Boek & trein

Onder hoongelach werd vorige week op het Boekenbal bekendgemaakt dat de Nederlandse Spoorwegen vanaf juli aanstaande de stichting ter promotie van het Nederlandse Boek (CPNB) gaan sponsoren. Waarom wekte dat bericht eigenlijk zoveel hilariteit? 't Is toch prachtig dat de NS bereid is jaarlijks een miljoen uit te trekken voor de Nederlandse literatuur en daar bovenop eenzelfde bedrag wil besteden aan activiteiten om het lezen in de trein aan te moedigen?

De lachers waren vast allemaal autorijders, die van horen zeggen de NS associëren met vertragingen, maar er niet bij stilstaan dat vertraging helemaal niet zo erg is zolang je maar een boek bij je hebt. In een stilstaande trein of op een perron kun je, anders dan in een file op de snelweg, heerlijk lezen.

Dat de NS een natuurlijke bondgenoot van de literatuur is en in het geheim allang schrijvers sponsort, ontdekte ik een jaar geleden, tijdens de vorige Boekenweek. In het kielzog van Harry Mulisch en zijn uitgever reisde ik na een literaire avond en nacht in het Limburgse Tegelen terug naar Amsterdam. Toen we hijgend het perron in Roermond oprenden stond de trein op het punt te vertrekken. Tijd om kaartjes te kopen hadden we niet meer. Om ons een hoge boete te besparen wilde ik bij het instappen de dienstdoende conducteur waarschuwen, terwijl Mulisch en de uitgever zich alvast in zo'n comfortabele zespersoons eerste klas rookcoupé nestelden.

Wat er vervolgens gebeurde zou ik niet geloven als ik er niet zelf bij was geweest. Nadat de deuren gesloten waren en de trein zich in beweging zette, pakte de conducteur aan wie ik onze overtreding meldde mij bij de arm. Opgewonden wijzend vroeg hij of `die meneer' Harry Mulisch was. Op mijn bevestigende knikje greep hij uit de zak van zijn uniformjasje niet een bonnenboekje, maar Mulisch' boekenweekgeschenk Het theater, de brief en de waarheid. Of Mulisch daar zijn handtekening in wilde zetten. Maar natuurlijk, sprak de toenmalige held van de Boekenweek. Over de drie kaartjes naar Amsterdam inclusief toeslag – bij elkaar een fors bedrag – werd niet meer gerept: de reis werd ons aangeboden door de NS. Dat vond ik geen corruptie van de conducteur, maar een geste die paste bij de Boekenweek.

Vervolgens kwam het koffiekarretje langs, voortgeduwd door een meisje dat van schrik bijna achterover sloeg toen ze de grote schrijver in levenden lijve zag zitten. ,,Mijn grootmoeder'', vertelde ze met een zeer zachte g, ,,heeft al uw boeken. Mag ik voor haar uw handtekening?''

Mulisch zette een zwierige krabbel op een dubbelgevouwen servetje en in ruil daarvoor werden we onthaald op versnaperingen. Triomfantelijk om zich heen kijkend riep Mulisch uit: ,,Wie is er nou eigenlijk volksschrijver?''

Precies op tijd kwam de trein aan op Amsterdam Centraal.

En nu maar hopen dat de NS-directie die het sponsorcontract met de CPNB heeft gesloten er nog zit als het in juli op betalen aankomt en niet ten onder is gegaan aan het `rondje om de kerk-conflict'. Anders blijven de volksschrijvers en hun gevolg afhankelijk van personeelscollectieven, conducteurs en railtenders voor de broodnodige sponsporing.