DYSLECTICI IN ITALIË HEBBEN MINDER MOEITE MET LEZEN EN SPELLEN

De spellingswijze en het aantal klanken in een taal hebben grote invloed op de mate waarin dyslexie voorkomt in een land. Omdat de ene taal veel meer klanken heeft dan de andere en vooral omdat de ene spellingswijze veel meer letters en lettercombinaties toelaat om de klanken uit te drukken. Het Italiaans heeft 25 klanken en 33 mogelijke lettercombinaties om die klanken uit te drukken, met dus een heel direct verband tussen spelling en klank. Maar in het Italiaans zijn de problemen veel minder groot dan in bijvoorbeeld Engeland: 40 klanken die in principe kunnen worden uitgedrukt met 1.120 mogelijke lettercombinaties bestaan, de g in enough is een heel andere klank dan de g in god. (Het Nederlands heeft 37 klanken, en ook een aantal mogelijke lettercombinaties dat veel groter is dan het Italiaans).

In Italië zijn dan ook veel minder dyslectici dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Maar niettemin, zo ontdekte een internationaal team van dyslexieonderzoekers, studenten met leesproblemen vertonen in de verschillende landen wel hetzelfde afwijkende patroon in hersenactiviteit. In de PET-scan vertoonden dyslectici uit Frankrijk, Groot-Britannië, en Italië dezelfde verminderde activiteit in bepaalde hersendelen, vergeleken met normale lezers. Veelzeggend was wel dat in Italië slechts met grote inspanningen studenten met leesafwijkingen konden worden gevonden. Achttien Italiaanse dyslectici werden ontdekt door 1.200 studenten te onderwerpen aan lees- en verbale geheugentesten.

Er zijn natuurlijk wel `echte' dyslectici in Italië, maar die hebben kennelijk zulke grote problemen dat ze niet op de universiteit terechtkomen. Werkelijke leesproblemen hadden de achttien gevonden studenten niet, al waren er een paar die zeiden dat ze als kind wel problemen hadden. Niettemin scoorden ze op de gerichte dyslexie-testen net zo slecht als Britse en Franse universitaire dyslectici. Het is voor het eerst dat de hersenactiviteit van dyslectici in verschillende landen is bekeken (Science 16 maart).

De hersendelen die tijdens lezen minder actief waren bij dyslectici bevinden zich in de temporaal kwab. Patiënten met beschadigingen in dezelfde gebieden hebben vaak ook problemen met spellen en lezen, bij een verder ongewijzigd taalvermogen. Waardoor deze hersendelen kennelijk anders functioneren bij dyslectici is onbekend. De onderzoekers noemen de `connectiehypothese', die oppert dat de verbindingen met andere delen van het taalsysteem bij dyslectici zwak zijn (waardoor het `spellingscentrum' dus te weinig en te traag input krijgt). Vorig jaar werd ontdekt dat het leesvermogen van volwassenen samenhing met de hoeveelheid geordende zenuwuitlopers (verantwoordelijk voor de contacten met de frontaalkwab) in de linkertemporaalkwab. De oorzaak van het slechte functioneren kan ook complexer zijn: bij dyslectici zou de verdeling van taken binnen het lees- en schrijfsysteem in de hersenen slechter georganiseerd kunnen zijn.