`De IT-er is een holenmens'

Rome opende de ogen van architecten Joris Molenaar en Wilfried van Winden. Er bleek meer te zijn dan de Hollandse strengheid.

Het Nieuwe Bouwen is wit. Althans, zo staat het in het geheugen gegrift. De gebouwen van bijvoorbeeld de Zwitserse Fransman Le Corbusier, de Duitse Bauhaus-directeur Walter Gropius en de Nederlanders Brinkman en Van der Vlugt waren immers voorboden van een betere, gezondere wereld en wat past daar beter bij dan stralend wit, de kleur van engelen en maagden?

De grootste verrassing van het onlangs in oorspronkelijke staat herstelde Huis Sonneveld in Rotterdam is dan ook dat dit hoogtepunt van het Nederlandse Nieuwe Bouwen juist níet wit is. Dat begint al met de buitenkant van dit gebouw dat morgen als `museumwoning' opengaat voor het publiek. Na uitgebreid onderzoek bleek die bij de oplevering in 1933 niet wit te zijn geweest, maar crème-kleurig. Het interieur kent zelfs een veelheid aan kleuren. Hier hadden Brinkman en Van der Vlugt, de architecten van onder meer ook de wereldberoemde Van Nellefabriek in Rotterdam, niet alleen grijs gebruikt, maar ook onverwachte kleuren als beige, oranje-bruin en zelfs donkerbruin.

,,Dat wij denken dat het Nieuwe Bouwen voornamelijk wit is en hooguit wat andere niet-kleuren en primaire kleuren kent, komt doordat we de originele interieurs alleen van zwart-wit foto's kennen'', zegt Joris Molenaar (44). Samen met Wilfried van Winden (45) leidt hij het Delftse architectenbureau Molenaar & Van Winden dat de restauratie van de villa Sonneveld verzorgde. Vooral Molenaar is een kenner van het werk van Brinkman en van der Vlugt. Nog tijdens zijn studie bouwkunde aan de Technische Universiteit in Delft maakte hij een tentoonstelling over het werk van de beroemde Nieuwe Bouwers. Eerder reconstrueerden Molenaar & Van Winden al een ander ontwerp van Brinkman en Van der Vlugt, de villa De Bruyn in Schiedam uit 1930.

,,Ook in de villa De Bruyn troffen we in 1987 aardkleuren en primaire kleuren aan, die elkaar afwisselden tegen een achtergrond van grijs en beige'', zegt Molenaar. ,,Maar daar hebben we niet alle kleuren in oorspronkelijke staat kunnen herstellen. De mensen die ons de opdracht tot restauratie hadden gegeven, hadden het gekocht in de gedachte dat ze er weer een helder huis in wit en primaire kleuren van zouden maken. Als we het historisch juist hadden gerestaureerd, waren ze alsnog in een soort bruin café terechtgekomen. Dat wilden ze niet, wat overigens hun goed recht was.''

Le Corbusier

Molenaar & Van Winden mogen dan experts in het Nieuwe Bouwen zijn, in hun eigen werk speelt het een veel kleinere rol dan in dat van veel van hun generatiegenoten. Dit was al het geval toen ze midden jaren tachtig hun eigen architectenbureau begonnen. Onder aanvoering van Rem Koolhaas en het succesrijke Mecanoo raakten jonge architectenbureaus toen in de ban van het neo-modernisme, een herinterpretatie van het werk van Le Corbusier en andere dode Nieuwe Bouwers.

Ook in de vroege ontwerpen van Molenaar & Van Winden komen wel stijlelementen van het neo-modernisme voor, zoals de nadrukkelijke strookramen van het gezondheidscentrum aan de Nassaulaan in Delft uit 1987. Maar tegelijkertijd ontwierp het bureau toen een complex van woningen en bedrijfsruimten aan de rand van het oude centrum in Delft waarin geen spoor van het Nieuwe Bouwen is te bekennen. Het complex vormt een poort van de drukke Phoenixstraat langs het spoor naar het rustige Bagijnhof. De meeste bouwdelen zijn bekroond met een bol puntdak en de gevel langs de Phoenixstraat kreeg een neo-barokke golving. Maar het voornaamste verschil met de meeste nieuwbouw uit die tijd is iets dat nu helemaal niet meer opvalt. Terwijl hun leeftijdgenoten een sterke voorkeur voor gepleisterde gevels hadden, maakten Molenaar & Van Winden hun muren van traditionele bakstenen.

