FM-zenders houden recht op frequentie

De staatssecretarissen De Vries (VVD, Verkeer en Waterstaat) en Van der Ploeg (PvdA, Cultuur) nemen het advies van de commissie-Bouw over de verdeling van radiofrequenties in grote lijnen over.

Dat is de uitkomst van beraad tussen de bewindslieden en de coalitiepartijen PvdA, VVD en D66. Bestaande landelijke FM-zenders behouden daarmee het recht op hun huidige frequenties en nieuwkomers krijgen de kans om op een veiling op drie frequentiepakketten te bieden.

Oorspronkelijk wilde het kabinet dat bestaande en nieuwe frequenties op een veiling verkocht zouden worden. De Kamer oordeelde evenwel dat daarmee de belangen van bestaande commerciële radiozenders geschaad zouden worden. Zij liepen op een veiling het risico hun investeringen in naamsbekendheid kwijt te raken als ze na de veiling niet op hun vertrouwde frequentie zouden kunnen terugkeren. Een commissie onder leiding van voormalig KLM-topman P. Bouw kreeg daarop de opdracht een nieuw verdelingsmechanisme te ontwerpen.

Volgens de betrokken bewindslieden kleven er wel een aantal bezwaren aan het voorstel. Staatssecretaris De Vries voorziet bijvoorbeeld schadeclaims van potentiële nieuwkomers omdat er sprake is van ongelijke behandeling van bestaande zenders en nieuwkomers. Daarnaast heeft de commissie ervoor gekozen om de beschikbare ruimte op te delen in meer en dus kleinere frequentiepakketten. Het bereik van een aantal frequentievergunningen zal daarom lager uitvallen en ook zal er minder ruimte beschikbaar zijn voor regionale commerciële zenders op de FM-band.

Hoeveel de bestaande zenders voor het behoud van hun frequenties moeten betalen is nog niet duidelijk. De commissie-Bouw wil een vast bedrag vragen plus een percentage van de omzet. De hoogte van het vaste bedrag is mede afhankelijk van de prijs die de nieuwkomers op de veiling bereid zijn te betalen.