Hollands Dagboek: Jan H. Mans

Afgelopen maandag beleefde burgemeester Mans (60) van Enschede spannende uren toen het college aan de gemeente- raad verantwoording aflegde over de vuurwerkramp op 13 mei vorig jaar. `Ik ben hond noch mythe.'

Woensdag 14 maart

Wat moet je met een dagboek in een krant die nog niet zo lang geleden baarlijke nonsens over de auteur van deze rubriek heeft afgedrukt? ,,Geen zin'' was mijn primaire reactie, toen het verzoek me bereikte. Een krant – mijn krant – die waarheid vervlecht met onzin en die onzin daardoor de schijn van waarheid geeft, verdient het niet gesierd te worden met mijn diepere roerselen. Een ieder mag best weten dat die ,,valsheid'' in geschrifte (Ik was niet altijd al soepel met vergunningen, heb een goede verstandhouding met Rein Welschen van Eindhoven, en ik kan wél dansen) van de NRC me behoorlijk heeft geraakt. Maar goed, de NRC blijft ondanks alles mijn krant en ik ben, ondanks alles, openbaar bezit.

Een rustige dag. Gisteren hebben we in het college van B en W de definitieve tekst over het rapport van Oosting vastgesteld. Dat heeft ontzettend veel energie gekost van ons allemaal. Het valt niet mee om met een tiental mensen een tekst vast te stellen waar we allemaal achter kunnen staan. Aan het eind van de dag had ik het helemaal gehad. De ramp drukt sowieso een enorm stempel op ons. De dertiende mei is niet meer uit te bannen en vreet aan onze energie. Ook onze thuisfronten worden leeggezogen. Het wordt tijd dat er weer enige regelmaat in onze levens terugkeert. Dit is bijna niet vol te houden.

Ik begin mijn dag, zoals altijd, met het legen van mijn mailbox. Elke dag tref ik nog vanuit het hele land, steunbetuigingen aan. Ook op straat wordt mij tig maal toegeroepen: ,,Blijven jij!'' of ,,Niet weggaan, denk er aan.''

Na beantwoorden van de mails volgt er een gesprek met een oud-collega uit deze regio. De brandweercommandant meldt zich om mij bij te praten. Ten slotte zetten de korpschef van de politie en ik de klokken gelijk over de maatregelen rond mond- en klauwzeer. Ook daar gaat een burgemeester/korpsbeheerder over. De rest van de middag en de avonduren gebruik ik om te lezen. Oosting natuurlijk.

Donderdag

Gistermiddag heb ik er, zo rond half vijf, de brui aan gegeven en ben een uurtje het bos ingetrokken. Mijn hoofd stond op barsten en mijn spieren vertoonden krampneigingen. Even ontsnappen. Mooi niet dus. Al lopend werd ik – leve de mobiele techniek – gestoord voor een inbewaringstelling, een uit te geven persbericht en een dringend verzoek om de collega uit Arnhem te bellen. Ietwat aangeslagen heb ik alsnog gedaan wat er van mij verlangd werd.

Mijn dag begint vandaag in Hengelo. Vier burgemeesters, een wethouder, een gedeputeerde en een commissaris van de koningin vergaderen over het grotestedenbeleid in Overijssel. Dat doen we vier keer per jaar.

Vanmorgen werd ik door radio Oost gewekt met de mededeling dat er spanningen zijn binnen de coalitie in Enschede. Ik vind dat uiterst zorgelijk. Het debat in de gemeenteraad dient op de eerste plaats een waardig debat te zijn. Als er vooraf onwrikbare stellingen betrokken worden, krijgt de discussie in de raad een heel ander karakter dan mijn bedoeling is. Het gaat primair om het afleggen van verantwoording. De vertrouwensvraag komt daarna. Politiek spel hoort deze keer geen prioriteit te krijgen.

Na afloop van het overleg in Hengelo praat ik nog even bij met de commissaris van de koningin. Over de toestand in de wereld en die in Enschede in het bijzonder. Hij is van het begin af aan zeer betrokken geweest bij de gebeurtenissen in Enschede. Dat helpt.

