Grijs verleden

Het `ongelooflijk' en `onvoorstelbaar' vliegt je om de oren, schrijft Bas Blokker over mijn boek Grijs verleden (Boeken 16.03.2001). Ikzelf geloofde hem en schaamde me. Maar toen ik zijn uitspraak even later controleerde (dat is tegenwoordig eenvoudig), bleek hij volstrekt onjuist: op 470 pagina's komt het woord onvoorstelbaar precies twee keer voor, twee keer het woord `onvoorstelbaarheid'. Dat is één keer per 115 pagina's! Bij `ongelooflijk' is de onjuistheid van Blokkers bewering zo mogelijk nog duidelijker. Het woord komt inderdaad 5 keer voor, maar 3 keer daarvan in een citaat.

Het slechte tellen van Bas Blokker is kenmerkend voor zijn recensie. Die is vol tegenspraken. `Ondanks pleidooien om het perspectief op de oorlog te verbreden', schrijft hij in kolom 1, `blijkt het goed/fout schema hardnekkig.' Maar aan het eind van zijn stuk oppert hij als belangrijkste kritiek op Grijs verleden dat het een goed/fout beeld nuanceert dat al lang achterhaald is.

Nog zoiets: aan het begin van z'n recensie zegt hij dat de opgenomen dagboekaantekeningen en tabellen `kracht van bewijs' hebben. Even later beweert hij dat diezelfde dagboekbewijzen niets bewijzen – terecht overigens want hoeveel van dergelijke aantekeningen heb je nodig om overtuigend te zijn? Maar zeg dan niet eerst dat ze `kracht van bewijs' hebben.

Derde punt: Blokker zegt via een citaat uit het boek dat de schrijver van Grijs verleden zich verbonden voelt met een groeiend aantal moderne onderzoekers.

Hun namen had hij vele malen kunnen vinden in de bibliografie en de noten. Maar aan het eind zegt hij dat `Van der Heijden in zijn opzet geen plaats [kan] vinden voor de nuanceringen die in de loop der jaren óók zijn aangebracht in het geschiedbeeld.' Onbegrijpelijk, zo'n opmerking, temeer omdat Blokker hier ook nog eens verwijst naar W.F. Hermans en andere literatoren. Alleen al het voorwoord + een blik in het register hadden hem ervan kunnen overtuigen dat juist Hermans een belangrijke rol in het boek speelt.

Laatste detail: `voor het gemak laat Van der Heijden eerdere uitingen van Oranjegezindheid [het gaat hier over Wilhelmina] weg,' schrijft Blokker. `Om de bekendste maar te noemen: Anjerdag.' Het is het zoveelste bewijs dat hij het boek slecht gelezen heeft. Het hoofdstuk over het verzet opent klassiek: met Anjerdag.