Weg uit Afrika

`Je wordt pas echt Afrikaan in ballingschap' schrijft Moses Isegawa in `Prinses Europa', een ter gelegenheid van de Boekenweek verschenen kroniek van zijn internationale literaire succes. Dat verklaart nog niet waarom zoveel Afrikaanse schrijvers juist in ballingschap opbloeien; maar aan het groeiende lijstje met onder meer Nuruddin Farrah, Biyi Bandele en Moses Isegawa is onlangs een nieuwe naam toegevoegd: Nega Mezlekia, een in Ethiopië geboren Canadees die vorig jaar zijn `herinneringen aan een Ethiopische jeugd' publiceerde. Het boek kreeg enthousiaste recensies en een belangrijke Canadese prijs, en werd zo'n succes dat het onderwerp is geworden van een rechtzaak: de vrouw die Mezlekia bij de redactie van zijn roman heeft geholpen, claimt dat zij op 20 bladzijden na het hele boek heeft geschreven, en de schrijver heeft daarop gereageerd met een aanklacht wegens smaad.

Notes from the Hyena's Belly is een sterk staaltje literaire non-fictie. In helder proza, dat zich verder kenmerkt door sarcastische humor en mooie oneliners, vertelt Mezlekia (`hij die doorgaat') over zijn jeugd in het Ethiopië van de jaren zestig en zeventig. Het is het verhaal van een noncorformistisch jongetje dat zich onder extreem moeilijke omstandigheden ontwikkelt tot landbouwkundige (en uiteindelijk in 1983 met een beurs voor de Universiteit van Wageningen emigreert), maar ook van een land dat langzaam naar de verdommenis gaat. De kleine Nega groeit op in de nadagen van keizer Haile Selassie, die onbewogen blijft bij de corruptie en voedselproblemen in zijn land en in 1974 wordt afgezet door het leger. Waarna Ethiopië getroffen wordt door een guerrilla van Somaliërs in het zuiden, door grootscheepse volksverhuizingen, door een terreurcampagne van de communistische machthebbers tegen de oppositie, en door droogte en hongersnood.

Mezlekia's boek valt uiteen in twee delen, waarvan het eerste door de beschrijving van een enerverende kleine-stadsjeugd doet denken aan Mark Twains Tom Sawyer.

Nega gaat naar een strenge school (waar de meester letterlijk de roede niet spaart), haalt kattenkwaad uit, en moet zich teweerstellen tegen boze geesten, duiveluitdrijvers en vooral de hyena's die 's nachts aan de randen van de stad loeren op mens en dier.

De bedreigingen veranderen van karakter als Nega op de middelbare school in de oppositie tegen de junta terechtkomt en op 18-jarige leeftijd besluit om zich aan te sluiten bij de Somalische rebellen in de Ogaden-woestijn. Vanaf dat moment leert hij temidden van opeenvolgende Abessijnse plagen dat `de mens het enige beest is dat men in de wildernis hoeft te vrezen.'

De dood beheerst het tweede deel van Notes from the Hyena's Belly. Maar Mezlekia's onsentimentele, laconieke toon zorgt ervoor dat de lezer de gruwelen van oorlog en honger net kan verdragen. `Het einde van 1973 was een erg drukke tijd voor ambtenaren,' schrijft Mezlekia, waarna hij noteert dat ze hun aandacht moesten verdelen tussen het in eigen zakken laten verdwijnen van hulpgoederen en het uit het zicht houden van hordes hongerende landgenoten. Staatsgrepen omschrijft hij als de profijtelijkste ondernemingen die Afrika ooit heeft opgezet, en het communisme is `quite a new package, but I suspected that it had been delivered to the wrong universe.'

Anders dan Moses Isegawa, van wiens Abessijnse kronieken Notes from the Hyena's Belly wel wat wegheeft, is Mezlekia een didacticus. Zijn persoonlijke avonturen – als rebel, student en vluchteling – worden doorsneden met historische uitweidingen die analyseren hoe de vruchtbare Hoorn van Afrika zo teloor heeft kunnen gaan. Hij ziet weinig hoop voor zijn land van herkomst, en besluit na zijn studie in Wageningen niet terug te keren, maar te emigreren naar Canada, waar hij wetenschappelijk carrière maakt.

Mezlekia's verhaal stopt waar dat van Isegawa in zijn essay `Prinses Europa' begint: bij de aankomst in `het sprookjesland van overvloed, het blinkende zwaard van Damocles dat het Afrikaanse zelfvertrouwen ondermijnt.' Isegawa – die blijkens het andere `essay' in Twee chimpansees het Westen verantwoordelijk houdt voor alle ellende die er over Afrika is uitgestort – kwam in 1991 naar Nederland met maar één doel voor ogen: schrijver worden. Niet een Nederlandse schrijver, want die worden geminacht, maar een internationale succesauteur. In `Prinses Europa' beschrijft hij onder meer hoe hij vanuit Beverwijk met zijn oorspronkelijk in het Engels geschreven romans Abessijnse kronieken en Slangenkuil de Hollandse literaire wereld verovert, waarna hij tot in Amerika en Zuid-Afrika de vruchten van zijn roem kan gaan plukken.

Nederland is duidelijk te klein voor Isegawa, die in dit non-fictieboek dezelfde zelfverzekerheid en gespierde taal etaleert als de ik-figuur in Abessijnse kronieken. Jammer genoeg staat die taal op de meeste bladzijden van Twee chimpansees vooral in dienst van een warrig betoog over een door het Westen gestimuleerde `Derde Wereldoorlog van virussen' in Afrika. De hutspot van samenzweringstheorieën (aids als fabrikaat van ambitieuze geleerden!) en populair-wetenschappelijke studies (Jared Diamonds Guns, Germs and Steel) maakt duidelijk dat Isegawa zich beter bij de fictie kan houden.

Nega Mezlekia: Notes from the Hyena's Belly. An Ethiopian Boyhood. Picador, 351 blz. ƒ66,25 (geb.) Moses Isegawa: Twee chimpansees. Gevolgd door `Prinses Europa'. De Bezige Bij, 135 blz. ƒ19,90 (geb.)