Eichmann legt de schrijftafelmoord schipperend uit

Op de ovale tafel liggen folders van het Vlaams Blok over ruimtelijke ordening, ernaast een doos met brillen. Twaalf mensen lopen de repetitieruimte van het Nationale Toneel binnen en gaan aan de tafel zitten. Een publiek kun je het eigenlijk niet noemen, eerder zijn het de getuigen van een proces, dat opnieuw opgevoerd zal worden: de zaak Eichmann, die in 1961 in Jeruzalem voor de rechter kwam. Adolf Eichmann werd ter dood veroordeeld en in 1962 geëxecuteerd vanwege zijn verantwoordelijkheid voor de transporten naar de vernietigingskampen in de Tweede Wereldoorlog.

Rick van Uffelen, keurig in het pak, leest een brief voor van Eichmann aan zijn vrouw Vera: `Mijn schuld bestaat in mijn gehoorzaamheid. Ik heb nooit gedood en nooit het bevel tot doden gegeven.' Van Uffelen laat beelden zien van het proces, uit de documentaire De specialist: Eichmann zit in een glazen kooi, een formele, nerveuze man die soms als een schooljongen op de vragen van de rechter antwoordt: ,,Jawohl, das stimmt''. Dan gaat Van Uffelen aan de tafel zitten, en hij spreekt over zijn jeugd, waarin hij het gehoorzamen leerde van zijn strenge vader: de acteur is Eichmann geworden, met dezelfde houterigheid en nervositeit probeert hij zichzelf te rechtvaardigen. Aan tafel met de Schreibtischmörder.

Hannah Arendt en Harry Mulisch hebben in hun boeken over het Eichmann-proces op de theatrale elementen ervan gewezen. Het grootste probleem bij de dramatisering van het proces is echter de hoofdpersoon, die voor zowel Arendt als Mulisch iets ongrijpbaars, karakterloos, banaals bleef houden. Van Uffelen slaagt erin interesse te wekken voor Eichmann als personage, interesse vermengd met een beklemming die sterker wordt naarmate de voorstelling vordert. Eichmanns tweeslachtigheid wordt duidelijk als hij vertelt over de gruwelen die hij heeft gezien in de kampen: hij is misselijk weggerend, want dat heeft hij nooit gewild. Hij was geen moordenaar en kende geen antisemitische gevoelens; hij gehoorzaamde slechts aan de bevelen van hogerhand. Tegelijkertijd is niet duidelijk of hij zich naïever voordoet dan hij is.

De kwalijke banaliteit van Eichmann toont zich in het geschipper met de historische details, zijn selectieve geheugen, zijn gekronkel om de schuld van zich af te schuiven. In die kleingeestigheid schuilt ook iets herkenbaars; waar de diabolische Hitler alleen afkeer oproept, laat Eichmann het moreel laagste punt zien waartoe de mens kan geraken. `Een bedrogen idealist' noemt hij zichzelf op het eind, in een monoloog waarin eindelijk emotie doorbreekt. Dat de Antwerpenaar Van Uffelen ook wil aanzetten tot zelfonderzoek en waakzaamheid voor dit soort idealisme, kan het publiek moeilijk ontgaan: op een computer is steeds de website van het Vlaams Blok zichtbaar.

Voorstelling: Eichmann, door het Nationale Toneel. Tekst en spel: Rik van Uffelen. Gezien: 21/3, Repetitieruimte Nationale Toneel, Schouwburgstraat 8, Den Haag. Aldaar t/m 7/4, behalve zo. en ma. Res. 0900-3456789