Strijd om Weense harten loopt via buitenlanders

In Wenen zijn zondag verkiezingen. Tot ergernis van de concurrentie domineert de rechts-populistische FPÖ de campagne met maar één thema: buitenlanders.

Als je van het Schwarzenbergplein met zijn imposante ruiterstandbeeld tussen de twee barokpaleizen door zo'n drie kilometer naar het oosten gaat, ben je nog steeds in Wenen. Ook al is dit niet het `gouden' Wenen. Schreeuwende kleuren van billboards domineren hier het grijs van de façades. Het cafeetje Snack & Treff in de Simmeringer Hauptstrasse is staalblauw gedecoreerd, in de stijl van de jaren zestig. Dat is geen toeval. Blauw is de kleur van de rechts-populistische FPÖ, die hier zijn steunpunt heeft opgezet om de Weense harten te veroveren.

Normaal gebeurt hier weinig, vandaag een beetje. Nuchtere heren staan bij de tapkast, beraadslagen zachtjes. En man in een pak, met twee littekens van een studentenduel in het gezicht praat opgewonden in zijn mobiele telefoon. In een duistere hoek zit de FPÖ-politicus Peter Westenthaler.

Hoe is de stemming? ,,Goed.'' Wat is het thema? ,,Buitenlanders.'' Westenthaler is fractievoorzitter van de FPÖ in het parlement en kent de media. ,,Het is een groot thema'', zegt hij. ,,Het houdt mensen bezig.'' Natuurlijk zijn de mensen hier niet vijandig tegen buitenlanders. ,,Nee, het gaat om integratie.'' ,,Precies!'', valt iemand aan de tafel ernaast hem bij: ,,Er zijn iedere dag meer negers!'' De man is blijkbaar iets minder thuis in de media. Westenthaler glimlacht voorzichtig. ,,Kijk, wij hebben hier geen onlusten, geen gewelddadigheden. Wij kanaliseren dat.''

`Buitenlanders' staat vet op de affiches van de FPÖ, en wat kleiner daaronder: `Ik begrijp de zorgen van de Weners'. Het probleem van de grootste oppositiepartij in Wenen is vooral dat de Weners nauwelijks zorgen hebben. Volgens alle enquêtes zijn ze zeer tevreden: met de kwaliteit van het leven, met het openbaar vervoer, in het bijzonder met het aanbod van cultuur, zelfs met woningen en werk, met politie en gemeentelijk bestuur. Als ze zich ergeren, doen ze het over hondenpoep en gebrek aan parkeerplaatsen – problemen die op verkiezingsaffiches niet zo goed uitkomen.

Vraag je de mensen bij de kraampjes aan de Naschmarkt, dan halen ze de schouders op en glimlachen ze net zo vriendelijk als de burgemeester op de affiches. `Ik hou van Wenen, ik stem op Häupl', vermeldt het affiche van de sociaal-democratische SPÖ – met een hartje in plaats van `hou van' en een kruisje in plaats van `stem op'.

Zelfs Paul Stadler, die lid is van de districtsraad van de FPÖ in Simmering, moet een tijdje nadenken als je hem naar problemen vraagt – behalve buitenlanders natuurlijk. Vuilverbranding schiet hem te binnen, en dat je soms tot elf uur 's avonds vliegtuigen kunt horen, of dat de vrachtauto's in de nauwe hoofdstraat elkaars spiegels kapot rijden. Hysterie tegen tevredenheid, paranoia tegen welvaart – het is een wedstrijd die in Oostenrijk al heel lang wordt gespeeld. En sinds vijftien jaar komt de FPÖ steeds als winnaar tevoorschijn.

`Rood-groen: Buitenlanders in gemeentewoningen!', prijkt er op vlammend rode affiches van de FPÖ. Het is een waarschuwing. Op dit moment zijn buitenlanders in Wenen uitgesloten van de zogeheten `gemeentebouw', door de overheid gefinancierde flats. Buitenlanders concentreren zich daardoor in wijken waar dergelijke woningen niet staan. Maar zou dat niet juist een prachtig voorbeeld zijn van de `integratie' waar de FPÖ op uit is? Nee, zegt Westenthaler, want een ,,integratie tot elke prijs'' wil hij niet. Hier geldt: `Oostenrijk eerst!' Want ook de Weners – en daar horen de buitenlanders kennelijk niet bij – moeten nu al drie maanden tot een jaar wachten op een gemeentewoning.

Wenen zou de FPÖ-opmars kunnen stoppen. `Rood-groen' zou een alternatief kunnen bieden voor de landelijke coalitie van FPÖ en ÖVP. Maar de linkse burgemeester Häupl aarzelt. Hij regeert liever met de ÖVP. Daarmee houdt hij een voet tussen de deur bij de bondsregering. Maar Häupl wil vooral rust. Het rumoer rond de FPÖ laat hij voor wat het is.

De FPÖ schreeuwt intussen des te luider. Ex-partijvoorzitter Jörg Haider riep onlangs dat de Weners staan voor de keuze ,,tussen de oostkust en het Weense hart'' – waarbij `oostkust' een Oostenrijkse woord voor `de joden' is, hetgeen in geen enkel woordenboek staat, maar wel in het Weense hart. Häupl heeft een adviseur die Greenberg heet, onthulde Haider, die heeft hij van de oostkust laten invliegen.

Op het Victor Adlerplein in de arbeiderswijk Favoriten heeft de SPÖ een standje. Een vergrijsde bard speelt Donovan-liedjes op de gitaar, er wordt thee geschonken. Drie leden van de districtsraad zijn aanwezig, maar de Weners lopen onverschillig voorbij. De lokale politici zijn allemaal in de jaren zeventig bij de partij gekomen, vertellen ze, toen in de Hofburg nog Bruno Kreisky regeerde en de SPÖ in Favoriten 73 procent haalde. Intussen is hun aanhang teruggevallen op 46 procent. Veel van de ouderen stemmen nu op de Freiheitlichen, en de jongeren ,,hebben alleen nog belangstelling voor zaken als dierenbescherming'', klaagt Roman Wiche, de vermoeid ogende SPÖ-leider in Favoriten.

De FPÖ heeft het alleen maar over buitenlanders, zegt Wiche's collega Rosa Hirsch, ,,niemand heeft het nog over de verworvenheden van de afgelopen dertig jaar. Dat is nu allemaal vanzelfsprekend.'' De derde sociaal-democraat in het standje, Franz Leopold, een man van ver in de veertig, vindt dat het allemaal nazi's zijn. 't Is moeilijk, zegt Leopold. ,,In sommige flats zijn buitenlanders al in de meerderheid.'' Probleem, zegt hij, zijn vooral de moslims, wegens de hoofddoeken. ,,Ja, en de meisjes op school willen niet naast een jongen zitten.'' Hij is trouwens ook buitenlander, zegt Leopold, want zijn moeder komt uit Hongarije. ,,Maar zo'n multiculturele samenleving hebben we hier niet nodig.''

Dit is de eerste bijdrage van Norbert Mappes-Niediek als medewerker van deze krant in Oostenrijk.