Nutsland wordt niemandsland

Wat hebben UPC, Schiphol, Gasunie en Remu gemeen? Het zijn nutsbedrijven met een natuurlijk monopolie waarover politici en toezichthouders zich grote zorgen maken.

Beleggers laten UPC vallen als een baksteen na een rapport van de toezichthouders over de toegang tot de kabel. Schiphol-baas Cerfontaine is verdrietig over de uitgestelde beursgang. Hoofddirecteur Verberg klaagt over het feit dat hij zich gedwongen ziet Gasunie te splitsen. En in de energiesector is er tandengeknars en geween over de vertraagde privatisering van de distributiebedrijven zoals het Utrechtse Remu. Wat hebben deze gebeurtenissen van afgelopen week met elkaar te maken?

UPC, Schiphol, Gasunie en Remu zijn leveranciers van diensten die vroeger werden aangeduid als ,,tot nut van het algemeen'': kabel, afhandeling van vliegtuigen, gas en stroom. De nutsbedrijven zijn actief in een markt, die wordt geliberaliseerd en waar overheidsbedrijven snel overgaan in particuliere handen. De bedrijven zijn eigenaar van een unieke infrastructuur – kabel, start- en landingsbanen, gasleidingen en elektriciteitsnetten – die net als autowegen en spoorrails cruciaal zijn voor het functioneren van de samenleving. En de bedrijven worden nu geconfronteerd met (politieke) twijfel over de vraag of deze infrastructuur in goede handen komt en onafhankelijk blijft.

De overname van UNA in Utrecht twee jaar geleden door het Amerikaanse Reliant voor 4,5 miljard gulden was een wake up call voor gemeentelijke en provinciale bestuurders. Zoveel geld voor een stroomproducent deed de bestuurders dromen van bruggen en wegen die konden worden aangelegd met de opbrengst van hun eigen nutsbedrijf. Nadat de verkoop van de kabelbedrijven al eerder was begonnen met de spectaculaire verkoop van het kabelnetwerk in Amsterdam, werden nu de meeste stroomproducenten geprivatiseerd. Gevolgd door de energiedistributiebedrijven in Haarlemmermeer, Eindhoven en Utrecht.

Het onbehagen bij burgers hierover kreeg recentelijk gestalte in – opnieuw – Utrecht, doordat de door Leefbaar Utrecht gedomineerde gemeenteraad de verkoop van Remu afstemde. Het onbehagen in de politiek kreeg gestalte door een wake up call uit – opnieuw – de Verenigde Staten, om precies te zijn Californië, waar de elektriciteitsmarkt in 1998 grotendeels werd vrijgegeven. Het begrip `Californische toestanden', dat sinds begin dit jaar opgang doet in politiek en publiek, staat inmiddels voor ernstige stroomtekorten, enorme prijsstijgingen en wankelende distributiemaatschappijen.

Om `Californische toestanden' te voorkomen heeft de Europese Commissie deze week een richtlijn voorgesteld, die Brussel de macht geeft om met aanbestedingen de bouw van productiecapaciteit voor gas en stroom te initiëren. Hoofddirecteur Verberg fulmineerde gisteren zeer fel tegen deze richtlijn. Volgens hem leidt juist een verregaande overheidsbemoeienis tot `Californische toestanden' in Nederland, omdat de markt dan zijn werk niet kan doen. De eerste bevindingen van de Californische toezichthouder, die gisteren werden gepubliceerd, wijzen er op dat de `markt' niet in staat is geweest of wilde zijn om te zorgen voor genoeg productiecapaciteit.

De politieke discussie in Nederland spitst zich niet toe op de productie van stroom – afgezien van een recent voorstel van het Tweede Kamerlid Crone (PvdA) om de minister de bevoegdheid te geven producenten te dwingen capaciteit bij te bouwen. Een meerderheid van de Tweede Kamer van PvdA, CDA, Groen Links en SP maakt zich vooral zorgen over de infrastructuur, van gasnetten tot kabels. Deze infrastructuur is een natuurlijk monopolie, dat gegarandeerd onafhankelijk moet zijn en toegankelijk voor meerdere marktpartijen. Tot voor kort geloofde een Kamermeerderheid dat een sterke toezichthouder genoeg is om de vitale infrastructuur te waarborgen – de regeringspartijen VVD en D66 geloven dat nog. De PvdA is echter `om' gegaan en wil nu net als bijvoorbeeld het CDA ook het eigendom veilig verankeren.

Dus mogen van de Kamer de regionale stroomnetten niet worden meeverkocht met de regionale distributiebedrijven, omdat anders de handel en het transport in één hand blijven ondanks een juridische scheiding. Dus houdt de Kamer voorlopig ook de beursgang van Schiphol tegen, zolang niet duidelijk is wat dit betekent voor gebruikers als KLM. Gasunie onderzoekt splitsing, omdat klanten en concurrenten niet kunnen geloven dat de commercanten op geen enkele wijze informatie uitwisselen.

Ook aan het natuurlijk monopolie van kabelgigant UPC wordt geknaagd. Volgens De Volkskrant van vanmorgen begint de satellietschotel eindelijk terrein te winnen als alternatief voor de kabel. De toezichthouders NMa (mededinging) en Opta (telecom) willen dat de kabel ook opengaat voor andere internet-aanbieders dan UPC-dochter Chello, waardoor de huidige monopoliewinst kan verdampen. Op vergelijkbare wijze worden de regionale distributiebedrijven zonder netten driekwart minder waard, ofwel zo'n 25 miljard gulden voor de hele sector. De gemeenten zullen blij zijn dat ze hun kabelbedrijven al hebben verkocht, nu nutsland een niemandsland is geworden.