Prijzige proeftuin

,,Wij kunnen u deze stukken (...) alleen vertrouwelijk beschikbaar stellen gelet op het concurrentiegevoelige karakter ervan.''

Niet alleen bestuursvoorzitters van beursgenoteerde multinationals beroepen zich op de ogen en oren van hun concurrenten om hun aandeelhouders niet te informeren. De ministers Vermeend (Sociale Zaken) en Zalm (Financiën) informeren alleen Kamerleden over de onderbouwing en externe toetsing van een investering in een nieuwe onderneming, waarmee direct en indirect een bedrag van 710 miljoen gulden aan overheidsgeld is gemoeid. In feite is het bedrag nog hoger, maar dat kan een lezer niet uit de Kamerstukken becijferen.

Kliq heet de nieuwe onderneming, het verzelfstandigde reïntegratiebedrijf van de voormalige Arbeidsvoorziening. Kliq moet arbeidsongeschikten aan werk helpen. Dat was een monopolie van Arbeidsvoorziening. Die markt, met een omzet van zo'n 500 miljoen gulden, is met ingang van dit jaar vrijgegeven. Bij de eerste openbare aanbesteding pakte Kliq een marktaandeel van 17 procent.

Kliq is een van de vijf zelfstandige bedrijven die voortkomen uit Arbeidsvoorziening. Voor de leiding doet de minister van Sociale Zaken een beroep op het keurkorps van vertrouwde managers op het snijvlak van private en publieke belangen.

B. le Blanc, ooit directeur-generaal rijksbegroting en later bankier in Den Bosch, Londen en Parijs, wordt een van de twee bestuurders van Kliq. Hij wordt tevens bestuurder van een andere onderneming uit het erfgoed van Arbeidsvoorziening, de Centra Vakopleidingen.

Consultant J. Staatsen (ex-directeur-generaal Binnenlandse Zaken, ex-burgemeester Groningen, ex-reorganisatiemanager pensioenfonds ABP) neemt het voormalig facilitair bedrijf van Arbeidsvoorziening voor zijn rekening.

En L. Koopmans wikkelt, samen met topcurator J. Schimmelpenninck (Fokker, HCS), de Arbeidsvoorziening af. Koopmans was voor Le Blanc directeur-generaal rijksbegroting, later ondernemer (Ogem, TBI), nu hoogleraar economie van de gezondheidszorg, bestuurslid pensioenfonds ABP, lid raad van beheer Rabobank en regelmatig regeringsadviseur. Nederland heeft geen eliteschool voor topmanagers in publieke dienst, zoals de Franse ENA. Ondernemende mannen als deze kunnen zoiets wel opzetten, en er zelf les geven.

De overheid heeft er heel wat voor over om Kliq als een volwaardige concurrent van tientallen particuliere ondernemingen te introduceren. Een startkapitaal van 180 miljoen gulden, ,,transformatiekosten'' van 105 miljoen, een aanvullende voorziening voor een sociaal plan van 15 miljoen, maximaal 70 miljoen voor kosten die samenhangen met te hoog ingeschaalde personeelsleden, langlopende leningen van 100 miljoen, een kredietfaciliteit van 50 miljoen voor de verwachte aanloopverliezen van die omvang plus 190 miljoen aan overheidsopdrachten in 2002 en 2003.

Wat in de openbare stukken nergens duidelijk wordt is welke waarde becijferd is voor Kliq: de opdrachtenstroom, de expertise van de werknemers.

Maar geld is niet alles. De nieuwe bestuurders van Kliq concluderen dat er ,,nog een zekere weg te gaan is''. De organisatie moet worden ,,aangepast'', de commerciële slagkracht vergroot en de klantoriëntatie moet met prioriteit worden verstrekt.

Met marktwerking en verzelfstandiging van overheidsdiensten is niets mis. Wat zich hier wreekt is dat de markt al open is gegooid, terwijl Kliq nog moet worden verzelfstandigd. De uitdaging voor Kliq, zo schrijven Vermeend en Zalm, is ,,zich de komende periode het ondernemersvak zo goed mogelijk eigen te maken''?

Moet de overheid een bedrijf op poten zetten, met alles erop en eraan, een mekka voor consultants, als oefening in ondernemerschap en met de kennelijke bedoeling de onderneming (tegen een hogere prijs?) straks door te verkopen?

Natuurlijk, de zaak zomaar sluiten is geen optie. De overheid moet ook een betrouwbare werkgever zijn, al klinkt de opmerking over de toekomst van de 700 arbeidsplaatsen die nu verdwijnen tamelijk laconiek. ,,Gegeven de huidige situatie op de arbeidsmarkt wordt er vanuit gegaan dat de meeste medewerkers snel elders werk zullen kunnen vinden'', schrijven Vermeend en Zalm.

Is bemiddeling bij een nieuwe baan plus gouden handdruk van, zeg, een ton voor alle andere werknemers van Kliq nu geen realistischer optie? Het lijkt in elk geval niet duurder.

Als de overheid Kliq financieel toch met opdrachten wil steunen, is een fusie of overname door een bestaande partij op deze markt, zoals een uitzendbureau, toch veruit te verkiezen? Dat voorkomt bij voorbaat ook de schijn van informatie- cq belangenconflicten tussen het ministerie van Sociale Zaken als beleidsmaker op de reïntegratiemarkt en als enig aandeelhouder van Kliq.