Segregatie

De inspectie is veel strenger voor witte basisscholen dan voor zwarte. Om van de inspectie een voldoende te krijgen, moeten witte scholen bij de Cito-toets 15 procentpunten beter presteren dan zwarte scholen. Een witte school scoort voldoende als de leerlingen gemiddeld 75 procent van de Cito-toets goed hebben, terwijl een zwarte school al als voldoende wordt beoordeeld wanneer de kinderen gemiddeld 60 procent van de vragen goed beantwoord hebben. Aldus de Volkskrant begin maart (1-3-2001). De krant verzocht het Cito witte en zwarte scholen eens langs dezelfde meetlat te leggen. Wat bleek? Een gemiddelde leerling leert meer op een matige witte dan op een goede zwarte school. Afgezet tegen het landelijk gemiddelde scoort nog geen 10 procent van de zwarte scholen voldoende.

Ik moet bekennen dat ik, als amateur-geïnteresseerde in het minderhedendebat, eerst heel even opgelucht was bij het lezen van dit bericht. Ik heb mij vaak verbaasd over het gemak waarmee sommige beleidsmakers en minderhedenonderzoekers de segregatie in het onderwijs accepteerden. Zwarte scholen zouden helemaal niet per se slechter zijn dan witte, kwaliteit zou voornamelijk afhangen van de inzet van het team en van de didactische aanpak op scholen. Nu blijkt dat die verhalen als zou het wel loslopen met de kwaliteit van het onderwijs aan allochtone kinderen met flink wat zout moeten worden genomen. Zwarte scholen zijn gewoon slechter voor kinderen, alle extra financiering ten spijt.

Vervolgens heb ik, in mijn hoedanigheid van docent, nog wat meewarige gedachten gewijd aan de beroepsfrustratie die de inspectie moet hebben gebracht tot de zonderlinge beslissing om zwarte en witte scholen met twee maten te gaan meten. Iedere onderwijzer (van groep 3 tot en met de universiteit) kent het verschijnsel: Jantje werkt vreselijk hard, maar slaagt er met moeite in de leerstof in zich op te nemen terwijl Pietje flierefluitend door het leven gaat en de voorgeschreven stof binnen de kortste keren meester is. Is het dan niet oneerlijk dat Pietje tienen haalt en Jantje een zes of nog minder? Elke docent behoort echter ook te weten dat die oneerlijkheid niet kan worden opgelost door te gaan honoreren naar rato van inzet. Dat ondergraaft namelijk de betekenis van een cijfer, diploma of andersoortige beoordeling. En dat is ook precies wat gebeurd is met de cijfers van de inspectie. Als ouder kun je die niet meer gebruiken bij de keuze van een school voor je kind, tenminste niet als je twijfelt tussen een witte en een zwarte school.

Maar na deze overpeinzingen terzijde sloeg de ontzetting in alle hevigheid toe. Hoe heeft dit in vredesnaam kunnen gebeuren? In haar mooie boek Democratic Education (1987) betoogt de Amerikaanse politiek filosofe Amy Gutmann dat de inrichting van het basisonderwijs in een fatsoenlijk land gebaseerd moet zijn op drie morele principes: de school moet alle leerlingen de kans bieden hun talenten te ontwikkelen, de school moet aansluiten bij de levensbeschouwing van de ouders en de school moet een adequate voorbereiding zijn op het leven in de politieke gemeenschap waar de leerlingen later in zullen functioneren. (Voor de kenners van het werk van Gutmann: ja, dit is een behoorlijk vrije interpretatie mijnerzijds.)

Laten we de toestand in het Nederlandse basisonderwijs eens beoordelen aan de hand van deze drie, naar mij lijkt plausibele, principes.

Eerst de kans op ontplooiing en de ontwikkeling van talenten. Op zwarte scholen hebben de allochtone leerlingen weinig of geen autochtone klasgenootjes. We mogen aannemen dat dit de taalontwikkeling van deze leerlingen remt en daarmee ook de ontplooiing van hun eventuele talenten voor aardrijkskunde, geschiedenis, biologie en in het verlengde daarvan rechten, sociologie, psychologie en pedagogiek. Op witte scholen is het tekort aan mankracht en financiën inmiddels zo nijpend dat ook hier mag worden betwijfeld of leerlingen hun talenten nog ten volle kunnen benutten.

Dan de gedachte dat een school zou moeten aansluiten bij de levensbeschouwing van de ouders. Anno 2001 houden nog maar weinig ouders er een heuse levensbeschouwing op na. Iedereen heeft (zeker als het gaat om de opvoeding van kinderen) waarden, normen en idealen, maar deze waarden en normen tellen niet meer op tot een samenhangende levensbeschouwing die zich duidelijk onderscheidt van de levensvisie van andere groepen ouders. Van de zuilen van vroeger staan alleen nog brokstukjes overeind. Dat neemt niet weg dat veel ouders nog steeds kiezen voor bijzonder (protestants-christelijk, rooms-katholiek of 'neutraal-bijzonder') onderwijs. De keuze voor bijzonder onderwijs is voor velen van ons echter niet meer gekoppeld aan een religieuze overtuiging. We zoeken niet langer scholen die aansluiten bij onze religie, we zoeken nu scholen die aansluiten bij onze etnische herkomst. Gezien de cijfers over witte en zwarte scholen valt ons dat trouwens niet kwalijk te nemen: als ouders mogen we toch het beste willen voor ons kind? Jazeker mogen we dat, maar ondertussen hebben we Gutmann's tweede principe op een perverse manier in praktijk gebracht.

En ten slotte het beginsel dat een school zou moeten opvoeden tot burgerschap in onze politieke gemeenschap. Wat voor politieke gemeenschap willen we eigenlijk zijn? Willen we een gesegregeerde maatschappij waarin verschillende etnische groepen in meer of minder vrede langs elkaar heen leven? Waar af en toe eens een getalenteerde allochtone landgenoot zich aansluit bij het witte volksdeel, terwijl in omgekeerde richting voornamelijk verkeer plaatsvindt van welzijnswerkers, tolken en antropologen? In dat geval is ons gesegregeerde basisonderwijs een prachtige voorbereiding op het maatschappelijk leven. Maar als we een samenleving willen waarin mensen uit verschillende sociale, etnische of culturele milieus elkaar als gelijken behandelen, waarin men vanzelfsprekend ook buiten de eigen etnisch-culturele kring een werknemer, vriend of levenspartner zoekt, dan horen de meeste scholen gemengd (lichtgrijs) te zijn, zodat kinderen er vriendjes kunnen worden en ruzie leren maken met toekomstige medeburgers van allerlei soort.