Jitka Hanzlová

Je moet maar durven. Als er in de kunst op dit moment een onderwerp is uitgekauwd dan is het wel het fotografische portret. En dan het liefst in serie; alsof er in het spoor van foto-sterren als Rineke Dijkstra een roedel hongerige fotografen de wereld over trekt om ieder een andere bevolkingsgroep voor hun camera te claimen. Beat Streuli bijvoorbeeld, doet gehaaste stadsmensen, Esko Männikkö vervallen Laplanders, Thomas Struth rijke Amerikaanse of Duitse families, Bertien van Maanen mensen op de rand van verval, Céline van Baalen heeft moslimmeisjes, Helen van Meene getormenteerde pubers, enzovoort, enzovoort. Enige mate van gemakzucht is deze fotografen niet vreemd, want door hun manier van werken wordt iedere foto meteen een aflevering uit een sociologische serie. Als de foto's afzonderlijk niet veel voorstellen wordt de toeschouwer altijd nog verleid door een spelletje `zoek de verschillen'.

Een andere opvallende overeenkomst tussen de seriefoto's is dat de modellen de fotograaf altijd hardnekkig negeren. Nooit kan er een lachje af, de geportretteerden staren voor zich uit als kerkgangers die een saaie preek uitzitten. De reden voor deze `neutrale' blik is ongetwijfeld dat ze de toeschouwer de mogelijkheid biedt zijn eigen emoties op het model te projecteren. Het model als ledepop, waarop de toeschouwer zijn voyeurisme ongegeneerd kan uitleven. Wie overigens ooit probeerde zulke gezichten in de werkelijkheid terug te vinden merkt dat dat nog niet meevalt. Het wegpoetsen van iedere gelaatsuitdrukking is een van de moeilijkste onderdelen van het werk van de portretfotograaf. Echt lukken doet het zelden.

Je moet dus maar durven om in deze tijd opnieuw met portretten te komen, zoals de Annet Gelink Gallery nu doet met de Tsjechische fotografe Jitka Hanzlová. Daar komt nog bij dat Hanzlovás portretten op het eerste gezicht niet erg opvallen. Nu is dat in het portretten-genre vaak een teken van zelfvertrouwen. De fotografe heeft geen toeters en bellen nodig, ze durft te vertrouwen op haar vaardigheid en haar keuze van modellen. Dat zelfvertrouwen komt bij Hanzlová ook tot uitdrukking door de keuze van haar `groep': geen curieuze sociologische subcategorie, maar gewoon vrouwen. Oud en jong, blank, bruin en Aziatisch, ze zitten er allemaal tussen. Hanzlová heeft zelfs de verleiding weerstaan ze dicht op de huid te zitten of in curieuze pozes te manoeuvreren.

De aantrekkingskracht van deze portretten zit dan ook in iets opmerkelijks: Hanzlová is de koningin van de lege blik. De blikken van haar modellen zijn neutraal, zo leeg dat het bijna beangstigend wordt. Hoe je ook kijkt, het is niet vast te stellen hoe deze vrouwen zich voelden op het moment dat Hanzlová ze vastlegde. Daarmee levert de fotografe een curieuze prestatie: ze is een van de beste persoonlijkheidsgummers in het genre tot nu toe.

Doordat de modellen niets van hun stemming verraden krijgt de toeschouwer de neiging de persoonlijkheid van de gefotografeerden af te lezen uit de rest van de foto. De modellen worden spiegels, wier emoties worden ingevuld door de gebouwen, bomen en planten om hen heen. En dus ga je alsnog vragen stellen. Hoe komt de strenge, zakelijk modieus geklede Aziatische Sylvia bijvoorbeeld terecht in die industriële gribus? Of wat doet de nette, in vrijetijdskleding gestoken Claudia aan de rand van een tarweveld? Hanzlová geeft geen antwoorden, en weigert iedere hint. Zo laat ze zien dat zelfs mensen die je ongegeneerd kunt bekijken, volkomen raadselachtig kunnen blijven.

Jitka Hanzlová bij Annet Gelink Gallery, Laurierstraat 187-189, Amsterdam. Di t/m vr. 11-18u. za. en de eerste zondag van de maand 13-17u. T/m 21 april.

Werk van Jitka Hanzlová is tevens te zien in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam t/m 27 mei.