Vrij verkeer werknemers ver weg

Op de agenda van de Europese top in Stockholm staat vandaag een knellend probleem: een echt vrij verkeer van werknemers in de EU. Sociale regelingen en pensioenen zijn zó verschillend dat het ideaal nog ver weg lijkt.

Europese burgers hebben alle reden om te geloven dat ze zonder problemen in alle landen van de Europese Unie kunnen werken. De Europese regeringsleiders hebben dat keer op keer beloofd sinds ze in 1957 het Verdrag van Rome ondertekenden. De Griekse Eurocommissaris Anna Diamantopoulou (Sociale Zaken) geeft echter volmondig toe dat het vrije verkeer van werknemers in de EU in de praktijk nog altijd niet functioneert.

Het probleem staat op de agenda van de vanmorgen in Stockholm begonnen topbijeenkomst van Europese regeringsleiders. ,,Maar ik denk niet dat Stockholm de zaken dramatisch zal veranderen'', zegt Diamantopoulou. De belemmeringen die EU-lidstaten opwerpen voor wie buiten zijn geboorteland wil gaan werken zijn legio. Vele daarvan hebben te maken met pensioenen en sociale zekerheid. Sociaal beleid is bij uitstek een gebied dat EU-lidstaten als een nationale zaak beschouwen. ,,Alle Europese landen zijn bang voor interventies van anderen'', is de ervaring van Diamantopoulou.

Al in het Verdrag van Rome (artikel 51) is vastgelegd dat ,,maatregelen op het gebied van sociale zekerheid noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van het vrije verkeer van werknemers''. Daar is nog weinig van terechtgekomen. ,,Landen hebben in verband met pensioenen en sociale zekerheid altijd bilaterale overeenkomsten gesloten, voor mensen die vanuit het ene in het andere land gingen werken. Maar die zijn onvoldoende nu steeds meer mensen dan weer in de ene en dan weer in de andere lidstaat van de EU willen werken'', zegt Diamantopoulou.

De belemmeringen zijn een steeds knellender probleem voor de EU. De arbeidsmobiliteit binnen de Unie is veel lager dan in de Verenigde Staten. Jaarlijks gaat 0,4 procent van de Europese bevolking (1,5 miljoen mensen) in een andere EU-lidstaat werken. In de Verenigde Staten verhuist 2,4 procent van de bevolking jaarlijks naar een andere staat. De geringe Europese mobiliteit heeft als gevolg dat werklozen uit de ene EU-lidstaat moeilijk een baan in een andere kunnen nemen.

Bovendien staan grensbarrières de wens van de EU in de weg om in 2010 als wereldleider bij hoogwaardige technologie de belangrijkste economische macht te worden. Onderzoekers kunnen gemakkelijker uit Europa naar Amerika dan dat ze binnen de EU van universiteit naar universiteit gaan. Jonge veelbelovende werknemers in de ITC-sector worden met reeksen problemen geconfronteerd als zij een Europese carrière willen maken.

Er zijn veel voorbeelden van zulke moeilijkheden. Een Europees bedrijf dat in bijvoorbeeld Nederland is gevestigd, stuurt een werknemer zes jaar naar België en vervolgens zes jaar naar een derde EU-lidstaat. In zo'n geval riskeert de werknemer, hoewel hij niet van werkgever verandert, twee keer een pensioenbreuk. Wie langer dan vijf jaar voor een in Nederland gevestigd bedrijf in België woont en werkt, moet in dat land sociale lasten inclusief pensioen gaan betalen. Een ander probleem is dat een aanvullend pensioen meestal niet in een ander land kan worden voortgezet omdat de systemen te veel uiteenlopen. Zelfs bij landen met veel op elkaar lijkende pensioensystemen, als Frankrijk en België, hebben werknemers moeilijkheden. Een Fransman die zijn pensioen voor een deel in België opbouwt, ontdekt bij zijn pensionering dat België de uitkering anders berekent dan Frankrijk. Hij krijgt daardoor een lager pensioen dan wanneer hij Frankrijk niet had verlaten.

,,Ik kan dat niet zomaar veranderen. Het is een zaak van de lidstaten'', zegt Diamantopoulou. Maar er zijn meer problemen. Voor veel werknemers die in het ene land werken en in het andere pensioenpremies betalen, zijn deze premies fiscaal niet aftrekbaar. EU-lidstaten erkennen nog altijd niet alle diploma's uit andere lidstaten. Ook opleidingen die buiten de EU gevolgd zijn, worden dikwijls niet erkend. Er is een groot gebrek aan informatie over de arbeidsmarkt in de verschillende lidstaten en het ontbreekt aan duidelijkheid bij de vergelijking van salarissen en arbeidsvoorwaarden. Tegenover al die zaken verbleekt het traditionele taalprobleem, dat Europeanen ervan kan weerhouden om naar een andere EU-lidstaat te verhuizen.

Diamantopoulou hoopt dat in Stockholm haar voorstel om een werkgroep van deskundigen in te stellen wordt aanvaard. Voor het einde van dit jaar zou deze groep een rapport met een overzicht van alle problemen moeten afleveren. Eindelijk zou er dan, 44 jaar na de ondertekening van het Verdrag van Rome, goed inzicht in de kwestie ontstaan. Diamantopoulou ontwijkt de vraag wat dit betekent voor de geloofwaardigheid van de Europese politici. Die prezen door de jaren heen voortdurend het vrije verkeer van werknemers aan als een belangrijke verworvenheid van de EU.

Harmonisatie van pensioenen en sociale zekerheid in de EU is volgens Diamantopoulou onmogelijk, maar ze denkt dat aan Europese regelgeving niet te ontkomen zal zijn. Als ze het rapport van de werkgroep heeft, wil ze snel een actieplan opstellen. Ze denkt in de eerste plaats aan de problemen die jonge specialisten in de sectoren van hoogwaardige technologie nu ondervinden.

Om de problemen met de uiteenlopende systemen van sociale zekerheid te overwinnen, verwacht ze een oplossing te vinden op basis van zowel Amerikaanse als Duitse ervaringen. In de VS krijgen burgers een federale kaart voor sociale verzekeringen, waarmee de uiteenlopende systemen van de staten op elkaar zijn aangesloten. Duitsland heeft een lange ervaring met regelingen voor de sociale zekerheid van werknemers uit landen als Italië en Griekenland.

,,In 2005 moeten de Europese arbeidsmarkten open zijn voor iedereen. Iedereen moet toegang hebben'', is de slogan van Diamantopoulou. Maar ze erkent dat dan nog niet alle problemen met pensioenen en sociale zekerheid voorbij zijn.