Tel de mussen!

De lente is woensdag slecht begonnen. Niet alleen doordat de mond- en klauwzeer-ziekte lammetjes en andere dieren bedreigt. Ook missen we steeds meer mussen.

Het gaat niet goed met de mussen in Nederland. Er zijn steeds minder van de druk tjilpende, bruine vogeltjes. Vroeger wemelde het ervan in de stad en op het platteland. Nu niet meer. Hun aantal loopt achteruit en is zelfs ten opzichte van 1999 gehalveerd. Hoe dat komt, dat weet niemand. Mussen broeden vooral onder dakpannen, in gaten in muren en tussen klimop. Ze eten eigenlijk alles, van broodkruimels tot zaadjes. Op terrassen vliegen ze soms van tafeltje tot tafeltje om koekkruimels bij de thee en koffie weg te pikken.

Waarschijnlijk ontbreekt het in ons land aan geschikte en wat rommelige plekken voor de mus om te broeden. Ook is er voor de vogels in de stad te weinig te halen, zeker in de binnenstad. Daarom trekken ze naar de buitenwijken en dorpen, waar ze dichter bij de boerderijen hun voedsel gaan zoeken.

Het Jeugd Natuurblad Vrije Vogels heeft eind maart uitgeroepen tot de `mussenteldagen'. Het gaat om de huismus en de ringmus. Het mannetje van de huismus herken je aan de grijze kruin en de kastanjebruine rug. Het vrouwtje is egaler lichtbruin van tekening. Bij de ringmus zijn het mannetje en vrouwtje gelijk. Deze mus heeft een chocoladebruine kruin en een witte wang met zwarte vlek. Aan zijn witte halsring dankt hij zijn naam.

De `mussenteldagen' zijn bedoeld om erachter te komen waar zich de meeste mussen bevinden. Iedere jongen of meisje wordt gevraagd mee te doen, of je nu in de grote stad woont of in een klein dorp. Je kunt een boterham uitstrooien in de tuin en dan tel je hoeveel mussen erop af komen. Je kunt het weekeinde van 24 en 25 maart gebruiken om te gaan tellen. Het is de bedoeling dat je in je eigen woonbuurt je onderzoek verricht. Het blad wil graag weten hoe oud het huis is waarin je woont, of je aan de rand van de stad woont of middenin en op hoeveel kilometer afstand zich de dichtstbijzijnde manege of boerderij bevindt. De Vrije Vogels Club rekent erop dat meer dan 300.000 kinderen meedoen aan de teldagen. Het is erg belangrijk dat er veel gegevens binnenkomen, want dan kan de oorzaak van de terugloop van het aantal mussen achterhaald worden. Dan blijkt bijvoorbeeld dat Nederland niet rommelig genoeg is voor de huis- en ringmus, waardoor er te weinig broedplaatsen zijn. Stuur voor zaterdag 31 maart je mussentelling op naar het volgende adres: Vrije Vogel Club. Mussenonderzoek. Postbus 925. 3700 AX Zeist.