Dover-zaak: theater in de rechtszaal

Nieuwe interpretaties en lenige lezingen: Perry W. deed deze week een laatste poging een levenslange celstraf in de Dover-zaak te ontlopen.

Nu hij eindelijk de verdachtenkooi heeft verlaten is Perry W. (33) een bedeesde man. Rechtop staat hij achter het katheder, zijn stem is zacht en breekbaar, soms slist hij, zijn Engels is foutloos, en wanneer iedereen lacht, lacht Perry mee. Alsof hij op het partijtje van de buurman is.

Hij is komen praten om te ontkennen. En dat gaat hem, voor iemand tegen wie zoveel bewijs is verzameld, twee dagen lang voortreffelijk af. Zonder voorkennis zullen weinig toehoorders in hem de transporteur van 58 dode Chinezen hebben herkend, de chauffeur die, vlak voor de overtocht naar Dover vorig jaar juni, het luikje sloot dat de illegalen licht en lucht ontnam – zoals de verdenking tegen hem, 58 maal doodslag, is onderbouwd.

De eerste drie dagen na zijn aanhouding had hij met de politie gepraat. Hij zei dat hij nergens van wist, dat hij een boeltje tomaten moest overbrengen in een verzegelde container, verder reikte zijn bemoeienis niet. Foutje. Onderzoek volgde, zijn verklaring werd onderuitgehaald. Vier weken proces maakten het erger. Hij had een vracht aan bewijs achtergelaten op de plekken waar de Chinezen-smokkel werd voorbereid en uitgevoerd: op de tomatendozen, op en in de container, in de loods, thuis, via mobiele telefoons, in zijn auto – het vermoordde zijn onschuld.

Daar staat hij dan, in een gestreepte trui over zijn brede schouders. Zijn advocaat M. Lawson, een cynicus met trage bewegingen, geeft voorzetjes. En Perry, van kindsbeen af een crimineeltje, introduceert een geheel eigen lezing van de gebeurtenissen. Met het bewijs als uitgangspunt schetst hij hoe alles net anders zit dan de aanklager denkt. Hij heeft op suspecte tijdstippen met de smokkelbazen gebeld? Dat lijkt maar zo – hij had die week toevallig zijn telefoonkaart geruild. Zijn vingerafdrukken zitten op het containerluikje. Logisch, zegt hij, die container heeft hij voor de trip even geïnspecteerd: kijken of alles in orde was.

Er is technisch bewijs dat hij in de loods was waar de Chinezen zondag 18 juni zijn geladen. Maar die dag was hij er niet, vertelt hij, toevallig wél de zaterdag ervoor. Want ziet u, ik heb een vriend, `Martin' (Haci D., de secondant van hoofdverdachte Gürsel Ö.), die wilde een tussenhandel in Turkse goederen beginnen, en hij bezat de loods waarvan later bleek dat de Chinezen er zijn geladen. Maar die zaterdag deed hij daar iets heel anders: hout bewerken om de loods geschikt te maken voor Martins handel. Dat dit hout ook in de illegalencontainer zat om de tomatendozen te stabiliseren, ja, dat weet Perry: hij had altijd gedacht dat hij tomaten vervoerde. ,,Dat zei ik toch?''

Zo vindt Perry W. steeds een muizengaatje – en aarzeling sluipt in de ogen van de juryleden: is deze berechting één groot misverstand? Duidelijk wordt dat de samenwerking tussen de Nederlandse en Britse autoriteiten allerminst vlekkeloos is. Zonder tegenspraak lukt het Perry katvanger Arjen van der S. consequent `mijn baas' te noemen, en de man te schetsen als ondernemer die buiten hem om de mensensmokkel entameerde.

In werkelijkheid, blijkt uit het Nederlandse dossier, is Van der S. (24) de alcoholverslaafde zoon van een Rotterdamse fietsenmaker, die voor een paar duizend gulden een bedrijf op zijn naam zette. In Maidstone blijven deze gegevens buiten bespreking.

Niettemin roepen Perry's lenige lezingen irritatie op bij rechter A. Moses. Als hij de jury heeft weggestuurd suggereert hij dat Perry zijn verklaring fabriceert.

Het bewijs dat zijn advocaat eerder heeft bestreden, zegt hij, is nu ineens zijn leidraad. ,,Een cynicus denkt dat u dit verhaal in elkaar heeft gezet. Ik moet u daarvoor waarschuwen.'' Wanneer de jury weer terug is, wordt Perry's geloofwaardigheid verder op de proef gesteld. Want zijn openbare verklaring is op punten in strijd met zijn eerdere uitspraken bij de politie. Zo heeft hij destijds ontkend iets van de tomaten te weten; het ging immers om een verzegelde container waarvan hij de inhoud niet had bekeken. Dat was geen slimme uitspraak. Die tomaten had hij zelf opgehaald en ingeladen, beaamt hij nu, vandaar de vele vingerafdrukken op de dozen. Aanklager V. Temple houdt het hem vrijdag uitgebreid voor: ,,Hebt u bewust gelogen tegen de politie?''

Hij beaamt het, nog steeds gemoedelijk, met een toelichting die veel zegt. ,,Ik heb soms informatie achtergehouden voor de politie. Ik was bang voor vervolging. De politie zei: als je vingerafdrukken worden gevonden word je berecht, dat wilde ik niet.''

,,Zeiden ze dat?''

,,Uh, nee, dat is niet gezegd.''

Juryrechtspraak is theater, en aanklager Temple heeft een dag lang lak aan zijn deftigheid. ,,U bent een leugenaar'', zegt hij, ,,u zit middenin deze criminele wereld'', ,,u bent een smokkelaar en niks anders!''. Dammen in een patstelling. De chauffeur fronst de wenkbrauwen, gnuift, kijkt soms boos, kan enkele malen niet om zijn inconsistenties heen, maar staat tenslotte pal: ,,Ik heb het niet gedaan''.

Maandag wordt zijn verhoor voortgezet. Daarna zal Perry's medeverdachte, de Brits-Chinese tolk G., haar getuigenis afleggen. De uitspraak wordt over ruim een week verwacht.