Miloševic-scenario's

BELGRADO HEEFT ,,een aantal onderzoeken in gang gezet die nog maar kort geleden ondenkbaar waren''. Daarop wees de Servische minister van Justitie, Batic, onlangs nog eens met enige nadruk: ,,Niemand is immuun.'' Het net is bezig zich te sluiten. De chef van de geheime politie Markovic is al opgepakt voor verhoor. De verhouding met het VN-tribunaal blijkt bij het bezoek van een Servische delegatie van de afgelopen dagen aan Den Haag aan de beterende hand te zijn. Maar de grote vraag blijft de grote M: wat gebeurt er met Miloševic?

De Servische onderzoekingen vallen in drie soorten uiteen: financiële misdrijven, politieke wandaden en oorlogsmisdrijven. Dat maakt verschil. Voor de eerste categorie loopt de door corruptie geteisterde bevolking warm. De tweede categorie van intimidatie en moord gaat meer de klasse van politici en media ter harte. De derde categorie lijkt toch vooral te leven in een veel kleinere kring van activisten voor de rechten van de mens.

Deze laatste mag een kleine groep zijn, maar zij kan zich erop beroepen dat Miloševic door zijn eigen volk ten val is gebracht en niet door ingrijpen van buiten. De Gideonsbende kan aanspraak maken op krediet bij zijn waarschuwing dat ook de oorlogsmisdaden berecht moeten worden. In de praktijk bevordert de volksopstand tegen Miloševic echter ook het sentiment dat Servië de justitiële afrekening met de voormalige machthebbers zelf voor zijn rekening kan nemen en dat een internationaal tribunaal daar geen boodschap aan heeft.

BEGIN DIT JAAR werd de aanklager van het Joegoslavië-tribunaal, Del Ponte, in Belgrado onthaald op wat werd beschreven als een lange les van de federale president – en voormalig professor in de rechten – Koštunica over het verbod op uitlevering van eigen onderdanen. Mevrouw Del Ponte zelf had het over een ,,politieke tirade''. Wellicht loopt het geleerde staatshoofd een les achter. Het gaat hier niet om een gewone uitlevering, maar om de overdracht van een gezochte oorlogsmisdadiger aan een internationaal tribunaal dat zich onder gezag van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties daarbij beroept op zijn hoge bevoegdheid voor vrede en veiligheid.

Koštunica is president van een rompfederatie. Dat was het front waaraan de beslissende confrontatie met Miloševic plaatshad. Maar het zwaartepunt ligt in Servië dat een eigen bestuur heeft. Dit geeft signalen af dat het wil werken aan herziening van de uitleveringswet. Daarmee is de kou echter niet uit de lucht, gezien de strafbehoefte in het land zelf. Er is een scenario waarin Miloševic in Belgrado wordt berecht voor misdrijven tegen zijn eigen volk, waarna de weg vrij is voor overdracht aan Den Haag om zich te verantwoorden voor internationale misdaden.

DIT SCENARIO heeft complicaties. Wordt het tussenspel niet een eindspel? De aanklacht van het tribunaal betreft bovendien het gevoelige punt van Kosovo. Veel Serviërs vinden dat zij daarvan eenzijdig de schuld krijgen, een diepgewortelde reflex. Een tegenklacht tegen de NAVO is door Del Ponte niet overgenomen. Van belang is wel dat zij deze week heeft toegezegd oorlogsmisdaden aan de Albanese kant in onderzoek te nemen.

Er staat verder nog het nodige open tegen Miloševic in verband met Bosnië en Kroatië. Ook hier dient zich een tussenscenario aan: een commissie van waarheid en verzoening. Latijns Amerika en Zuid-Afrika leveren precedenten. Voor het voormalige Joegoslavië bevatten deze echter twee onrealistische proposities: een forum van álle betrokkenen en de mogelijkheid van amnestie. De Serviërs zelf mogen Miloševic het nodige te verwijten hebben, maar zij zullen onderaan déze tafel zitten. Het is moeilijk voorstelbaar dat de Bosniërs, Kroaten en Albanezen zullen instemmen met een aflaat. Daarmee vervalt het motief voor Miloševic voor een volledige biecht.

De initiatieven voor een Joegoslavische waarheidscommissie zijn niet zonder waarde. Maar zij zijn wel bestempeld tot een aanvulling en niet een vervanging van uiteindelijke berechting van Miloševic door het VN-tribunaal.