Gedogen

Het gaat te ver en het is een simplificatie om gedogen te verdelen in zedelijk en marktgericht gedogen, zoals Van Oenen doet in zijn artikel `Gedogen is integraal onderdeel van de rechtsstaat' (NRC Handelsblad, 12 maart).

Zo zijn de voorbeelden die bij zedelijk gedogen worden genoemd (abortus, euthanasie, prostitutie, softdrugs en illegaal bedrijf) in werkelijkheid veel meer marktgericht dan de auteur wil doen geloven.

Inmiddels zijn met name abortus en euthanasie wettelijk geregeld en worden deze normen zoveel mogelijk gehandhaafd, vandaar het vervolgen van het handelen van huisarts Van Oijen.

Prostitutie, softdrugs en illegaal verblijf vormen objecten van (criminele) marktgeoriënteerde groepen. Met zedelijkheid heeft dit in ieder geval niets te maken, en de slachtoffers van deze criminele markteconomie onttrekken zich voor een groot deel aan het blikveld van de gemiddelde burger. Mijns inziens rechtvaardigt onttrekking gedogen geenszins, integendeel.

Het bepleiten van een praktische meerwaarde op grond van niet-crimineel en zichtbaar zijn, opent interessante perspectieven voor iedere burger die zich niet wenst te storen aan al te stringente voorschriften, bijvoorbeeld op het gebied van bouwverordeningen.

Marktgeoriënteerd gedogen is volgens Van Oenen buiten de orde, immers, zo stelt hij, het werkt niet. Alsof dat argument telt, nu wij, bijvoorbeeld in Enschede, hebben gezien, waartoe het gedogen van overtredingen van veiligheidsnormen kan leiden. Gedogen leidt per definitie niet tot een vorm van zelfbeperking; het voorwerp van gedogen is een norm, en juist een norm ontstaat daar waar de zelfbeperking naar algemene opvattingen niet tot een rechtens aanvaardbaar resultaat leidt.

Ook zedelijke normen kunnen rechtens onaanvaardbaar zijn, ze zijn niet aanvaardbaar, of zo de auteur, vatbaar voor gedogen, omdat ze met zedelijkheid samenhangen.

In een democratische rechtsstaat is de norm uitgangspunt voor overheidsinterventie in het handelen van burgers. Indien de norm niet voldoet dient de norm onderwerp van beraad te zijn, en niet zozeer de handhaving van de norm. Mocht de norm onder invloed van politieke discussie niet gewijzigd (kunnen) worden, dan kan deze, onder stringente voorwaarden, niet gehandhaafd worden. Zaak is wel dat dan aan de eisen wordt voldaan die in de rechtspraak aan gedogen worden opgelegd; daarbij komt dat de gedogende overheid te allen tijde rechtens aansprakelijk moet zijn voor alle gevolgen die uit gedogen voortvloeien.

Ten slotte vereist de rechtszekerheid dat gedogen naar tijd, plaats en omstandigheden gelijk is. De burger in Groningen maakt deel uit van dezelfde rechtsorde als die in Maastricht. Dit is wel de minste les die wij uit Enschede kunnen leren. Met zedelijkeid dan wel marktwerking heeft dit alles niets uit te staan.