Mol in Hollywood

Steven Soderberghs twee laatste films maken zondag kans op zowel een Oscar voor de Beste film als voor de Beste regie. Hij tart Hollywood en zet het naar zijn hand.

`It's all downhill from here!', zei Steven Soderbergh, toen hij in 1989, 26 jaar oud, de Gouden Palm in ontvangst nam voor zijn debuutfilm sex, lies and videotape. Het heeft er even op geleken dat zijn voorspelling uit zou komen. Zijn tweede en derde film, KAFKA en King of the Hill, werden algemeen beschouwd als een teleurstelling en in het midden van de jaren negentig maakte Soderbergh films die niemand wilde zien en in Nederland zelfs de bioscoop niet haalden. Maar aanstaande zondag zit Soderbergh, inmiddels 38, in het Shrine Auditorium in Los Angeles, waar de Oscars worden uitgereikt. Hij regisseerde twee van de vijf als beste film genomineerde titels: Erin Brockovich en Traffic, en werd ook nog tweemaal genomineerd als beste regisseur. De enige regisseurs die in de geschiedenis van de Academy Awards voor verschillende films in hetzelfde jaar genomineerd werden waren Clarence Brown in 1930 en Michael Curtiz in 1938, maar dat was in de bloeitijd van het studiosysteem, toen een regisseur op industriële basis soms wel vijf films per jaar kon maken.

Soderbergh daagt met zijn werkwijze juist de machinerie uit en bewijst dat je betere films kunt maken als je lak hebt aan logge productiemethoden. Traffic, een film van twee en een half uur die een panorama schildert van handel in, gebruik van en jacht op drugs in Amerika en Mexico, wordt wel `de Dogma-film van 49 miljoen dollar' genoemd. Het is een van de duidelijkste Amerikaanse navolgers van het Deense Dogma95-manifest, dat opriep tot nieuwe soberheid in de toepassing van ongebreidelde technische mogelijkheden. Soderbergh bediende zelf de camera, van de schouder, en creëerde zo een grote bewegingsvrijheid voor de acteurs, die dus niet meer van het ene kruisje op de vloer naar het andere hoeven te lopen, om camera en licht te gerieven. Het resultaat is dat Michael Douglas, Benicio del Toro en Julia Roberts Soderbergh op handen dragen.

Julia Roberts, Brad Pitt, George Clooney en Andy Garcia treden ook op in de film die Soderbergh nu aan het draaien is in Atlantic City: Ocean's Eleven, een remake van de casinokomedie die de Rat Pack van Frank Sinatra en Dean Martin in 1960 beroemd maakte. En opnieuw bedient Soderbergh zelf de camera, want, zegt hij in interviews, als je dat eenmaal gedaan hebt, wil je nooit meer anders. Overigens gaf die beslissing bureaucratische problemen bij de credits van Traffic: de regisseur wilde vermelden `een film geregisseerd en gefotografeerd door Steven Soderbergh', maar dat vond de vakbond van scenarioschrijvers niet goed, omdat de schrijver eerder genoemd moet worden dan de cameraman. Omdat hij niet tweemaal op de credits wilde wordt het camerawerk nu toegeschreven aan `Peter Andrews', de eerste namen van Soderberghs overleden vader.

De populariteit van Soderbergh onder zijn voor de Oscars stemgerechtigde collega's in Hollywood betekent een doorbraak voor de nieuwe filmopvattingen uit Europa. Ook de Amerikaanse creatieve goegemeente is de macht van de producenten en het formule-resultaat van hun werkwijze meer dan zat. Als voorbeeld noemt Soderbergh niet alleen Dogma95, maar ook de nieuwe generatie literaire auteurs in Amerika, zoals Dave Eggers en David Foster Wallace, omdat zij op een originele manier emoties proberen op te roepen. Bovenal is Soderbergh een cinefiel, die zijn kantoor heeft volgehangen met affiches van Godard-films, en een levend bewijs dat de in de jaren vijftig door Franse critici gepostuleerde `auteurstheorie' nog lang niet achterhaald is, zelfs niet in het hol van de Californische leeuw.

Louisiana

Steven Soderbergh werd geboren op 14 januari 1963 in Atlanta, maar groeide op in Baton Rouge, Louisiana, waar zijn vader rector magnificus was. Op zijn dertiende begon hij filmpjes te maken op super8 en volgde hij een cursus animatiefilm. Vijf jaar later vertrok hij naar de westkust, werkte daar onder meer als muntenwisselaar in een speelhal en bekeek in hoog tempo oude films. Zijn eerste succes was een opdracht van de rockgroep Yes voor een video van hun concerttournee, en op 24-jarige leeftijd kon hij zijn eerste bioscoopfilm gaan maken.

sex, lies and videotape, volgens de overlevering geschreven tijdens een autorit van Baton Rouge naar Hollywood, was een ingenieuze beschouwing over de steriliteit van relaties. Net als Atom Egoyan liet Soderbergh zien hoe het soms alleen nog maar mogelijk is om door de lens van een videocamera intiem contact te onderhouden. Het verschil met Egoyan was niet alleen een Gouden Palm, maar ook een opbrengst van 100 miljoen dollar. Wie zo'n hit maakt voor 1,2 miljoen dollar, kan verzekerd zijn dat alle deuren in Hollywood wijd open gaan.

