`Beeld van Molukkers hier is 'n stereotype'

Vijftig jaar geleden kwam de familie Kukupessy naar Nederland. Langzaam vervlakt de lotsverbondenheid. Maar: `De Molukker is trots, trots op zijn afkomst.'

Johny Kukupessy koestert een foto van zijn eerste minuten op Nederlandse bodem. Gewikkeld in witte doeken ligt hij in de armen van zijn vader, een trotse Molukse marineman in uniform. Anderhalf jaar oud was Johny destijds. Vijftig jaar later heeft hij een goede baan in de automatisering en woont hij met zijn gezin in Blaricum. Hij is naar zijn zeggen ,,volledig geïntegreerd'' in de Nederlandse samenleving.

Toch noemen zijn dochters Esther (24) en Lyoba (21) zichzelf `Molukker in Nederland'. Aanvankelijk waren ze zich niet bewust van hun roots, totdat zij van anderen te horen kregen dat hun familie `als bootvluchtelingen' in Nederland is terechtgekomen. Nu zijn ze bij alle Molukse manifestaties en bijeenkomsten te vinden en verdiepen ze zich in de geschiedenis van de Molukkers.

Weinig Nederlanders kennen dit verhaal. Esther en Lyoba merken dat vrijwel dagelijks. Het beeld dat heerst over Molukkers is gebaseerd op stereotypen, zeggen zij. ,,`Molukkers kunnen goed voetballen en muziek maken', krijgen we altijd te horen, maar ze zijn ook `dom, brutaal, vechtjassen'.'' Ook over het land van herkomst weten hun leeftijdgenoten niets. ,,Ze maken geen onderscheid tussen de Molukken en Indonesië, en dat land kennen ze alleen van de rijstvelden en de kruidnagelen.''

Sinds woensdag is een nieuwe typering aan dit rijtje toegevoegd. De integratie van de derde generatie Molukkers in de Nederlandse samenleving blijft steken, blijkt uit een onderzoek van de Rotterdamse hoogleraar J. Veenman. Taalproblemen zouden daaraan ten grondslag liggen.

Hoewel Esther en Lyoba zich absoluut niet herkennen in dat beeld – ze hebben een Nederlandse moeder en zijn in tegenstelling tot Johny niet tweetalig opgevoed – is het voor hen geen nieuws. ,,Toen ik op de middelbare school kwam, kreeg ik taallessen aangeboden'', zegt Esther. ,,De leraren gingen er automatisch van uit dat mijn grammatica tekortschoot. Daarop heb ik een taaltest afgedwongen, om het tegendeel te bewijzen.''

Lyoba heeft het nog sterker meegemaakt: zij kreeg na tien minuten op de mavo te horen dat ze naar `niet-Nederlandse hulp' diende te gaan. ,,Ik was gigantisch boos en heb een hele heisa getrapt'', herinnert ze zich. Gedeeltelijke excuses van haar mentor kwamen pas een half jaar later. Het heeft Lyoba geïnspireerd tot het opzetten van een actie voor een school zonder racisme.

Esther kreeg na de lagere school een mavo-advies, maar ze besloot het op de havo te proberen. Inmiddels is ze, na een paar jaar logopedie gestudeerd te hebben, derdejaars op de pabo. ,,Wij leren daar om buitenlandse kinderen niet te veel te pushen. Die hebben het al moeilijk zat en het helpt bovendien nauwelijks.'' Een foute aanpak volgens haar, en anders dan ze thuis gewend was. De Kukupessys hebben hun dochters namelijk altijd gestimuleerd om door te leren. Zelf had Johny graag de hbs willen volgen, maar dat bleek eind jaren '60 niet haalbaar. ,,Een goede opleiding is ook een kwestie van geld'', zegt hij nu. Want aan motivatie om verder te komen in de maatschappij, ontbrak het hem niet. Via de mulo, avondstudies en een kandidaats rechten werkte hij zich geleidelijk op.

,,Wij moeten altijd extra ons best doen als Molukkers. Dat heb ik van huis uit meegekregen.'' Kukupessy verwijst in dit verband ook naar zijn vader, die tot de kleine groep Molukkers behoort die dienden bij de marine. ,,Daar kwam je niet zomaar bij, dat was alleen weggelegd voor de beste Molukkers.'' In tegenstelling tot de duizenden KNIL'ers die bij aankomst in Nederland uit militaire dienst ontslag kregen aangezegd, werden de ongeveer honderd Molukse marinemannen opgenomen bij de Koninklijke Marine. Dat betekende echter niet dat hun vernederingen bespaard bleven. ,,Toen mijn vader in 1956 met pensioen ging, werd hem het staatsburgerschap ontnomen. Het hele gezin werd daamee stateloos.''

Kukupessy vertelt het verhaal met een vuur alsof het gisteren is gebeurd. Zijn verontwaardiging is kenmerkend voor de manier waarop veel Molukkers spreken over hun ervaringen in Nederland. Het beeld dat de Molukse gemeenschap hierdoor is samengesmeed tot een hechte eenheid, is echter ook een stereotype. Het maakt nogal wat uit of je in Huizen of in Capelle aan den IJssel woont, of je KNIL'er bent of van de marine, of je half Nederlands bent of niet. Bovendien profileren Molukkers zich onderling tegenwoordig meer dan voorheen op afkomst en geloofsovertuiging. Kukupessy: ,,De onderlinge solidariteit is aan het verdwijnen. Als je tien jaar geleden een Molukker op straat tegenkwam, groette je elkaar. Er heerste nog een gevoel van lotsverbondenheid. Nu is dat vervlakt en verwaterd.''

Kukupessy maakt zich zorgen over de splitsing die hierdoor ontstaat. Ook zet hij vraagtekens bij de wijze waarop de Molukse cultuur in Nederland levend wordt gehouden. ,, Ze hebben het vandaag over cultuur, maar alles wat ik zie, is een eettentje en een standje met sarongs en speldjes. Dat noem ik folklore.'' De cultuur levend houden, dat houdt volgens hem veel meer in: het respect voor ouderen moet doorgegeven worden, evenals de kennis over de adat, de traditie. ,,Wel moet het misschien gemoderniseerd worden. Op de Molukken zeggen ze dat we vijftig jaar hebben stilgestaan.''

Zijn er wellicht ook stereotypen die correct zijn? De Molukker als gevoelsmens, misschien? Kukupessy senior: ,,Een gevoelsmens, jazeker. En gezagsgetrouw, hoewel dat voor de jongeren anders ligt.'' Na een korte discussie met Lyoba over de inhoud van het begrip gezagsgetrouw, komt Johny Kukupessy tot een andere typering: ,,De Molukker is trots, trots op zijn afkomst en hoeft zich voor niemand te schamen. Daar sta ik nog altijd achter.''