Hoge Raad wijst beleggers DAF door naar nieuwe rechter

De beleggers in obligaties van het in 1993 failliet verklaarde DAF moeten hun schadeclaim ter waarde van inmiddels 270 miljoen gulden op de banken van DAF opnieuw gaan bevechten.

De Hoge Raad heeft vanochtend een arrest vernietigd van het Amsterdamse gerechtshof, dat de beleggers een evenredig recht op de boedelinkomsten gaf.

,,De uiteindelijke uitkomst van de procedure staat nog niet vast'', zegt mr E. Grabant die bij de Hoge Raad als advocaat van de beleggers optreedt. ,,Als de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof in stand had gehouden was dat gunstiger geweest voor mijn cliënten.''

Het gerechthof in Den Haag moet nu de zaak, gewapend met de criteria die de Hoge Raad heeft vastgesteld, opnieuw beoordelen.

De schadeclaim vloeit voort uit het bankroet van DAF, in 1993. Een jaar daarvoor hadden de banken alle materiële bezittingen, zoals machines en gebouwen, van DAF als zekerheid gekregen voor de terugbetaling van hun kredieten. DAF had in 1988 echter voor een bedrag van 150 miljoen gulden obligaties (effecten met vaste rente) uitgegeven. DAF beloofde die beleggers dat zij gelijkelijk zouden delen in zekerheden die later wellicht aan financiers werden gegeven.

Na het bankroet van DAF bleek dat de obligatiebeleggers louter recht hadden op de aandelen van de dochterbedrijven van DAF, die waardeloos waren. De beleggers kwamen daartegen na lang aarzelen in het geweer. Zij beriepen zich onder meer op uitspraken van voormalig topman A. van der Padt van DAF dat het bij de uitgifte van de obligaties de bedoeling was geweest dat de beleggers meedeelden in alle zekerheden.

De Hoge Raad zegt nu dat de maatstaf voor het al dan niet meedelen door de beleggers louter de tekst is van de zogeheten trustakte die DAF, als geldnemer, en de trustmaatschappij NTM, als vertegenwoordiger van de beleggers, hebben opgesteld. Het Amsterdamse gerechtshof had een veel ruimere maatstaf geformuleerd, op basis waarvan de beleggers wél moesten meedelen in alle DAF-bezittingen.