Gepamperd de wereld in

Een avontuur in het buitenland is goed voor de carrière, het verdient lekker en levert status op. Maar de aanhang vormt een struikelblok. Kinderen en vooral ook partners. Die zijn steeds vaker óók hoogopgeleid, hebben een eigen carrière en willen niet meer ,,koffie leuten en tennissen in Singapore''.

Waar gebeurd. Er waren eens Engelse, Duitse en Nederlandse mariniers op een marineschip. Ze moesten een brandoefening doen. De Engelsen deden alles volgens de regels en de brand was uit. De Nederlanders deden niks volgens de regels maar blusten de fik. De Duitsers hielden zich strikt aan de voorschriften maar het vuur bleef branden. Waarmee Eric Verwaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken maar wil zeggen dat je de grootste cultuurshock niet in Hongkong krijgt, of in Nigeria, maar dichtbij huis, waar je het niet verwacht. Verwaal, opgeleid als sinoloog, werkt nu voor een paar jaar op het departement in Den Haag, bij de hoofddirectie personeel en organisatie. In Hongkong, waar hij zijn internationale loopbaan begon, was hij voorbereid op een andere cultuur, en viel de cultuurshock mee. In Berlijn daarentegen, zijn laatste standplaats, ontdekte hij dat Duitsers ,,shockerend anders zijn dan Nederlanders''.

Pieter van den Akker (43), jurist, senior vice-president en hoofd credit structuring bij ABN Amro gaat nog verder. Zijn moeilijkste overplaatsing was, elf jaar na vertrek, die naar Nederland, zegt hij. ,,Juist omdat je verwacht dat dat geen probleem zal zijn. Maar hier zit niemand op je te wachten.'' Inmiddels heeft hij er alweer een verblijf in Indonesië op zitten, waar hij countrymanager was. Van den Akker is career expat: hij tekende net als Verwaal een contract dat hij zijn hele loopbaan lang naar het buitenland uitzendbaar zou zijn. Behalve in Indonesië verbleef hij in Korea, Tokio, Zweden en Dubai. Samen met zijn vrouw Marisca, die aan het eind van zijn rechtenstudie besloot om haar baan als ergotherapeute op te geven en te kiezen voor het avontuur. Hun drie kinderen, nu twaalf, tien en zeven, werden in Tokio en Stockholm geboren.

Voor bedrijven is het steeds belangrijker om hun werknemers mobiel te houden, zeker nu landsgrenzen voor multinationals nauwelijks nog bestaan. In 1997 zonden vijftig Nederlandse bedrijven in totaal zevenduizend werknemers uit naar het buitenland. Het aantal Nederlandse expatriates of expats neemt jaarlijks met zo'n drie procent toe, ondanks de tendens van bedrijven om lokaal werknemers te werven. Bedrijven worden steeds kritischer bij het uitzenden van werkkrachten. Expats zijn kostbaar, het rendement van de uitzending is moeilijk meetbaar. Om de kosten te drukken worden traditionele uitzendingen, waarbij het hele gezin drie tot vijf jaar wordt uitgestuurd, steeds vaker vervangen door uitzendingen van een paar maanden, of veelvuldige zakenreizen, waarbij het gezin thuis kan blijven. Ook worden de periodes van uitzending korter, twee tot drie jaar.

Maar uitzendingen blijven belangrijk, om de bedrijfscultuur naar het buitenland te transplanteren, een internationaal netwerk op te bouwen, specifieke expertise te exporteren. En kruisbestuiving is belangrijk om management te kweken met de noodzakelijke internationale ervaring in een globaliserende wereld. Het is geen voorwaarde om hogerop te komen, zeggen de meeste bedrijven, maar het helpt wel. Voor werknemers die een topfunctie ambiëren bij multinationals als Unilever, ABN Amro, Philips en Shell, is internationale ervaring een must. De makkelijkste manier om die op te doen is door een jaar of drie, vier voor een buitenlandse vestiging te gaan werken, soms meermalen.

Unilever heeft 170 Nederlanders, onder wie 20 vrouwen, uitgezonden naar 40 verschillende landen. Gezinsondersteuning heeft voor het bedrijf hoge prioriteit, zegt expat-manager Martin de Jong. Het bedrijf houdt rekening met persoonlijke omstandigheden, bemiddelt bij het vinden van werk voor de partner, regelt huisvesting, adviseert bij scholing, dicht het AOW- en pensioengat dat door een verblijf in het buitenland ontstaat. Het bedrijf betaalt een expat-toeslag die afhankelijk is van de hardship – het klimaat, de afstand, de veiligheid en de voorzieningen in het nieuwe land. ABN-Amro telt wereldwijd 500 expats van verschillende nationaliteiten, waarvan negen procent vrouwen, en hanteert eenzelfde beleid. Kortom: expats gaan gepamperd op weg.

