`DE MENSELIJKE MAAT IS WEG'

De leraar moet centraal staan, vindt Kamerlid Ursie Lambrechts (D66). Derde deel in een serie gesprekken met onderwijsspecialisten.

Geen enkel beleidsterrein betekent zoveel voor jonge mensen als onderwijs, zegt Ursie Lambrechts (45). Ze zit zeven jaar in de Tweede Kamer voor D66, was al die tijd onderwijswoordvoerder en is van plan dat nog wel even te blijven. ``Een goede opleiding neemt niemand je meer af. Hoe ouder je wordt, hoe meer je dat waardeert.''

Wat heeft Paars II voor het onderwijs opgeleverd?

``Laat ik positief beginnen. Voor het eerst in twintig jaar wordt er weer in het onderwijs geïnvesteerd. Bovendien kunnen minister Hermans en staatssecretaris Adelmund erg goed luisteren. Ze willen niet het hele onderwijs met regelgeving dichttimmeren, maar verantwoordelijkheden delegeren. Dat vind ik een verademing.

``Probleem is alleen dat Hermans en Adelmund na drie jaar nog steeds voornamelijk luisteren. Ik mis een sense of urgency. Ze zullen nu toch echt snel met voorstellen moeten komen. Ze hebben nog maar een jaar te gaan. Uiteindelijk gaat het bij onderwijs in essentie om twee dingen: inspirerende leraren en te inspireren leerlingen. Het beleid van Hermans en Adelmund richt zich te veel op beheersaspecten.''

Wat bedoelt u daarmee?

``Neem de schaalvergroting in het onderwijs. De afgelopen jaren zijn veel scholen gefuseerd tot mammoetinstellingen. Maar de menselijke maat is uit het oog verloren. Het blijkt dat leerlingen en docenten zich het prettigst voelen in een kleine, overzichtelijke school met, zeg maximaal 600 leerlingen. Zijn het er meer, dan kent niemand elkaar nog. Het ging tot nu toe vooral om het financiële en organisatorische gewin, maar naar de wensen van leraren, ouders en leerlingen is niet geluisterd.''

De voorman van D66, Thom de Graaf, sprak kortgeleden over `een dreigende nationale ramp in ons onderwijs'. Is onderwijs voor D66 een politiek speerpunt geworden?

``Zeker. Het onderwijs kampt met grote problemen. Het tekort aan leraren is schrikbarend. Het onderwijs kan niet zonder leraren, maar het beroep heeft zijn aantrekkelijkheid verloren. Op middelbare scholen hebben leraren geen eigen werkplek, zelfs geen eigen lokaal. Ze zijn nomaden in school. Ze geven veel meer uren les dan leraren in de landen om ons heen. De leerlingen zijn er de afgelopen jaren ook niet makkelijker op geworden, zodat leraren vaker politieagent spelen dan hun vak doceren. Het gevolg is dat ze overbelast raken. Het ziekteverzuim in het onderwijs is bijna tien procent. In het bedrijfsleven is dat vijf procent. Dat is een teken aan de wand.''

Meer aandacht voor de leraar dus?

``Absoluut. Het onderwijs is jarenlang verwaarloosd. Als we mensen naar de lerarenopleiding willen trekken moet het beroep kunnen concurreren op de arbeidsmarkt. Nu ziet het er dramatisch uit. De leraartekorten lopen op, terwijl de lerarenopleidingen afdelingen moeten sluiten bij gebrek aan studenten.''

Hoe kan het vak aantrekkelijker worden?

``Allereerst moeten de salarissen worden opgetrokken. Iemand die na 1985 in het onderwijs is begonnen, krijgt een veel lager salaris dan iemand die toen al voor de klas stond. Ik had er nooit bij stil gestaan dat het verschil kan oplopen tot wel 2.000 gulden in de maand. Daarnaast ben ik voor functie- en beloningsdifferentiatie. Leraren die extra presteren of zich extra inzetten, mogen best beter beloond worden. Dat moet geen willekeur worden, maar gebeuren op basis van objectieve en rechtvaardige criteria. Als mensen zich laten bijscholen mag dat best tot uitdrukking komen in het salaris. En zo'n bijscholing mag ook leuk zijn. Als artsen naar het buitenland gaan voor congressen, waarom zouden leraren dat dan niet mogen?''

