Maak ministerie voor consumentenveiligheid

Het is niet ondenkbaar dat de oproep van de commissie-Oosting tot een culturele revolutie wordt gereduceerd tot enig cosmetisch gemorrel aan procedures. Maar de werkelijkheid noopt tot onmiddellijke actie die moet uitmonden in een ministerie voor de veiligheid van de consument, meent Roger Vleugels.

De politieke en bestuurlijke reacties op het rapport van de commissie-Oosting geven te denken. Na de hype over het koppensnellen dreigt nu al wat altijd dreigt: de onderste la. Voor het overige wordt de culturele revolutie gereduceerd tot wat cosmetisch gemorrel aan procedures.

Het rapport serieus nemen, de slachtoffers van rampen werkelijk een dienst bewijzen dient te leiden tot een zeer forse reorganisatie van alle overheden. Kernpunten daarbij moeten zijn: complete verbouwing van de systematiek van vergunningverlening naar een één-loket-organisatie, en daarnaast het onder vakministeries vandaan halen van alle inspectie en controle-organisaties. Anders gezegd: de oprichting van een ministerie voor Consumentenveiligheid.

Dit ministerie dient te omvatten alle inspectie- en controleorganen die nu onder zo wat alle ministeries vallen. Deze organen dienen wel grondig te worden gereorganiseerd.

Dat deze lichamen nu onder de bijbehorende vakministeries vallen leidt tot inertie en tot territoriumdriften tussen inspecties onderling.

Resultaten van dit gedrocht kent iedereen. Inspecties komen veel minder of letterlijk nooit inspecteren; of alleen na meldingen of vooraankondiging. Bevindingen worden geheim gehouden of er wordt niet gewaakt over uitvoering van aanzeggingen, enzovoort, enzovoort. Situaties waarin zes ministeries en reeksen daaraan gekoppelde vergunningverleners en inspecties langs elkaar heen kunnen werken, zoals in Enschede, dienen fysiek onmogelijk te worden. Alleen afspreken dat het beter moet, zal nooit werken.

Het is te zot voor woorden dat daags na Volendam in diverse gemeenten inzage in brandweerinspecties inzake de lokale horeca geweigerd wordt aan burgers en de pers. In de eerste plaats hebben overheden te onzent inmiddels voldoende bewezen een minimum aan veiligheid en controle niet te kunnen leveren. Enige bescheidenheid zou hier op zijn plaats zijn. In de tweede plaats is het een recht om toegang te hebben tot zulke informatie.

Maar het gaat niet alleen om rampen zoals in Enschede en Volendam, maar ook om BSE, om modificatie van genen, om toevoeging van verslavende componenten aan rookwaren. Het gaat om diensten als de Rijksdienst voor keuring van Vee en Vlees die acht jaar sanctioneerde dat voor menselijke consumptie afgekeurde vetten als grondstof voor margarine gebruikt worden; om gezondheidsinspecties die zelfs na sterfgevallen in ziekenhuizen vertrouwen op rapportage door betrokkenen; om de onderwijsinspectie die voor zwarte scholen een lager niveau acceptabel acht dan voor witte scholen. Het gaat ook om inspecties en onderzoeksinstituten die, dat blijkt uit een onderzoek van medewerkers van de Leidse universiteit, keer op keer hun bevindingen eerst in concept voorleggen en daarna `licht aangepast' presenteren. Het moge duidelijk zijn: de overheid moet op de schop.

Daarnaast moet in iedere gemeente en provincie en bij de rijksoverheid één loket komen voor vergunningverlening, inspectie en controle. Om de de nieuwe opzet op het vlak van wetgeving, vergunningverlening, controle, inspectie alsmede opsporing in goede banen te leiden, is weliswaar een overgangssituatie nodig maar toch noopt de werkelijkheid tot onmiddellijke actie. Dit kan door, nog voor de zomer, het instellen van een monitor-commissie. Deze moet beschikken over vergaande bevoegdheden en dient maandelijks haar bevindingen in de Tweede Kamer bespreken. Niet alleen de rijksoverheid, in elke provincie en iedere gemeente dient een monitor-commissie te komen. En na de verkiezingen dient die commissie plaats te maken voor het ministerie voor Consumentenveiligheid.

De monitor-commissie moet de bevoegdheid krijgen bindende convenanten af te sluiten waarvoor zonodig bestaande wet-en regelgeving opzij geschoven wordt. Ook moet zij opsporingsbevoegdheid krijgen terzake van vergunningverlening, inspectie en controle.

Lukt niets van dit alles dan kunnen de kreten: `het leervermogen van de overheid is verstopt' en `een culturele revolutie' evenzo op de vuilnisbelt als de 'lessen voor de toekomst' van de Bijlmer-enquête.

Roger Vleugels is juridisch adviseur openbaarheid van bestuur.