Eigenwijs sloeg Soderbergh de meeste commerciële aanbiedingen af, en maakte twee films voor een niet al te hoog budget, waarmee hij nieuwe stijlmiddelen wilde beproeven. Het in zwart-wit in Praag gedraaide KAFKA (1991) bewees eer aan het Duitse filmexpressionisme en King of the Hill (1993) was een liefderijke hommage aan het Amerikaanse platteland van de Depressiejaren. Geen van beide films had veel succes bij de kritiek of het publiek, omdat de verwachtingen omtrent het wonderkind Soderbergh te hoog gespannen waren.

Het dieptepunt vormde in 1994 The Underneath, een remake van de film noir Criss Cross (Robert Siodmak, 1949), die hij in een sombere periode maakte, en waar hij nooit in geloofd heeft. In mei 1996 presenteerde het festival van Cannes als surprisefilm Schizopolis, een voor een schijntje eigenhandig geproduceerde, geregisseerde en gefotografeerde absurde parodie op de Scientology Church, waarin Soderbergh, zijn ex-vrouw en dochter zelf hoofdrollen speelden. Het bleek een nieuw begin. De film is sporadisch vertoond maar betekende een herovering van de vrijheid van expressie die cruciaal zou blijken. Nu noemt Soderbergh Son of Schizopolis als een van zijn nieuwe projecten, naast onder meer een Amerikaanse remake van Andrei Tarkovski's science fiction-film Solaris.

Filmplezier

Tijdens de opnamen van Schizopolis kreeg Soderbergh een telefoontje met de aanbieding om een film te maken naar een boek van de als onverfilmbaar beschouwde thriller-auteur Elmore Leonard. Out of Sight (1998) kwam uiteindelijk in dezelfde periode in de bioscoop als de Leonard-films Get Shorty en Jackie Brown en had groot succes. Het is moeilijk iemand te vinden die niet genoot van het onbekommerde filmplezier, dat Soderbergh aan sterren als George Clooney en Jennifer Lopez wist te ontlokken.

Zijn volgende film was even inventief, maar moeilijker toegankelijk. In The Limey trekt een Engelse gangster (Terence Stamp) naar Los Angeles om wraak te nemen op drughandelaar en platenproducent Peter Fonda voor de dood van zijn dochter. Niet alleen gebruikt Soderbergh subliem het jaren zestig-charisma van zijn twee hoofdrolspelers, ook de vormgeving getuigt van Soderberghs bewondering voor de filmauteurs van die periode. De flashbacks naar de jonge Stamp zijn afkomstig uit Ken Loach' debuut Poor Cow (1967) en de pitch waarmee Soderbergh zijn film aan de man bracht was: `Een jaren-zestig-gangsterfilm als Get Carter geregisseerd door Alain Resnais'.

In dezelfde periode schreef Soderbergh een interviewbook met Richard Lester, de regisseur van de Beatles-films, onder de titel Getting Away With It, or: The Further Adventures of the Luckiest Bastard You Ever Saw.

Loach' onopgesmukte blik op het dagelijks leven in de arbeidersklasse is ook van invloed geweest op Soderberghs Erin Brockovich. Op het eerste gezicht is het op ware feiten gebaseerde relaas van een tweemaal gescheiden moeder van drie kinderen, die als administratief medewerkster van een klein Californisch advocatenkantoor een milieuschandaal aan het licht brengt, een licht politiek geëngageerde voelgoedfilm, type Silkwood of John Grisham's The Rainmaker. Maar wie op de dvd van de film alle in documentaire stijl gedraaide, voor de bioscoopversie gecoupeerde scènes ziet, wordt zich meer bewust van de authentieke toon van de film, die juist onverwachte aspecten van de Amerikaanse werkelijkheid aan het licht brengt. De titelrol van Julia Roberts is een lucide instinker: niemand neemt haar personage serieus, omdat ze er veel te sexy uitziet voor een milieu-activiste. Hetzelfde vooroordeel trof de film Erin Brockovich, die zoals wel vaker in Soderbergh-films het geval is, hypocrisie aan de kaak stelt, en dat doet op een appetijtelijke en aanstekelijke wijze.

De dubbele Oscarnominatie van Erin Brockovich en Traffic is representatief voor het tweesporenbeleid van de mol Soderbergh in het Hollywood-establishment. Net als de filmmakers die door Godard en de zijnen in de jaren vijftig in het Amerikaanse studiosysteem werden ontdekt en tot `auteurs' werden bestempeld (Nicholas Ray, Howard Hawks, Budd Boetticher), onderscheidt Soderbergh zich van veel van zijn collega's door het vermogen om het systeem naar zijn hand te zetten. Aan de andere kant maakt hij ook films, zoals Traffic, die de wetten en bepalingen van de filmindustrie openlijk tarten. Het aardige van de huidige stemming in Hollywood is dat die regels hun geldigheid lijken te verliezen. In het jaar dat een Chinees gesproken film (Crouching Tiger, Hidden Dragon) een serieuze kans maakt de Oscar voor beste film te winnen, kunnen een openlijke aanval op de schijnheiligheid van het Amerikaanse drugsbeleid en een film met een intelligente hoofdrol van Julia Roberts de weg plaveien voor een nieuwe, door de Deense Dogma-beweging geïnspireerde manier van filmen. In Hollywood!

`Traffic' draait in de Nederlandse bioscopen, `Erin Brockovich' en andere films van Steven Soderbergh zijn te huur in de videotheek.