`De waarheid doet er niet toe'

Laat ik een klein raadsel opgeven. Waar, zo luidt de vraag, heeft de volgende uitspraak betrekking op?

`De waarheid doet er niet toe, het gaat om de pijn.'

Het is een citaat uit een Nederlandse krant van donderdag. Ik durf te wedden dat de meeste lezers meteen gokken op de veehouderij en al het leed dat daar wordt geleden. De veestapel wordt bedreigd. Boeren getuigen van intens persoonlijk verdriet over de castrofe die het gevreesde mond- en klauwzeervirus veroorzaakt. En dat verdriet is hun waarheid. Die pijn is echt. In tranen vervloeken zij op de televisie het lot van hun dieren die worden afgemaakt. Nu zit er voor mij aan dat verdriet en die pijn een onbegrijpelijke kant. De boeren rouwen om dieren die, voorzover geen melkvee, uitsluitend gehouden werden voor de slacht en bestemd waren voor de vleesverwerkende industrie. Wat is het verschil tussen een dodelijke injectie op het erf en een nekschot in een bloederig abattoir? Emotioneert het leed van hun dieren de boeren of is het de pijn in hun portemonnee?

Hoe dan ook, het citaat over de waarheid (die er niet toe zou doen, omdat het gaat om de pijn) is niet afkomstig van een veeboer of een veterinair deskundige, ook niet van minister Brinkhorst en evenmin van een Brusselse EU-commissaris. Nog eens raden dus.

Ging het misschien over de priesters en missionarissen die, zoals het Vaticaan dinsdag toegaf, nonnen hebben gedwongen tot seks en abortus? Dat komt al enigszins in de buurt: de uitspraak sloeg op incest.

Ging het wellicht over emotie-tv? Warm! `Het gaat om de pijn, niet om de waarheid', dat zou in neonletters kunnen prijken boven de Aalsmeerse studio's van Endemol. Pijn niet in de zin van echte pijn (au!), maar in de zin van kijkcijferscorend leed zoals uitgebeeld in infotainment en soap.

Alleen was het niet Endemol maar de NCRV. Deze week heeft de christelijke omroep zich verwaardigd in te gaan op de kritiek op het documentaire-tweeluik Verborgen moeders, zwanger na incest. In het eerste deel van deze door Thom Verheul vervaardigde documentaire (vorig jaar juni uitgezonden) beschuldigde een domineesdochter uit 't Harde haar vader van incest. Hij had haar twee keer zwanger gemaakt en tot abortus gedwongen. In deel twee onthulde een Noord-Hollandse vrouw dat zij vijf keer zwanger was geraakt na incest. Dit leidde tot een gedwongen abortus en vier bevallingen. Van de baby's zouden er drie zijn vermoord en één verkocht.

De families van beide vrouwen hebben de NCRV wegens smaad en laster voor de rechter gedaagd. Hoe luidt nu de verdediging van Ger van Dongen, verantwoordelijk eindredacteur van NCRV-Dokument? Factfinding was volgens hem voor deze documentaire niet nodig geweest, de feiten deden er niet toe, alleen de vraag (ik citeer hem uit Trouw van 22 maart): `Ben je overtuigd door de verhalen van deze vrouwen? Hij (Verheul) was dat. En ik ook.'

Ook wederhoor van de beschuldigden was volgens de eindredacteur van NCRV-Dokument overbodig, aangezien een documentaire iets anders is dan een doorsnee journalistiek product: `Het gaat om een portret, waarin aandacht wordt gegeven aan een stem. Met meer artistieke vrijheid voor de maker.' Voor nieuwsmakers is wederhoor een grondregel, zegt Van Dongen, maar documentairemakers mogen blijkbaar bestaande, herkenbare personen betichten van incest, verkrachting, kinderhandel en moord.

NCRV-redacteur Van Dongen erkent inmiddels dat de documentaire duidelijker had moeten maken dat het om een `herinnering' ging van de twee vermeende slachtoffers en dat herinnering iets anders is dan de feitelijke waarheid. Wat getoond werd was derhalve de onfeitelijke waarheid, whatever that may be.

Het is ongelofelijk hoeveel drogredenen sommige mensen kunnen verzinnen. Van Dongen beroept zich op zijn lange staat van dienst en het fatsoen van de NCRV. Alsof dat voldoende is om iemand zomaar van moord te mogen betichten. Ook betoogt hij dat incest en kindermoord wel degelijk in de werkelijkheid voorkomen en dus aan de kaak moeten worden gesteld. Dat is evident, maar het bewijst allerminst dat juist deze twee gevallen in de werkelijkheid zijn voorgekomen. Het is een redenering die uit algemene verschijnselen conclusies trekt voor individuele zaken. Een ronduit schandelijke manier van verdacht maken.

Uiteindelijk beroept Van Dongen zich op de hulpverleningsorganisatie die de twee hoofdrolspeelsters voor de documentaire leverde, het Fiom, dat op de documentaire reageerde met een uitspraak waarin de NCRV-redacteur zich geheel kan vinden: `De waarheid doet er niet toe, het gaat om de pijn.' Wiens waarheid?Wiens pijn?

Ger van Dongen diskwalificeert NCRV-Dokument met de stelling dat in een documentaire de feiten niet hoeven te kloppen. Zijn argument dat een documentaire een verhaal vertelt en daarom kunst is, verschaft de makers een vrijbrief tot fabuleren en laster. Dit betekent het einde van het genre. Een documentairemaker hoort een visie op de waarheid te geven, een interpretatie van de waarheid die uitstijgt boven het alledaagse en het triviale, maar niet boven de waarheid zelf. In scène gezette, verzonnen, fictionele verhalen, laat staan ongedocumenteerde beschuldigingen horen evenmin thuis in documentaires als in reportages of columns.

Zondag vertoont de VPRO-televisie een speelfilm van Emile Fallaux. Ook over een incestgeval. Fallaux (voorheen documentairemaker) werpt in zijn film de vraag op of zijn personage werkelijk seksueel misbruikt is dan wel lijdt aan het false memory syndrome, aangeprate, valse herinneringen. Het is iets om nog eens goed over na te denken, het verschil tussen een speelfilm die een waarheid aan het licht probeert te brengen en een documentaire die als uitgangspunt heeft dat de waarheid er niet toe doet.

De NCRV komt niet verder dan Pontius Pilatus die met de vraag `Wat is waarheid?' Jezus uitleverde. Voor veeboeren met verdriet over mond- en klauwzeer, verkrachte nonnen, lijders aan een false memory syndrome en hun belasterde familie moge het om de pijn gaan, voor documentairemakers hoort de waarheid voorop te staan. En niet de pijn, laat staan gelogen pijn.