Toch voelden en voelen Molenaar & Van Winden zich geen uitzondering in de Nederlandse architectuur. ,,Op bouwkunde aan de TU in Delft werd je gehersenspoeld'', zegt Joris Molenaar. ,,Toen wij daar studeerden, was er maar één traditie die telde en dat was die van het Nieuwe Bouwen en het modernisme. Zelfs docenten als Aldo van Eyck waren in wezen maar heel beperkt. Zo verfoeide Van Eyck de Italiaan Aldo Rossi, hoewel zijn opvattingen over stedenbouw eigenlijk heel dicht lagen bij die van de postmodernist Rossi. Architecten als Giorgio Grassi en Robert Venturi bestonden helemaal niet in Delft. Herman Hertzberger hield ons altijd voor dat hij nog Ionische kapitelen had moeten tekenen toen hij studeerde. We moesten dus heel blij zijn dat wij dat niet meer hoefden, wilde hij maar zeggen.''

,,Maar buiten Delft bleek de wereld er heel anders uit te zien'', vult Van Winden aan. ,,Vooral een reis naar Rome tijdens onze studie is belangrijk geweest voor ons. Daar zagen we dat het classicisme helemaal niet saai was en dat barok fascinerende ruimtekunst is. Je doet jezelf als architect tekort als je deze tradities negeert. Ook een architect als Peutz, die voor en na de oorlog in allerlei stijlen in en rond Heerlen bouwde, was een eye-opener. We zien onszelf dan ook niet als buitenbeentjes: niet wij zijn bijzonder, maar de Nederlandse architectuur.''

Het classicisme speelt een rol in `Metamorphose', een ontwerp van Molenaar & Van Winden uit 1999 voor 182 woningen, bedrijfsruimten en een school voor het Parkkwartier Katendrecht Rotterdam. Symmetrie speelt een belangrijke rol in dit omvangrijke complex, dat binnenkort zal worden uitgevoerd. Bovendien kent het de eeuwenoude klassieke geleding van basis, middenstuk en hoofdgestel. Zelfs pilasters en tympanen komen voor er in voor. Deze klassieke ornamenten illustreren goed hoe Molenaar & Van Winden het classicisme gebruiken: de stijlkenmerken zijn gestileerd en worden uitgevoerd in hedendaagse materialen als beton.

Zo gaan Molenaar & Van Winden om met vele stijlen uit het verleden. De toelichtingen bij hun ontwerpen maken vaak melding van historische architectuurstijlen en -bewegingen als Arts & Crafts en Werkbund, maar ze citeren deze inspiratiebronnen nooit letterlijk. Het best is dit te zien in hun uitvaartcentrum in Delft uit 1998. Verwijzingen naar traditionele grafarchitectuur als Egyptische mastaba's gaan niet verder dan de iets taps toelopende deuropeningen en muren.

,,We gaan vrij om met het verleden'', zegt Joris Molenaar. ,,We zijn geen traditionalisten zoals bijvoorbeeld Kropholler dat was. Voor hem was traditionalisme verbonden met een mensbeeld en katholicisme. Dat is nu niet meer aan de orde.''

Molenaar & Van Winden zijn hedendaagse eclecticisten voor wie eclecticisme geen scheldwoord is. Molenaar: ,,We vinden eclecticisme een uitermate creatieve houding. `Elke goede architect beheerst tenminste vijf stijlen', zei een architect eens van wie ik nu even de naam ben vergeten. Wij zijn dan ook bewonderaars van 19de-eeuwse architecten als Salm en Van Gendt, die verschillende stijlen in één ontwerp gebruikten. Zo'n gebouw als de galerij in de Amsterdamse Raadhuisstraat van Van Gendt – dat is werkelijk fantastisch.''

Oude kades

Naast historische stijlen maken Molenaar & Van Winden ook hergebruik van alledaagse architectuur. ,,We zeggen wel eens tegen onze medewerkers dat de straat hun leerboek is'', zegt Wilfried van Winden. ,,Voor `Metamorphose' hebben we ook goed gekeken naar de vaak anonieme gebouwen die op de mooie oude kades in Rotterdam staan. En ook naar de grote, robuuste veemgebouwen in de haven.''

De ontwerpen van Molenaar & Van Winden kennen hierdoor een grote vanzelfsprekendheid en rust. Hun gebouwen zijn wars van effectbejag: een door hen ontworpen rijtjeshuis ziet er ook uit als een rijtjeshuis. Het zijn de zorgvuldige details en `kleine' dingen als bijzondere metselverbanden, een opwippende dakrand of roodgeschilderd houtwerk die hun werk bijzonder maken. Van Winden: ,,Het gewone, het normale is een bewust streven bij ons. Al kost het ons soms wel moeite om ons te beheersen.''

Molenaar: ,,We deinzen niet terug voor het gebruik van oertypen en van beelden met een culturele betekenis. Zoals bijvoorbeeld het oerhuis: een vierkant met een driehoek erop. Soms overdrijven we deze oervormen en beelden, maar nooit als gimmick. Het gaat altijd om serieuze overdrijving.''

