Grijs verleden 3

,,Eerst was er de oorlog, daarna het verhaal van die oorlog. De oorlog was erg, maar het verhaal maakte de oorlog nog erger'', aldus Chris van der Heijden. Een aanvechtbare stellingname.

Het verhaal over de oorlog erger dan de oorlog zelf? Voor wie? Zéker voor diegenen die liever niet meer aan hun rol daarin herinnerd wilden worden. Maar voor de overlevenden kon het verhaal van de oorlog niet erger zijn dan de oorlog zelf.

Voorts beticht Van der Heijden L. de Jong van zwart-wit-denken als gevolg waarvan elke discussie over de oorlog uitdraait op de vraag: goed of fout. ,,Achtennegentig procent van de Nederlanders deed, nou ja, eigenlijk niets'', aldus Van der Heijden. Het `model' waarnaar veel oorlogsboeken geschreven zijn, ,,veel informatie over helden, iets minder over schurken, enkele anekdotes die de tranen doen wellen en heel wat spannende details'' noemt hij `het model De Jong'. Maar dit is geen `model De Jong', dit is een karikatuur. De Jong spreekt inderdaad van de `foute sector', de `gehate minderheid' van NSB en aanverwanten. Maar zijn die overige, zeg achtennegentig procent, allemaal `goed', `helden', `wit' bij De Jong? Dat zie ik niet in passages als ,,Nederland dat in de eerste drie bezettingsjaren in zijn gedragingen over het algemeen, zij het vaak met lood in de schoenen, met de bezetter in de pas liep, is zich in het vierde jaar duidelijker gaan verzetten, meer dwars gaan liggen'' aldus De Jong, schrijvend over het effect van de april-meistakingen van 1943.

En over de collaboratie, door De Jong omschreven als `economische hulpverlening aan de bezetter': ,,Had men collaboratie in de zin van het op enige wijze bijdragen tot de versterking van het Duitse oorlogspotentieel strafbaar gesteld, dan had men na de oorlog vrijwel het gehele Nederlandse volk voor de rechter moeten dagen – een absurd en trouwens ook onbillijk denkbeeld. Dus maar de spons over de economische collaboratie? Bepaald niet.''

Welke kritiek men ook moge hebben op het werk van De Jong, zwart-wit-schematisering kan hem niet verweten worden. Als men er oog voor heeft dat in zijn werk, naast de foute sector, sprake is van een brede schakering onder de rest van de bevolking variërend van collaboratie en gewoon doorwerkend, via `innerlijk niet neutraal' tot verzet.