Stemmen per internet is onzin

Democratie is ingewikkeld, behalve voor het Electronic Highway Platform Nederland (EPN) en een aantal Kamerleden. Het platform voorspelt dat de mogelijkheid om bij verkiezingen via het internet te stemmen tot een hogere opkomst leidt. Voor de Tweede Kamerleden Bakker (D66) en Voûte (VVD) is dat reden om het stemmen via internet zo snel mogelijk in te voeren. VVD-Europarlementariër Plooij heeft zich zelfs al gevleid met de gedachte dat de Europese verkiezingen in 2004 grotendeels via het internet zullen verlopen. Hopelijk hebben ze er gewoon nog niet lang genoeg over nagedacht, want deze standpunten verraden een onthutsend gebrek aan democratisch besef.

Op basis van een telefonische enquête onder 1000 kiesgerechtigden (2000 anderen weigerden vragen te beantwoorden) stelt het Electronic Platform vast dat zes miljoen Nederlanders de voorkeur geven aan het internet boven het stemlokaal. Dat is op zichzelf een onderzoeksprestatie van de eerste orde, maar die laten we hier verder buiten beschouwing. Het platform verwacht dat de opkomst met circa 5 procent zal stijgen als stemmen via internet mogelijk is.

Betekent dit dat we nu zo snel mogelijk tot internetstemmen moeten overgaan? Natuurlijk niet. In het nu enkele jaren durende debat hierover zijn inmiddels diverse argumenten aangevoerd om het kiezen via internet vanaf iedere willekeurige plek voorlopig juist niet in te voeren. De belangrijkste zijn: de risico's van ondoorzichtige en falende technologie; de risico's van digitale tweedeling in de democratische participatie, en de mogelijke aantasting van het vrij en onbelast stemmen.

Gevaren van ondoorzichtige en falende technologie zijn er op dit moment nog legio. Dat moet men ook bij het elektronisch platform weten. Er zijn nog vele technische problemen rondom stemmen via internet onopgelost. Daarvan is de encryptie er één: hoe versleutel je stemmen, zodat ze wel kunnen worden geteld maar niet herleidbaar zijn naar de individuele kiezer. Maar er is meer. Hoe zorg je ervoor dat een kiezer zich `op afstand' kan identificeren zonder zijn privacy te schenden? Hoe voorkom je dat burgers door computerverstoringen, of die nu van een Zwolse student of van de Irakese geheime dienst afkomstig zijn, van hun stem worden beroofd? Hoe ontwikkel je programmatuur voor het verzamelen en tellen van stemmen die én technisch goed werkt én toegankelijk is voor openbare inspecties én bestand is tegen vervalsingen? Dergelijke vragen moeten bevredigend worden beantwoord voordat kan worden overgegaan tot kiezen via het internet.

Bij het risico van digitale tweedeling gaat het om de invloed van de invoering van stemmen via internet op de deelname van burgers aan verkiezingen. Het platform wijst op de verwachte opkomstverhoging. Maar is dat het enige? Kiezen via internet kan ernstige gevolgen hebben voor de relatieve deelname van verschillende bevolkingsgroepen aan de verkiezingen. Stel, de verkiezingen voor het Europese parlement worden op een regenachtige dag in 2004 gehouden, en men kan ook via internet stemmen. Iedereen die op kantoor of thuis een computer met internetaansluiting heeft, kan gemakkelijk zijn stem uitbrengen en doet dat ook. Ieder ander – geen kantoorbaan, geen kennis van of toegang tot internet, ouderen – moet door weer en wind naar het stembureau, dat inmiddels wegens de invoering van stemmen via het internet op vijf kilometer afstand ligt, en ziet er dus maar vanaf. Is dat de democratie die we willen?

Het principe dat iedereen vrij en onbelast kan stemmen wordt in de huidige opzet van verkiezingen bewaakt: je stemt in een kieshokje, onder toezicht van de leden van het stembureau, die zorgen dat alles ordelijk verloopt. Hoe gaat dat straks met kiezen via het internet? Zullen verantwoordelijke huisvaders zich wellicht met de keuze van hun vrouw en kinderen gaan bemoeien, zal men in het café, omringd door 'vrienden' worden aangespoord om op de PC op de bar de sociaal wenselijke keuze te maken?

De vraag of mensen elektronisch willen stemmen is geheel anders dan de vraag of elektronisch stemmen moet worden ingevoerd. Wanneer de meerderheid van de burgers aangeeft persoonlijk geen belasting te willen betalen, schaffen we de belastingen ook niet af.

Jörgen Svensson en Kees Aarts zijn verbonden aan de faculteit Bestuurskunde van de Universiteit Twente.