Maak dood

Mijn vader zegt: `Mond- en klauwzeer

hebben we altijd gehad en het was

geen lolletje, maar we konden ermee

leven.' Hij is van 1919, van

een dorp.

Voor elke koe op stal komt het moment

dat ze haar liever dood dan levend

hebben. Nu voor hele stallen tegelijk.

Koeien en hun kalveren,

varkens en hun biggetjes,

schapen, geiten en hun lammeren,

maak dood, maak dood, maak dood.

Voor alle zekerheid,

om erger te voorkomen,

omdat het vuur nu eenmaal branden

en de schoorsteen roken moet.

Mijn vader zegt dat en ik denk aan

de bezorgdheid van een koe, vreemde

geluiden, vreemde mensen, vreemde

handelingen in haar buurt. Ik denk

dat ieder dier alleen zijn eigen leven

leven kan, alleen zijn eigen dood

kan sterven.

In de schuren en op erven stapelen

de argumenten zich op.

Koos van Zomeren