Grijs verleden 1

,,Achtennegentig procent van de Nederlanders deed, nou ja, eigenlijk niets.'' En: ,,De eerste jaren van de bezetting nam het gemiddelde aantal calorieën dat de Nederlander binnen kreeg toe.'' Aldus historicus Chris van der Heijden (NRC Handelsblad, 3 maart). Twee ferme uitspraken, zonder bronvermelding.

Ik geef volmondig toe dat er geen enkele Nederlander geweest is die met zijn blote handen het Duitse leger heeft verslagen, al hebben sommigen dat wel geprobeerd. Maar iedereen was wel aan zichzelf en zijn/haar naasten verplicht om door te blijven ademen. Pas als je dat voor elkaar had kon, mocht en moest je de vraag beantwoorden wat je met die adem ging doen. Daar kwam het op aan. Zelf was ik zeer onder de indruk van het grote aantal Nederlanders die ons waarschuwden voor razzia's, ons hielpen en onderduik aanboden.

Een goede vriend van mijn ouders was voor de oorlog onder de bekoring gekomen van een stuk gedachtegoed van de NSDAP en was daar toen lid van geworden. Onder de bezetting werd hij geconfronteerd met de werkelijkheid. Hij heeft zijn lidmaatschap van de NSDAP niet opgezegd, maar het gebruikt om er mensen mee te helpen zolang als dat kon.

Van der Heijden maakt onderscheid tussen `goeden' en `fouten' en hij wil Seyss-Inquart niet tot de fouten rekenen ondanks alle ellende die Seyss-Inquart over Nederland gebracht heeft ,,omdat die man intelligent en gevoelig was''. Intelligentie en gevoeligheid als verzachtende omstandigheid. Waarop baseert hij deze omgekeerde toerekeningsvatbaarheid? En waarop baseert hij de uitspraak: ,,Die werkelijkheid, het feit dat Nederland de eerste jaren van de oorlog gewoon doorleefde, was te gênant om onder ogen te zien, zeker gezien het lot van de joden. Men kon de eigen lulligheid niet aanvaarden, en heeft toen maar een mooi verhaal verzonnen.'' Dat `verzonnen verhaal' slaat op de geschiedschrijving van Loe de Jong waarover Van der Heijden zegt: ,,Een ander verhaal had zijn generatie niet geaccepteerd.'' Je vraagt je af bij wie Van der Heijden is afgestudeerd en of hij ooit iets gehoord of geleerd heeft over de integriteit van een historicus.