Henny Strooij, mijn hulp in communicatieland, spreekt het draaiboek voor maandag door met de gemeentesecretaris en mij. Wat te doen als u aftreedt? Wanneer schorsen we? Wie van de persvertegenwoordigers staat u te woord en wie niet? En zo gaat het maar door. Het lijkt triviaal, maar ik heb geleerd dat regie bepaald nodig is om het wilde mediagedoe te kunnen stroomlijnen.

Oosting komt om vijf uur een technische toelichting geven aan de raadsleden. Politiekbestuurlijke zaken bewaren we tot maandag. Toch zwerven journalisten en cameramannen al de hele middag rond het stadhuis. Misschien vloeit er wel bloed, nietwaar? Gekke wereld. Met de fractievoorzitters hebben we gewikt en gewogen of deze informele bijeenkomst met Oosting wel of niet openbaar moest zijn. Na veel heen en weer gepraat is uiteindelijk voor openbaar gekozen in een informele setting en onder voorzitterschap van het oudste raadslid. Oosting zegt, na mijn verwelkoming, graag vragen van raadsleden te willen beantwoorden. De raadsleden laten zich niet onbetuigd. Er is veel pers aanwezig. Ook de vereniging van slachtoffers geeft acte de présence. Als Oosting en Ria Beckers het pand verlaten, word ik op mijzelve teruggeworpen. Mijn keel doet pijn. Ik wil naar huis en pas morgen weer denken aan wat op me afkomt. De fracties trekken zich terug voor hun finale beraad.

Vrijdag

Fracties en kranten spreken al enkele dagen dreigende taal. Vanmorgen bespreken we tijdens een extra B en W-vergadering de conclusies van de fracties. We beginnen met een inventarisatie van de besproken thema's. Daarna komen de politiekbestuurlijke implicaties aan de orde. De bespreking is hard, maar wordt waardig en rustig gevoerd. Een crisis in de coalitie ligt op de loer, zo blijkt. Duidelijk is dat het debat in de raad er echt toe doet. Toon, antwoorden en uitstraling van het college zullen bepalend zijn voor de uiteindelijke uitkomst. En zo hoort dat. De waardigheid van het debat hoort voorop te staan. Na een kleine drie uur vergaderen gaan wij, ietwat aangeslagen, uit elkaar.

Na de collegevergadering praat ik nog even bij met de brandweercommandant. Dan brengt Karel Raue, mijn chauffeur, mij naar huis.

Ik moet mij gaan voorbereiden op een feestelijk afscheid van oud-collega's op kasteel het Nijenhuis te Heino. Als voorzitter van de burgemeesterskring Twente mag ik vanavond de burgemeesters uitluiden die als gevolg van de herindeling per 1 januari moesten opstappen.

Mijn hoofd staat daar niet naar, maar ik ga er toch met plezier naar toe. Het contact met (oud-)collega's blijft waardevol, zeker tijdens deze zware uren. Voor het eerst sinds lange tijd geen vuurwerkramp. Al moet ik vele malen de vraag beantwoorden: ,,Hoe gaat het met je?'' Ook Karel wil dat weten. In de auto, op weg naar huis, nemen we de laatste stand van zaken door. Hij luistert en zwijgt.

Zaterdag

Vandaag doe ik niks dat op werken lijkt. Eerst naar de supermarkt – ik vind het heerlijk om in de schappen rond te snuffelen en met mijn vrouw het weekendmenu samen te stellen – en dan naar de markt. We ronden de inkopen af in een uitspanning op onze gezellige Oude Markt. De rest van de tijd gaat op aan lezen – ik ben bezig met het tweede deel van Fasseurs Wilhelmina – en andere meer of minder nuttige tijdsbestedingen.