Toch neemt de mobiliteit van werknemers af. Uit onderzoek van PriceWaterhouse Coopers over 1999 en 2000 blijkt dat steeds meer bedrijven moeite hebben om voldoende werknemers te vinden die zich willen laten uitzenden. Niet omdat ze zélf niet meer willen – buitenlandse ervaring opdoen blijft onverminderd aantrekkelijk. Het is goed voor de carrière, verdient lekker en levert status op. Maar de aanhang vormt een struikelblok. Kinderen en oudere ouders, maar vooral ook partners. Die zijn steeds vaker óók hoogopgeleid, hebben een eigen carrière en willen niet meer ,,koffie leuten en tennissen in Singapore'', zegt de Rotterdamse bedrijfseconoom en voormalig expat Jan-Jaap Verolme. Hij startte in januari dit jaar het tijdschrift ExpatPlus met een gelijknamige website, dat bedrijven kopen voor partners van hun uitgezonden werknemers. Vorig jaar verrichtte Verolme een onderzoek onder een kleine vijfhonderd partners van uitgezonden werknemers in 23 bedrijven. Zestig procent van de partners van expats tussen de dertig en de veertig vindt een eigen carrière belangrijk, vond Verolme, tegen vijf procent van de partners boven de vijftig. Tachtig procent van de carrièremakende partners – meest vrouwen – werkte voor vertrek, op de plaats van bestemming was dat nog ruim dertig procent. In één op de tien gevallen bemiddelde het bedrijf bij het vinden van een baan.

De onvrede onder partners, vooral over het partnerbeleid van de werkgever, bleek groot. De werkgevers zelf waren in de veronderstelling dat er weinig problemen bestonden. Verolmes belangrijkste conclusie is dan ook dat het ontbreekt aan communicatie tussen werkgever en partner. ,,Het is een lastig probleem'', zegt hij. ,,Als je als bedrijf de partners té serieus neemt, kost het handenvol geld. Dan willen ze een MBA-opleiding doen, van veertigduizend gulden. Dat geeft dan weer scheve ogen op de compound, bij de andere partners. Zo'n opleiding is een statussymbool, het geeft aan dat het bedrijf jouw man belangrijk genoeg vond om dit voor je te betalen.''

Ik verveel me hier dood, antwoordt een cum laude afgestudeerde respondente. En dat interesseert de werkgever geen ene bal. Dit is dus de eerste en de laatste uitzending geweest, alleen weet de werkgever dat nog niet. ,,De expat praat er niet met zijn werkgever over als zijn partner het moeilijk heeft'', zegt Verolme, ,,die wil zijn gezicht redden. Het afbreken van een uitzending kost handenvol geld en is slecht voor de carrière.''

Uit onderzoek van PricewaterhouseCoopers blijkt dat veel bedrijven de partner zien als de belangrijkste stoorzender als een uitzending mislukt. Geen wonder, concluderen de onderzoekers, want de carrière en flexibiliteit van de partner staan onderaan het lijstje van belangrijke selectiecriteria van de expat-in-spe.

Frank Sonnemans (39) werkt op het Rotterdamse hoofdkantoor van Unilever als vice president investor relations. De afgelopen tien jaar verbleef hij in Engeland, Duitsland en als laatste was hij financieel directeur bij een werkmaatschappij van Unilever in Mexico. Hij koos bewust voor een internationale carrière nadat hij zijn studie bedrijfseconomie had afgerond. Zijn vrouw had HTS confectie-industrie gedaan en zegde er ,,een leuke baan'' bij Ernst & Young voor op. Hun vier kinderen — de oudste is negen, de jongste twee — kregen ze in het buitenland. Het gezin kwam een halfjaar geleden terug. ,,Vooral mijn vrouw wilde terug'', zegt Sonnemans. Om dichter bij de familie te zitten, om de kinderen meer stabiliteit te gunnen, maar ook omdat zij na tien jaar wel weer wilde gaan werken. ,,Als ze ziet dat haar vriendinnen inmiddels goeie carrières hebben gemaakt, vindt ze dat ze toch wat heeft gemist. Dat had ze ook wel leuk gevonden.'' Niet dat ze er tijdens het verblijf ,,erg onder heeft geleden'', zegt Sonnemans. Ze laadden regelmatig de vier kinderen in een busje om er over de hobbelige Mexicaanse wegen op uit te trekken. ,,Dat zijn herinneringen die je meeneemt.''

Ze zijn ,,heel gelukkig getrouwd'', zeggen zowel Sonnemans als Verwaal en Van den Akker. Hun geliefde deelde destijds in de keuze voor een carrière in het buitenland.

