Dans om het Nijlwater

IN HET ZUIDEN van Egypte zijn de afgelopen paar jaar vier grote meren in de woestijn ontstaan. Wetenschappers van het Remote Sensing Lab van het Geosciences Department van de Universiteit van Texas in Dallas hebben ze ontdekt op satellietbeelden die gemaakt zijn uit het ruimteveer Discovery. Eind vorig jaar presenteerden ze hun vondst op een congres van de Geological Society of America in Reno, Nevada.

Op beelden die de Discovery maakte in oktober 1998, vonden ze nog slechts één meer, dat Lake Toshka genoemd is naar de depressie waarin het ligt. Het tweede en derde meer werden voor het eerst gezien in februari en maart 1999. Het vierde ontstond tussen augustus 1999 en januari 2000. Dit laatste meer is inmiddels uitgegroeid tot het grootste van de vier en heeft een oppervlakte van 700 km². De laatste drie meren hebben nog geen naam en worden simpelweg Lake B, C en D genoemd.

De nieuwe meren zijn een gevolg van de abnormaal zware moessonregens in het Ethiopisch Hoogland. Daar ontspringen de Blauwe Nijl, Atbara en Sobat. Zij nemen samen gemiddeld 87% van het water voor hun rekening dat via de Nijl Egypte binnenstroomt. Daar wordt het tegengehouden door de Aswan-dam en opgeslagen in het Nasser-meer. Door de hoge waterafvoer uit Ethiopië is het peil in dit meer zo hoog gestegen, dat men gedwongen was het teveel aan water via een afvoerkanaal te laten wegvloeien naar de Toshka-depressie. In de vier meren zou zich inmiddels een kleine 20 miljard m³ water bevinden, een kwart van de gemiddelde jaarlijkse afvoer van de Nijl.

Lang voor de hoge waterstanden in het Nasser-meer was de Egyptische overheid in de westelijke woestijn al begonnen met projecten om de woestijn te ontginnen. Egypte wil in dit `project van de 21ste eeuw' enkele honderduizenden hectare woestijngrond bevloeien en in een serie opeenvolgende landdepressies een nieuwe `binnenlandse delta' creëren buiten het dal en de delta van de Nijl. De eerste fase van dit zogenoemde South Valley Development Project is inmiddels voltooid met de aanleg van het Shaikh Zayed Kanaal (New Valley Canal) en het gigantische Toshka-pompstation dat ongeveer een miljard gulden heeft gekost. Door deze projecten zouden zeven miljoen mensen in de westelijke woestijn een nieuw bestaan kunnen opbouwen en zouden de overvolle Nijlvallei en Nijldelta een beetje ontlast kunnen worden. Daar gaat jaarlijks 20.000 hectare landbouwgrond verloren aan verstedelijking.

Internationaal ligt het project controversieel. Men vindt het te duur en acht het een verspilling van kostbaar, schaars water. Stroomopwaarts gelegen Nijlstaten als Ethiopië, Soedan en Oeganda verzetten zich ertegen dat Egypte meer Nijlwater zou gebruiken – die staten willen zèlf meer land bevloeien. Egypte, dat zich daar altijd fel tegen heeft verzet met een beroep op zijn `historische rechten' op het Nijl-water, wordt er nu van beschuldigd met het South Valley Development Project zijn onderhandelingspositie tegenover de andere Nijlstaten te willen verstevigen.

In het vorig jaar opgerichte Nile Basin Initiative proberen de tien Nijlstaten tot overeenstemming te komen over de waterverdeling. In het stroomgebied van de Nijl wonen nu zo'n 300 miljoen mensen, in 2025 zullen dat er naar schatting 570 miljoen zijn. Die zullen het met steeds minder Nijlwater moeten doen. De Nijl heeft altijd grote schommelingen in zijn afvoer gekend – denk aan de vette en magere jaren uit bijbelse tijden – maar de laatste eeuw zit er een duidelijk neerwaartse trend in de afvoer. Die is van gemiddeld 110 miljard m³ in de periode 1870-1900 gedaald tot 73 miljard m³ in de periode 1976-1986. Door klimaatveranderingen wordt een nòg lagere afvoer verwacht. De hoge afvoer van de laatste paar jaar is niet in overeenstemming met deze voorspellingen.

Het is de vraag hoe lang de nieuwe meren blijven en of er het water gebruikt kan worden voor landbouwdoeleinden. Rond het eerste meer is inmiddels een irrigatieproject gestart. Permanente reservoirs zullen het nooit worden. Daarvoor verzilten ze te snel.

WOESTIJNHITTE

Tot nu toe hebben de meren wat omvang en vorm betreft snelle veranderingen ondergaan. Toen de moessonregens uit Ethiopië in het Nasser-meer arriveerden, moesten in korte tijd miljoenen kubieke meters geloosd worden en groeiden de meren snel. Daarna schrompelden ze ineen vanwege de grote verdampingsverliezen door de woestijnhitte. Het water gedraagt zich ook nog onvoorspelbaar, doordat er voor het gebied geen gedetailleerde topografische kaarten bestaan. Het afgelopen jaar is er met de Discovery een radarsysteem meegevlogen dat gedetailleerde landschappelijke informatie levert waarmee dergelijke kaarten wel kunnen worden gemaakt. Of de meren eind dit jaar nog bestaan is afhankelijk van de heftigheid van de komende moessonregens in Ethiopië. Dat het Nasser-meer nog nooit zo vol is geweest, hangt behalve met de grote watertoevoer uit Ethiopië samen met het dichtslibben van het meer. De moessonregens voeren enorme hoeveelheden vruchtbaar slib mee waarmee vroeger de Nijldelta werd opgehoogd. Sinds 1971 houdt de Aswan-dam dat slib tegen en bezinkt het in het Nasser-meer.