Contentzaak test voorkenniswet

De rechtbank buigt zich maandag over de voorkenniszaak bij Content.

De voormalige top van het uitzendbedrijf staat terecht.

Gebrek aan doorzettingsvermogen kan Henk de Graaff niet verweten worden. Hoewel de Amsterdamse fraudeofficier in de voorkennisaffaire rond uitzendbedrijf Content al behoorlijk resultaat boekte, blijft hij op oorlogspad. Maandag brengt De Graaff de voormalige directie en ex-president-commissaris A. Maas voor de rechter.

De affaire komt na een opmerkelijke schikking die Justitie vorig jaar bereikte met de Belgische eigenaar van Content, Creyf's. De Belgen bekenden schuld en kochten voor ruim drie miljoen gulden strafvervolging af. Dat bedrag stortten ze in een fonds waaruit beleggers compensatie kregen voor geleden schade door de voorkenniszaak. De Content-top viel buiten de schikking en moet nu dus terecht staan.

De zaak spitst zich toe op de overname van Content door Creyf's in maart 1999. Vlak vóórdat Creyf's belangstelling toonde was besloten om, drie dagen na publicatie van de jaarcijfers, personeelsopties aan het topkader toe te kennen. Dat gebeurde elk jaar en zou, zoals gebruikelijk, worden gefinancieerd door uitgifte van eigen aandelen.

Kort daarna begonnen de overnamegesprekken met Creyf's, en in de hectiek verliep het tijdstip voor de optieuitgifte. Toen Content daarachter kwam, werd besloten ze alsnog toe te kennen. De opties werden per koerier thuis bezorgd, één beursdag voordat de overname bekend werd. Daarnaast werd de financieringswijze aangepast: in plaats van aandelenuitgifte, zoals eerder besloten, werden er nog snel stukken ingekocht. Niet alleen voor deze keer, maar óók ter afdekking van optietranches van de jaren daarvoor.

Na de overname spoot de Content-koers omhoog. Leuk voor de optieontvangers. Leuk ook voor de onderneming die de eigen aandelen goedkoop had ingekocht. Maar minder leuk voor aandeelhouders die hun stukken juist voor een lage prijs van de hand bleken te hebben gedaan.

Het zijn ingrediënten voor een interessante rechtszaak, die inkleuring kan geven aan de nog relatief jonge voorwetenschapswet. Daarbij draait het om de optieuitgifte en de aandeleninkoop. Beide handelingen zijn tijdens een overnameproces toegestaan, maar wel aan regels gebonden. Opties mogen worden uitgegeven, maar alleen als er sprake is van een `bestendige gedragslijn'. Met andere woorden: het moet gaan zoals het altijd ging. Een toets daarvoor is de personeelsregeling waarin bedrijven hun optiebeleid gedetailleerd moeten beschrijven.

De vraag is of de twee A4'tjes van Content wel de kwalificatie van een `volwassen' personeelsregeling verdienden. Er stond weinig meer in dan de voorwaarden waarop de opties deze keer waren verstrekt. Maar een lange termijnvisie, de frequentie van optieuitgifte, de kring van gerechtigden en andere voorwaarden, zoals grotere ondernemingen gewoon zijn vast te leggen, ontbraken. Bovendien lijkt de bestendige gedragslijn te worden aangetast door timing (pal voor een overname, en een aantal dagen later dan het oorspronkelijke besluit) en de aantallen (de directieleden kregen dat jaar extra opties).

Een soortgelijk probleem speelt bij de koerswending om ter financiering van de optieuitgifte plotseling aandelen in te kopen in plaats van uit te geven. Die handelwijze wringt met de uitzonderingsbepaling in de wet. Daarin staat dat er weliswaar een transactie mag worden gedaan, maar alleen als dat noodzakelijk is. En was dat wel zo? De financiering van de opties had tenslotte gewoon kunnen plaatsvinden volgens het eerder genomen besluit. Dat juist op dit gevoelige moment – met wetenschap over een aanstaande overname – tot aandeleninkoop werd overgegaan, maakt de affaire tot een zuivere voorkenniszaak, zal het Openbaar Ministerie betogen.

De situatie bij Content, die overigens plaatsvond onder het toeziend oog van een handvol duurbetaalde adviseurs, kent ook nog wat vennootschapsrechtelijke vraagtekens. Zo besloot president-commissaris Maas zonder de andere commissarissen te raadplegen tot de optieuitgifte en de aandeleninkoop in plaats van de uitgifte van aandelen.

Volgens Maas' raadsman D. Doorenbos had zijn cliënt genoeg beleidsruimte om zo te opereren en biedt de wetgeving bovendien ruimte voor de overige handelingen van Content. Hij zal De Graaff daarbij tegenover zich vinden, die zich in het gezelschap weet van kamerlid H. Voûte (VVD). Zij noemde de situatie bij Content eerder ,,een test voor het zelfreinigend vermogen van de vennootschap'' en niet in de geest van de voorkenniswet. Het is aan de rechtbank die wet nu tegen het licht te houden.