Zondag

Ik trek mij terug om mij voor te bereiden op het debat morgen. Tegen half zes haal ik mijn zus Marianne van de trein. Ze is uit Zeeland overgekomen om de raadsvergadering, morgen, bij te wonen. Niet al te laat zoeken wij onze rustplaats op, nadat ik eerst nog twee politieagenten met een inbewaringstelling aan de deur heb gehad.

Maandag

Om vijf over acht gaat thuis de telefoon: Els Koopmans deelt mij mede dat ze vandaag aftreedt. Ze wil direct aan het begin van de raadsvergadering het woord nemen. Een moedige, maar ook een verdrietige stap. Het (politieke) leven is soms hard. `Van gebeten hond tot mythe' kopt de Volkskrant vanmorgen. Het AD heeft het over `goed wegkomen'. Met enige afstand en verbazing lees ik dit soort kwalificaties. ,,Ik ben noch hond noch mythe'', denk ik dan en van dat ,,goed wegkomen'' wil ik al helemaal niets weten. Ik ga me verantwoorden en de raad zal het vertrouwen in mij moeten uitspreken. En gebeurt dat niet dan zal ik mijn hoofd en mijn hart op een andere plek op deze aardkloot moeten aanbieden. Wenkend perspectief? Nee, integendeel, ik wil heel graag verder in deze stad. Er is hier nog ontzettend veel te doen.

De raadsvergadering. De verklaring van Els Koopmans is waardig. Ik schors de vergadering. We worstelen ons door een persmeute heen om, met behulp van politiebegeleiding, ten slotte mijn kamer te bereiken. Daar scharen we ons rond Els.

Na de schorsing krijgen elf fracties het woord. Het debat verloopt rustig en waardig. Ik kijk op van de harde stellingname van de ChristenUnie: opstappen! Dat verrast ons en we hadden geen enkele indicatie vooraf dat het deze kant uit zou gaan. Ook de SP en GroenLinks spreken, naast drie eenmansfracties, dreigende taal.

Na stemming over de moties blijkt een grote meerderheid van de raad het vertrouwen in het college en in de burgemeester in het bijzonder te hebben behouden. Ik kan doorgaan, wetend dat een nog zware opgave mij wacht. Maar ook in het besef dat ik ongelooflijk veel steun van de bevolking heb gekregen. En dat helpt. Opgelucht? Nee, integendeel. Ik ben twee wethouders kwijt en realiseer mij dat de nasleep van de ramp ons nog heel lang zal achtervolgen. Na negen uur debatteren spreek ik de pers. Het duurt lang voor ik de slaap kan vatten.

Dinsdag

We pakken de gewone dingen weer op. Om half negen word ik bijgepraat over de wederopbouw van de verwoeste wijk. Om negen uur komt de gemeentesecretaris om de agenda van de collegevergadering vandaag door te lopen die om half tien begint. Natuurlijk wordt er nagepraat en natuurlijk zijn wij er ons pijnlijk van bewust dat er twee lege stoelen aan de collegetafel staan. Om half een zijn we klaar. De middag gebruik ik voor het wegwerken van de achterstallige stapels te tekenen stukken, de post, de mails en de onvermijdelijke telefoontjes. Daar hoort ook bijpraten met de minister bij. Daarna verdiep ik mij thuis in de kranten van vandaag. De NRC huldigt het standpunt dat de politiek in Enschede er niets van begrepen heeft. Dat doet pijn. Ik heb de koninklijke weg bewandeld. Verantwoording afgelegd, vertrouwen gevraagd en gekregen. De mensen in de stad steken hun duim naar me op. Hoezo afstand tussen burger en politiek? Het is goed geweest voor vandaag. Ik ga op tijd naar bed.

Woensdag 21 maart

Om half negen zit ik een vergadering van de Raad van Toezicht van de tbs-kliniek Oldenkotte voor. Daarna neem ik met mijn secretaresse de agenda door, corrigeer de tekst van dit dagboek en verlaat ik het stadhuis. In makkelijke kleren rijd ik met mijn echtgenote naar Maastricht. Vanavond gaan we samen wat eten en bijpraten over deze turbulente week. Daarna pak ik het werk in Enschede weer op.