Maar alle drie zeggen ze ook: het expat-bestaan werkt als katalysator, goede relaties verdiepen zich, minder goede doorstaan het niet. Peter Klip (38), ingenieur weg- en waterbouw, nu countrymanager in Mexico voor 's werelds grootste baggeraar, Boskalis Westminster in Papendrecht, zag zijn eerste relatie sneuvelen. Zijn kosmopolitische bestaan was niet de oorzaak, vertelt hij tijdens zijn verlof in Nederland, maar speelde wel een rol. ,,Het is zwaar voor een relatie.'' Inmiddels heeft hij een gezin in Mexico, met een Mexicaanse vrouw.

Klip werkte in Algerije, Nigeria, Singapore, Nigeria, Hongkong, Mexico en Panama. Bij Boskalis in Mexico staan er zo'n 800 lokale medewerkers op de loonlijst, en maar een handjevol Nederlanders. Dat moet wel, zegt Klip, ,,het is niet alleen goedkoper, maar bovendien al moeilijk genoeg om dat handjevol te vinden''. Boskalis komt op afgelegen plekken, waar de baggeraar als eerste vertegenwoordiger van het rijke Westen voet aan wal zet. Dat geeft nogal eens sociale onrust bij de lokale bevolking. In Panama kwam 1.500 man op straat te staan door privatisering van de havens, en werden 200 gezinnen uit hun gekraakte huizen gezet door het containerbedrijf dat een nieuwe haven mocht exploiteren. Maar toen het containerbedrijf nog in geen velden of wegen was te bekennen, mocht Boskalis vast de haven uitdiepen, oevers opspuiten en pijpleidingen leggen. ,,Wij werden erop aangekeken, dus we zorgden dat we nooit alleen liepen en voor het donker weg waren.'' In Nigeria heeft Boskalis last van agressie tegen opdrachtgever Shell. Om sociale onrust voor te zijn, neemt Boskalis zoveel mogelijk Nigerianen in dienst. ,,Ook voor de meest onzinnige dingen.''

Veiligheid is voor de expats ,,een thema'', in die zin dat ze voorzorgsmaatregelen nemen – autoruiten blinderen, een hond kopen, bewaking inhuren. Klip, Verwaal en Sonnemans hebben zelf geen nare ervaringen. Van den Akker maakte in september vorig jaar mee dat er een bomaanslag werd gepleegd in Jakarta, in de parkeergarage van het gebouw waarin ook ABN Amro zetelde. Een chauffeur van de bank kwam om het leven. ,,Ik was verantwoordelijk voor achthonderd man. Dat heeft niks met bankieren te maken.''

Acht jaar geleden werd een ambassademedewerker in Tunis doodgeschoten, verkeersongelukken en vliegtuigongelukken eisen af en toe hun tol en drie jaar geleden raakte het gezin van een ambassademedewerker de weg kwijt in de woestijn en kwam om. Voor landen als Algerije zijn dan ook ,,geen wachtlijsten'', zegt Verwaal van Buitenlandse Zaken. Voor zulke landen is de hardshiptoeslag hoger. ,,Pecunia helpt het draaglijk te maken, daarmee kun je regelmatig even de wijk nemen naar het buitenland.''

De risico's weerhouden werknemers er niet van om te vertrekken. Het expat-bestaan lijkt zelfs verslavend. En erfelijk. Van den Akker verhuisde als kind veelvuldig en bracht een groot deel van zijn jeugd als kind van een expat door in Thailand en Hongkong — ,,een sleutelervaring''. Verwaal bracht als jongen van elf twee jaar door in Indonesië – ,,heel verrijkend, zonder dat was ik vast geen Aziatische taal gaan studeren''. Voor kinderen vinden de meeste expats het buitenlandse bestaan ,,positief''. Verwaal: ,,Behalve dan in een stad waar het loodgehalte in je kinderen te hoog wordt, zoals Kairo.'' Het leert je relativeren en beter naar je eigen cultuur kijken, zegt Van den Akker. Anderzijds is het voor kinderen moeilijk om telkens hun vriendjes achter te moeten laten. Dat heeft hij zelf vroeger ook ervaren. ,,Je leert anders met vriendschappen om te gaan, afstandelijker en intensiever. Je weet dat het maar voor even is, dat je alles er in korte tijd uit moet halen.''

Je persoonlijkheid verandert door lang in het buitenland te wonen, vindt Peter Klip. ,,Je wordt cynischer. In Nigeria zag je mensen omvallen van de honger, en hier waren stakingen en discussies over de ziekenfondsknaak.''

En dan is er de terugkeer, na de gezinsomstandigheden het grootste probleem van de uitzending. Nederland is voller geworden, de huizenprijzen zijn gigantisch gestegen, de technologie is voortgeschreden en de luxe en status van het expat-bestaan vallen hier weg. Hoewel Klip ,,voor de kinderen'' over een tijdje naar Nederland denkt terug te keren, kijkt hij er niet naar uit. ,,Als ik hier zo'n Vinex-wijk zie – da's toch een soort bekrompenheid.''