangebracht. Ze schijnen niet op het boek, maar in de ogen van de bedpartner die vroeg op moet. Een oplossing is een in hoogte verstelbare lamp die naast het hoofdeinde op de grond staat. Zo'n lamp is op de lectuur te richten en ontziet de slapende medemens – die natuurlijk óók zo'n lamp moet hebben. Een praktisch alternatief is de montage van twee verstelbare bureaulampen aan het bed.

Wie meer van tv-kijken dan van lezen houdt, zet een klein tv-tje op de slaapkamer. Maar waar? Aan het voeteneinde is een mogelijkheid, maar de tv staat dan vaak te laag en gruwelijk in de weg als er geen tv gekeken wordt. De oplossing is in vrijwel elk ziekenhuis te bezichtigen: de hoogte in. Montage aan het plafond, waarbij de tv schuin naar beneden kijkt, rekent af met snoerentroep over de vloer en geeft de kijker een comfortabel gezichtspunt. Helaas zijn er nauwelijks kant en klare houders te koop die plafondmontage mogelijk maken. Je moet dus zelf aan de slag met een paar stukken hout, of je moet de smid een houder laten lassen. Een lichtgekleurde tv is bij plafondmontage wat minder opdringerig dan een zwarte. Heb je al een zwarte, koop dan een bus met spuitlak in satijnglans, plak het scherm, het oog van de afstandsbediening en alle gaten achterin goed af met tape en kranten, en spuit de tv in drie minuten in de nieuwste modetint. Overweeg met het oog op de buren en de bedgenoot de aanschaf van een koptelefoon.

Dan het bed. Sinds de uitvinding van het hoeslaken en het dekbed hoeft een bed niet veel meer te zijn dan een lage tafel. Het tafelblad bestaat dan uit latten met tussenruimtes voor de ventilatie. Een eenvoudig bed laat zich volgens dit idee construeren: koop vier stroken MDF-plaat van 20 cm breed en twee centimeter dik en schroef ze op de hoeken tegen vier houten poten van dertig centimeter lang. Op de twee langste stroken wordt twee centimeter onder de bovenkant een balkje geschroefd, en daarop komen een stuk of twintig plankjes van zeven centimeter breed en twee centimeter dik te rusten: de lattenbodem. Laat tussen elk plankje een tussenruimte van vijf centimeter. Voor een tweepersoonsbed moet er in het midden nog een steunbalk in de lengte komen. Koop daarvoor een balk van zeven bij vier centimeter en hang hem in het bed met behulp van twee bij de ijzerwinkel te verkrijgen balksteunen. Met een potje latexverf is het bed snel op kleur te krijgen. Borstel de verf schraal in, schuur licht en wrijf alles na met siliconenwas.

Wie het nog eenvoudiger wil zet vier stroken MDF in de vorm van een H met twee dwarsstreepjes tegen elkaar (zie het tekeningetje). Je krijgt dan een bed dat niet op poten staat. Plankjes eroverheen en klaar.

De matras. Het gemakkelijkst zijn de afmetingen: twee meter lang is tegenwoordig standaard. Dan de breedte. Voor een eenpersoons matras is 90 centimeter een goede maat, voor een tweepersoons is 160 of 180 het best. Eenpersoonsbedden hebben de neiging uit te sterven. Geef een kind van 15 dat aan een nieuw bed toe is, maar meteen een breed bed. Een kwestie van denken op de lange termijn.

Welke matras? Dat is een kwestie van smaak, maar de beste prijs-kwaliteitverhouding wordt op dit moment geleverd door de binnenveringmatras. De consumentenbond komt regelmatig tot de conclusie dat ook goedkope binnenveringmatrassen goed voldoen. Vooral in combinatie met een lattenbodem is deze matras heel geschikt. De wat duurdere schuimrubber matrassen (`latex') kunnen ook, de goedkopere polyether matrassen zijn al gauw te hard.

Leg op de lattenbodem eerst een matrasbeschermer. Niet deze desnoods vast. Op de matras komt een molton deken of een dun `tussenmatrasje'. Daaromheen het hoeslaken. Het dekbed is de finishing touch. Koop een dekbed van 2 meter 20 lang, dat is veel comfortabeler. Ze zijn er met synthetische en natuurlijke vullingen, en tegenwoordig allemaal goed. Grootwinkelbedrijven (Hema, Ikea) stunten vaak met dekbedden. Om het dekbed moet een hoes. Die is heel goed te maken van de prachtige Cinderella-lakens die in menige linnenkast liggen te dromen van de tijd toen ze nog in gebruik waren. Een elementaire beheersing van de naaimachine is genoeg om deze lakens een tweede jeugd te geven. Wie dat wit een beetje te veel vindt blinken, stopt de hoes met een pakje verf in de wasmachine.