Andorra

Andorra-Nederland wordt in het tweede stadion van FC Barcelona gespeeld. Het zogenaamde mini-stadion. Nou Camp was een maatje te groot voor de historische confrontatie van een dwergstaat en een voetbalnatie. Comfort muss sein: natuur en cultuur, ruimte en perspectief, alles moet wijken voor de sponsorterreur. Ik had mij nochtans verheugd op een wedstrijd in het Estadio Communale in Andorra. Capaciteit: 1.414 toeschouwers. Net iets te krap voor de genodigden van Nationale Nederlanden, maar wel te gek van sfeer en betonrot. De intimiteit van de prehistorie, helemaal los van Canal Digitaal, die weelde.

Het stadion zou er uitgezien hebben als bezet gebied van Oranje, want Andorrezen houden niet van voetbal, zeker niet in het ski-hoogseizoen. Psychologisch zou zo'n ingelijst aardappelveld in het voordeel van Nederland hebben gewerkt. Het had bij De Boer, Stam, Van Hooijdonk en de anderen veel jeugdsentiment kunnen losweken. Herinneringen aan de tijd toen ze nog wél vrolijk achter de bal aanliepen en nog niet als gebeitelde heiligenbeelden vastgespijkerd waren in het positiespel van Louis van Gaal.

Het Estadio Communale zou het Nederlands elftal speelser hebben gemaakt, hongeriger wellicht, in ieder geval bewuster van het voorrecht voetballer te zijn. En dat zelfs zonder ingreep van bovenaf. Ze zullen het niet zo gauw toegeven, maar Hollandse voetballers zijn gevoelig voor miniaturen. De door hen aanbeden fetisj is nooit groter dan een vrouwenzakdoekje.

Mijn sympathie gaat voor de volle honderd procent naar Andorra. Bij een 0-0-eindstand hang ik de vlag uit. Niet dat ik Van Gaal het WK in Japan niet zou gunnen, gewoon uit fatsoen. In De Telegraaf las ik dat het gros van de Andorrese spelers amateur is en overdag gewoon werkt. Txema en Ayala zijn onderhoudsmonteur bij de gemeente, Juli en Emiliano werken bij de PTT, Genis en Ramirez zijn politieagent. Allemaal jongens van het milieu des manuels. Kleinarbeit. Niet eens doorgedrongen tot de perkamenten glorie van de boekhoudersstand.

Louis van Gaal klaagde in Hoenderloo al over de dubbele muur van vijf verdedigers en vijf middenvelders. Mag het? Terecht luidt de slogan van de Andorrese voetbalbond op de website: `Verdedigen is menselijk, scoren is goddelijk.' Zoveel nederigheid kan de coach van het Nederlands elftal niet bedenken. En Frank de Boer en Edgar Davids ook niet. Ook daarom zou het zo prachtig zijn als Andorra in de 89ste minuut de wedstrijd alsnog binnenhaalt met één spijtende counter. Natuurlijk is er dan sprake van spelbederf, van anti-voetbal, van onrecht, ja zelfs van diefstal. Maar dat kan de pret niet drukken: normale voetballiefhebbers kijken niet naar het softenonvoetbal dat we van een partij als Andorra-Nederland kunnen verwachten. Amstel, Grolsch en Bavaria zullen het niet graag horen, maar Big Diet is voor een keer leuker.

Zo denkt Louis van Gaal er eigenlijk ook over. Voor de bondscoach is de wedstrijd tegen Andorra het intermezzo van nuttige idioten. Een oefenpot om zijn elftal op scherp te zetten voor de cruciale partij, later in de week, tegen Portugal. Hooghartig liet hij weten dat de kaartgevoelige Davids en Reiziger tijdig zullen gewisseld worden om de wedstrijd in Porto op volle mansterkte aan te kunnen gaan. Waarom niet het complete elftal van RKC laten opdraven tegen Andorra? Spaar dan de dure benen van de heren Kluivert, Zenden, Overmars en Cocu.

Mond- en klauwzeer blijken taaie infecties te zijn, maar de schimmel van arrogantie die het Nederlands elftal nu al jaren overwoekert, is pas echt onomkeerbaar. Vaccineren, brandstapels, quarantaine, isoleercellen, niets helpt. Twee totaal verschillende wedstrijden, voor Van Gaal maakt het niet uit: `Natuurlijk winnen we.' En als het hele elftal met spaghettibenen op het veld komt dan zijn er nog de voetbalgoden: Oranje mazzelt altijd in kwalificatiewedstrijden.

Ik denk nu aan David Rodrigo, de bondscoach van Andorra. Hij heeft goden noch godenzonen in het pakket. Een guerrilla van boerenkinkels, meer kan hij niet bieden. Juist nu de boeren in Nederland het zo zwaar hebben, zou een overwinning van Andorra een formidabele opsteker zijn.