Financieel verbonden en afhankelijk

In 2001 zullen naar verwachting zo'n 34.000 huwelijken stranden. Maar daarmee zijn partners niet van elkaar af, want vaak blijft de een nog jarenlang financieel afhankelijk van de ander.

Zelf is ze nog maar nèt getrouwd, de Groningse advocaat Marjet Heeg. ,,Toch getrouwd, terwijl ik zoveel ellende van scheidingen zie'', zegt ze lachend. Heeg is gespecialiseerd in echtscheidingen en ze is in de loop der jaren al heel wat ruziënde, huilende en teleurgestelde ex-partners tegengekomen. Soms zijn de stellen het roerend met elkaar eens over de verdeling van de boedel, soms blijven ze eindeloos bakkeleien over de gezamenlijke bezittingen, maar op een dag wordt hoe dan ook de scheiding uitgesproken. Dan is duidelijk wie er in de echtelijke woning mag blijven, wat er gebeurt met het saldo van de spaarrekening en waar dat schattige theetafeltje van tante Annie straks komt te staan.

Toch zijn de ex-partners dan nog niet van elkaar af. Als zij kinderen hebben ligt dat voor de hand, want ook na de scheiding zullen zij samen het gezag over hun kinderen blijven uitoefenen. Hoewel veel ouders voor co-ouderschap kiezen, komt de situatie waarbij het kind bij de ene ouder woont en een omgangsregeling heeft met de ander, het meest voor. In dat geval betaalt de ene ouder, meestal de vader, maandelijks kinderalimentatie aan de andere ouder. In ruim 30 procent van de echtscheidingszaken wijst de rechter kinderalimentatie toe. Over het algemeen gaat het om een bedrag van minstens 250 gulden per kind per maand.

Het komt ook voor dat ex-partners alimentatie aan elkaar moeten betalen en dan gaat het vaak om heel wat hogere bedragen. Soms is die alimentatie nodig omdat een van de partners, doorgaans de vrouw, geen eigen inkomen heeft. Soms hebben beide partners wel een eigen inkomen, maar is er sprake van een aanzienlijk inkomensverschil. Dan kan de rechter rekening houden met de levensstandaard waaraan de minst verdienende partner gewend was tijdens het huwelijk en moet de partner die het meest verdient met alimentatie over de brug komen. ,,Mensen vinden dat wel eens vreemd, maar het feit dat ze gehuwd zijn, is de grondslag voor alimentatie'', zegt Heeg. ,,Gehuwden hebben tijdens en na de verbintenis een onderhoudsverplichting ten opzichte van elkaar. Voor geregistreerde partners geldt hetzelfde, maar voor samenwonenden geldt het niet.''

Vroeger kon de alimentatieplicht eindeloos duren, maar sinds 1994 geldt er een maximum van 12 jaar. Voor huwelijken zonder kinderen die binnen vijf jaar in een scheiding eindigen, kan de alimentatieperiode bovendien nooit langer duren dan het huwelijk geduurd heeft. Gemiddeld kent de rechter bij een op de vijf echtscheidingen partneralimentatie toe. Het is bijna altijd de man die alimentatie betaalt: tegenover elke alimentatieplichtige vrouw staan 100 alimentatieplichtige mannen.

Bij het vaststellen van de hoogte van de alimentatie baseert de rechter zich op speciale rekenmodellen. Het bruto inkomen is het uitgangspunt en daarop worden diverse posten in mindering gebracht, zoals kosten voor levensonderhoud, woonlasten en studie. Strenge regels moeten voorkomen dat de alimentatieplichtige partner extra vaste lasten creëert om het alimentatiebedrag te verlagen. Er wordt bijvoorbeeld in de regel geen rekening gehouden met schulden die pas na de scheiding gemaakt zijn en voor woonlasten geldt een maximum percentage van het inkomen. De rekenmodellen laten niet alleen de bruto bedragen zien, maar geven ook de netto-effecten weer. Iemand die maandelijks 1.500 gulden alimentatie betaalt en voor de belasting in het 50 procent-tarief valt, betaalt netto 750 gulden. Hier houdt de rechter rekening mee. Veel alimentatieplichtigen die gescheiden zijn vóór 1 januari 2001 voelen zich daarom tekort gedaan door de tariefsverlaging in het nieuwe belastingstelsel. De hoogte van hun alimentatie is gebaseerd op de bruto-nettoverhoudingen uit het vorige stelsel. Nu het tarief van 50 procent verlaagd is naar 42 procent, wordt het netto alimentatiebedrag 870 gulden in plaats van 750 gulden. In feite betaalt de alimentatieplichtige hierdoor meer alimentatie dan de rechter voor ogen had.

Op het ministerie van Financiën kennen ze deze discussie, maar ze laten het erbij. De woordvoerder wijst erop dat de stelselherziening meer inhoudt dan een tariefswijziging en dat uit berekeningen van het ministerie blijkt dat alimentatieplichtigen in het nieuwe stelsel desondanks toch een netto inkomensvoordeel hebben.

Dit is voor mensen die gescheiden zijn overigens niet de enige consequentie van het nieuwe belastingstelsel. Zeker als de ex-partners samen kinderen hebben, blijven vrouw en kinderen vaak in de echtelijke woning achter, terwijl de man elders onderdak vindt. Bij wijze van alimentatie betaalt hij de hypotheekrente. In het nieuwe stelsel mag hij deze rente niet meer aftrekken. Deze post is immers alleen weggelegd voor huiseigenaren die tevens bewoner zijn. Er is wel een overgangsregeling. Partners die uit elkaar zijn mogen de voormalige gemeenschappelijke woning fiscaal nog twee jaar lang als eigen woning behandelen. In deze periode, waarin ze de rente dus nog wel mogen aftrekken, kunnen ze zich voorbereiden op een nieuwe situatie. Ze kunnen elkaar bijvoorbeeld uitkopen, waardoor bewoner en eigenaar weer een en dezelfde persoon worden, of ze kunnen verhuizen of aanzienlijk hogere woonlasten accepteren.

Veel ex-partners zijn na twaalf jaar – de maximum termijn voor de alimentatie – financieel nòg niet van elkaar af. Bij een scheiding of ontbinding van een geregistreerd partnerschap krijgen ze namelijk ook te maken met de Wet verevening pensioenrechten. Het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, moeten ze delen, waardoor ze ook na hun 65e indirect nog steeds met elkaar geconfronteerd zullen worden.

Het komt tegenwoordig steeds vaker voor dat partners vrijwillig afzien van alimentatie. Twintigers en dertigers zonder kinderen zitten doorgaans niet te wachten op financiële steun van hun ex-partner. Pensioenverevening willen ze evenmin. ,,Mensen kunnen onderling afspreken dat ze afzien van alimentatie'', zegt Heeg. ,,Dat mag, maar de situatie verandert als een van de twee financieel niet onafhankelijk is en een bijstanduitkering krijgt. Dan klopt de Sociale Dienst toch bij de ex-partner aan.''