Is meer geld dus de oplossing?

``Geld alleen is niet genoeg. Het onderwijs moet weer vertrouwen krijgen. Dat kan alleen als een perspectief voor de lange termijn geboden wordt. Een traject van structurele investeringen waaraan de politiek zich voor ten minste tien jaar committeert. Leraren moeten niet hoeven staken om een miljard binnen te slepen. Ik pleit voor zo'n Deltaplan voor het onderwijs, met de leraar als uitgangspunt. Zonder leraar geen onderwijs. Zo simpel is het. Computers, hoe essentieel ook, zullen de leraar nooit kunnen vervangen.''

U bent de afgelopen jaren nogal tekeer gegaan tegen de overladenheid van de Tweede Fase, het examenprogramma in de bovenbouw van havo en vwo, terwijl u er destijds wel mee instemde.

``Toen ik aantrad was de invoering al vastgelegd in het regeerakkoord. De Tweede Fase bleek te strak en te dirigistisch. Voor de leraar is er te weinig ruimte om zijn vak neer te zetten, voor de leerling te weinig om te kiezen. Overigens bedreigt de sluipende McMasterisering ons hele onderwijs, van basisschool tot universiteit. Terwijl juist de diversiteit ons onderwijs zo interessant maakt.''

Is die ontwikkeling niet ook de schuld van de Tweede Kamer?

``Ik zie de overladenheid en versnippering nu beter dan een aantal jaar geleden, dat geef ik toe. De Tweede Fase is met de beste bedoelingen ingevoerd, maar iedereen rekende zich rijk. Het leek zo mooi: nieuwe vakken als filosofie en management en organisatie, en minder uitval in het hoger onderwijs omdat de leerling beter zou zijn voorbereid. Ze zouden in groepjes aan projecten werken, of zelfstandig studeren met behulp van de computer. Maar zo werkt het niet. Tenminste niet bij iedereen. Dan moeten we eerst de puberteit afschaffen.

``Bovendien is de Kamer destijds door staatsecretaris Netelenbos verkeerd voorgelicht. Volgens haar was 80 procent van de scholen klaar voor de Tweede Fase. Later bleek dat 80 procent er níet klaar voor was. Tot mijn grote verbazing stuurde zij drie dagen na de Kamerbehandeling een rapport van de onderwijsinspectie naar de Kamer waarin grote twijfels werden geuit over de pilotprojecten. Ik moet zeggen dat ik me genomen voelde. Ik bewaar dan ook alle dossiers, documenten en brieven over de Tweede Fase veilig achter slot en grendel voor de onvermijdelijke parlementaire enquête over dit onderwerp.''

Die overladenheid en versnippering gelden eigenlijk ook voor de basisvorming?

``Met de onderwijsvernieuwingen is te veel de verbreding en te weinig de verdieping gezocht. Vijftien vakken in de basisvorming is veel te veel. Zeker voor leerlingen op het vmbo. Dat laatste reken ik overigens de huidige staatssecretaris aan. Ondanks waarschuwingen heeft zij een vmbo-programma vastgesteld waarvan de onderwijsraad schreef dat het onuitvoerbaar was voor leraar en leerling.''

Wat is er fout gegaan?

``Achteraf kun je zeggen dat we te veel in één keer wilden vernieuwen: het vakkenpakket, de inhoud van de vakken én de didactiek. Dat had veel beter één voor één gekund. Dan neem je niet alleen de voorhoede mee, maar ook de achterhoede. Alles tegelijkertijd is zelden een recept voor succes. Nu we zien dat het in de praktijk anders uitpakt dan het op papier was uitgedacht, moeten we de moed hebben om het programma verder aan te passen.''