Museum Kabul laat `niets' zien

Het Nationaal Museum in de Afghaanse hoofdstad Kabul heeft deze week zijn deuren weer geopend – om te laten zien dat er niets meer over is van de beelden die daar stonden. Volgens medewerkers van het museum, dat de afgelopen jaren zwaar beschadigd en grotendeels leeggeroofd is, zijn recentelijk veertig beelden kapot geslagen en gegooid. Dat is gebeurd in opdracht van de geestelijk leider van de Talibaan, Mohammad Omar.

In Omars opdracht zijn onlangs ook de twee eeuwenoude, reusachtige boeddhabeelden in Bamiyan opgeblazen. Die daad heeft in de hele wereld reacties van afschuw opgeroepen. De Talibaan (`studenten') zijn nauwelijks geschoolde strijders die islamitisch fundamentalisme prediken in zijn extreemste vorm. In de ogen van Omar moesten alle beelden verdwijnen omdat ze, ongeacht hun cultuurhistorische waarde, afgodsbeelden zijn.

Omar zei deze week tegen een Pakistaanse journalist dat Afghanistan een goddelijke beloning mag verwachten voor het vernietigen van de beelden.

Het land is momenteel in de greep van de ernstigste droogte in 3O jaar waardoor hongersnood dreigt. Honderdduizenden mensen zijn uit hun woongebieden weggetrokken. `Omdat we zo lang hebben gewacht met het opblazen van de beelden, is er droogte gekomen. Nu we ze hebben vernietigd, zal God ons zegenen met regen', zei Omar.