Molenaar & Van Winden schrikken ook niet terug voor het bouwen in Vinex-wijken. Van de steeds herhaalde kritiek dat het hier om monofunctionele wijken gaat vol schrale rijtjeshuizen, moeten ze niet veel hebben. Ze accepteren de `gewoonheid' van Vinex. Molenaar: ,,Elke grote bouwopgave boezemt angst in. Maar de Vinex-wijken zijn in wezen niet anders dan het veelbezongen Amsterdam-Zuid van Berlage. Dat sommige Vinex-wijken nu worden herijkt en in opzet iets veranderen, betekent ook niet het faillisement van Vinex. Dat is heel normaal. De formulering van Vinex vond begin jaren negentig plaats en tien jaar uitbundige economische groei heeft een andere vraag naar woningen doen ontstaan. Maar zo ging het ook met wijken als Amsterdam-Zuid of Blijdorp in Rotterdam. Daar kun je ook heel precies aanwijzen waar men in de loop van de jaren van gedachten is veranderd en andere woningen ging maken.''

Van Winden: ,,Het dédain voor Vinex-wijken komt ook voort uit een weerzin onder de leden van de spraakmakende tegen het gewone leven en tegen het verlangen naar een huis met een tuintje. Deze houding hebben ze vermoedelijk tijdens hun opleiding gekregen. Zeker in de jaren zeventig was `anti-burgerlijkheid' de norm aan de universiteiten en hogescholen.''

Hun aandacht voor het gewone en de geschiedenis maakt ze nog niet tot `onmoderne architecten', vinden Molenaar & Van Winden. ,,Wij sluiten ons niet af van de `moderniteit' van nu'', zegt Van Winden. ,,Alleen zien we hierin geen reden om onze wortels door te snijden. Er zijn nu architecten die druk aan het verzinnen zijn hoe de architectuur van het digitale tijdperk eruit moet zien. Maar als je IT-mensen als Bill Gates hun eigen huis laat bouwen, krijg je heel wat anders dan gewelfde en gekromde ruimten. Wij geloven in de continuïteit van de evolutie. Het gevoel voor beschutting van de IT-mens wijkt niet af van dat van de holenmens.''

Bakstenen woningen

De laatste vijf jaar is het bureau van Molenaar & Van Winden gegroeid tot 25 werknemers. De komende jaren zullen grote en kleine projecten van Molenaar & Van Winden worden uitgevoerd in onder meer de binnenstad van Schiedam, Delfshaven, Rotterdam en de Vinex-locatie Haverley bij Den Bosch.

Van Winden: ,,Zo goed is het niet altijd gegaan met ons bureau. In de jaren tachtig stuitte ons werk op weerzin. Nederlandse critici konden het toen niet over hun lippen krijgen dat bijvoorbeeld onze bakstenen woningen aan de Phoenixstraat in Delft mooi waren. Buitenlanders wel.''

Molenaar: ,,Maar dat is nu anders. Wij maken nu architectuur die populair is. Dat heeft te maken met de toenemende invloed van de `consument' in de woningbouw. Die is niet alleen het gevolg van de toegenomen welvaart in de jaren negentig, maar ook van het steeds toenemende individualisme, een tendens die zich al lange tijd voordoet. We moeten wel oppassen voor de valkuil van de populariteit. We moeten niet gemakzuchtig en klakkeloos voldoen aan wat wordt gevraagd. Zo is nu de zogenaamde jaren-dertig-stijl heel geliefd. Maar dat vinden we een heilloze weg. Er is niets tegen een nieuw huis in jaren-dertig-stijl. Maar dan moet het wel een replica worden, die met precies dezelfde materialen en dezelfde vakkundigheid in elkaar is gezet. Dat is onmogelijk en dus zie je nu overal jaren-dertig-huizen van bordkarton.

,,Wat dit betreft hebben we veel geleerd van Brinkman en Van der Vlugt. Ze namen de wensen van hun opdrachtgevers heel serieus. Met hun Huis Sonneveld gaven ze vorm aan het comfortabele leven van een welgesteld burgergezin. Het was hun kunde als architect om met steeds andere kleuren en licht ruimtes met verschillende sferen te creëren, waarin zich dat leven kon afspelen. Dat willen wij ook. In onze stedenbouw en architectuur proberen we als een soort cineast achtergronden voor verschillende scènes te creëren. Je zou ons kunnen beschouwen als een soort omgekeerde locatiespotter: we zoeken geen locaties die passen bij een bepaalde sfeer, maar ontwerpen die locaties zelf.''

Het Huis Sonneveld, Museumpark 25 Rotterdam, is vanaf 24 maart open. Openingstijden: di t/m za 10-17 uur; zon- en feestdagen 11-17 uur.