Biljarten in morsig lamplicht

Films uit de jaren vijftig of begin jaren zestig moeten wel uitgesproken klassiekers zijn willen ze het verwende publiek van nu nog bekoren. Doorgaans vervelen de krakkemikkige techniek, de belabberde decors en het volstrekt onnatuurlijke acteren al zó snel, dat verder kijken een kwelling wordt.

The Hustler (1961) van Robert Rossen is zo'n klassieker die het bekijken meer dan waard is en blijft. Sterker, een beetje filmliefhebber moet hem gezien hebben om op verjaardagen serieus genomen te worden. Toch weten de meeste mensen die de glad gestyleerde, uiterst commercieel opgezette film Color of Money van een kwart eeuw later gezien hebben niet eens dat de hoofdpersoon in die film een voorganger had in The Hustler, naar het gelijknamige boek van Walter Tevis.

Het is inmiddels een zeer gedateerde film, hoezeer hij ook door menigeen wordt gerekend tot één van de beste Amerikaanse films ooit. Niet alleen omdat alles zo authentiek veertig jaar oud is, maar vooral ook door de dramatische spanning die als een deken over alle zwart-wit films uit die periode ligt. Van een enkele lichtzinnige, humoreske noot is geen sprake.

Als er al wat te lachen valt borrelt dat op uit een diepe ironie. Vrijwel alles speelt zich af in vaal en morsig lamplicht. De samenstellende abstracties verwijzen consequent naar de naaste verwanten van goed en kwaad, naar de in elkaars verlengde liggende grootheden als talent en overwinning, wanhoop en liefde, zonde en het najagen van geldelijk gewin. Toch is ook nu nog goed te zien dat de film revolutionair voor zijn tijd was. Stijl en camerawerk zijn subliem, het ritme is ongeëvenaard en het is bijna voelbaar dat Rossen de personages zo goed als vrijgelaten heeft om hun rollen volledig zelf in te vullen.

Voor zover Paul Newman toen nog geen begrip was in de filmwereld heeft de hoofdrol in The Hustler hem daar zonder twijfel aan geholpen. Eddie Felson, de smeerlap, de getructe oplichter aan het poolbiljart, is even charismatisch als onverbeterlijk. Hij wil niet alleen winnen, hij eist ook nadrukkelijk erkenning voor zijn superioriteit.

Eddie reist van stad naar stad in het gezelschap van kompaan Myron McCormick. Snelle Eddie, hét voorbeeld van de anti-held, kan niet stuk, tot hij de keu kruist met de ijskoude en zelfverzekerde Minnesota Fats, vertolkt door een meesterlijke Jackie Gleason.

Het verlies komt aan als een mokerslag. Eddie kan het nauwelijks verwerken en stort zich, de wonden likkend, in een poel van zelfbeklag, waar hij tot overmaat van ramp verliefd raakt op de zich zelf graag schrijfster noemende alcoholiste Sarah Packard (Piper Laurie), die zich prostitueert om in haar eerste levensbehoeften te voorzien. Daarnaast geraakt hij onder de invloedssfeer van de even berekenende als harteloze promotor Bert Gorden (George C. Scott). Als Sarah met Eddie en Bert naar Louisville meereist voor een belangrijke wedstrijd, gaat het allemaal tragisch mis.

The Hustler werd overladen met nominaties, oscars en andere prijzen. Paul Newman keerde 25 jaar later terug als een oudere, wijzere en vooral ook gelouterde Felson in Martin Scorsese's Color of Money, die bij lange na niet zo deprimerend is als The Hustler.

The hustler (Robert Rossen, VS, 1961), Fox, 20.30-22.45u.