Berichten uit Absurdistan

Tot aan het eind van de jaren vijftig schreef mijn vader niet-ondertekende stukjes voor een raar blaadje dat De Uitkijk heette. De man die De Uitkijk uitgaf, een duistere figuur met een haviksneus die ik alleen vanuit de verte in de deuropening zag staan, woonde in een lommerrijke straat in 't Gooi. Op een zondagmorgen reden wij er wel eens heen. Mijn vader leverde dan niet alleen zijn stukjes in, hij haalde ook zijn geld op, zodat het gezin even later bij de Lage Vuursche een pannenkoek mocht bestellen.

Er hing rond die tochtjes naar De Uitkijk altijd een geheimzinnige sfeer. Later heb ik begrepen dat het blaadje werd volgeschreven door het soort sociaal-democraten dat achter elke boom een Russische spion meende te ontwaren. Later kwam ik er ook achter dat die stukjes van mijn vader soms werden gepubliceerd onder het kopje `Berichten uit Absurdistan'. In die berichten hekelde mijn vader allerlei vermeende misstanden en hij deed dat met een vitriool dat hij in zijn eigen krant – hij werkte bij Het Parool – nooit zou gebruiken.

Wat er met De Uitkijk is gebeurd, weet ik niet. Ik schrijf dit op uit mijn geheugen, maar opeens was dat blaadje weer even geheimzinnig verdwenen. Wel dook de naam Absurdistan twintig jaar later op bij Gerrit Komrij, die hem gebruikte wanneer hij Nederland weer eens wilde omschrijven als een land waar de ezels aan de macht zijn.

Afgelopen maandag bij het volgen van het gemeenteraadsdebat over de vuurwerkramp in Enschede lukte het mij maar niet het woord Absurdistan uit mijn gedachten te verjagen. Dat burgmeester Mans stijf op zijn plaats bleef, werd in mijn ogen een van de meest absurde gebeurtenissen van na de Tweede Wereldoorlog. Zijn halve stad ontplofte, er vielen 22 doden, twee wethouders liepen jankend weg, maar de burgemeester zelf bleef zitten, populairder dan ooit. De wereld is vol bananenrepublieken, maar dit kan alleen in Nederland.

Je kunt burgemeester Mans vergelijken met een kapitein die een groot schip op de klippen laat lopen. Natuurlijk moet de kapitein ook wel eens slapen en natuurlijk is de kapitein ook afhankelijk van zijn bemanning, maar uiteindelijk vindt de ramp plaats onder zijn verantwoordelijkheid. Daar is hij kapitein voor, daar heeft hij een opleiding voor gekregen en daarvoor wordt hij betaald. Dat hij zich na de ramp moedig heeft gedragen bij het reddingswerk, is op zichzelf mooi, maar uiteindelijk geen verdienste. Het is de plicht die hoort bij de functie van kapitein.

Is het verongelukte schip afkomstig uit een fatsoenlijk land, dan vindt na afloop een onderzoek plaats. Daarbij zal de kapitein door een tuchtraad voor de scheepvaart worden berecht. Zijn moedig gedrag na de ramp wordt meegewogen, maar zal hem zeker niet vrijpleiten. Het is daarbij ondenkbaar dat de twee stuurmannen worden veroordeeld, maar dat de kapitein ongestraft wegkomt. In Enschede kon Mans echter blijven zitten, omdat er in de politiek niet zoiets bestaat als een onafhankelijke tuchtraad. Daar werd gedrag van Mans beoordeeld door de leden van de gemeenteraad en die zijn natuurlijk zelf betrokkenen. Een veroordeling van Mans is een veroordeling van zichzelf en dus had slechts een vergadering van altruïsten tot een andere uitkomst kunnen leiden.

Maar het werkelijk absurdistische van de situatie zat in de verklaring die Mans tijdens het debat aflegde. Hij zei daarin dat er `een optredende in plaats van een terugtredende overheid' moet komen. Je zou die opmerking een gotspe kunnen noemen, maar bovenal is het een grof schandaal. Als iemand het symbool is geworden van de terugtredende overheid dan is het wel diezelfde burgemeester Mans. Hij is dat tot aan de dag van vandaag. Voor de ramp voerde hij zelf het beleid van een terughoudende overheid die oogluikend allerlei vergunningen verstrekte en na de ramp profiteerde hij van de terughoudendheid van hogere overheden om hem gewoon op zijn post te laten zitten. Mans is groot geworden op de mestvaalt van de terughoudende overheid en het is volstrekt absurd dat juist hij straks een lik-op-stuk-beleid moet gaan voeren.

De hele culturele revolutie waar de commissie-Oosting het over heeft, is ook onzin. Er moet helemaal geen culturele revolutie komen. Er moeten alleen goede regels komen voor vuurwerkopslag en er moet goed gecontroleerd worden dat die regels worden nageleefd. Elsbeth Etty heeft er al op gewezen hoe eigenaardig in dit opzicht het gebruik is van het begrip culturele revolutie. In elk ander land zou men onmiddellijk de associatie hebben gekregen met de Chinese Culturele Revolutie, waarbij tientallen miljoenen mensen zijn omgekomen. Alleen in de provincie die Nederland heet, gebruikt men zulke woorden achteloos. Ik denk dat ze in Enschede zelfs niets in de gaten hadden gekregen als het rapport een Nacht van de Lange Messen of een Kristallnacht had aanbevolen.

Het is trouwens wel een vraag die me bezighoudt: hoe komt het dat de bewoners van Enschede dit accepteren? Slechts wat onbeduidende partijtjes hebben zich tegenover de burgemeester opgesteld. Op zichzelf is het knap dat de burgemeester de verantwoordelijk heeft weten af te wentelen op een paar ondergeschikten, die hij, toen ze vertrokken ook nog eens naar uitgang begeleidde met een vaderlijke arm om de schouders. Heeft de wethouder die tenslotte bijna alle schuld op zich mocht nemen, die huilende mevrouw Koopmans, totaal niet in de gaten gehad dat zij ter plekke door de burgemeester werd verneukt? Wat is hier aan de hand?

De verklaring die ik heb is een wankele, maar voorlopig ben ik nog geen betere tegengekomen. Naar mijn idee heeft de ontploffing van Roombeek de stad Enschede voor lange tijd verdoofd. De klap dreunt zo na dat eigenlijk niemand meer in staat is na te denken. Er moet door de ramp een massapsychose zijn ontstaan waarin mensen het gevoel krijgen dat zij samen, ja vooral samen, de problemen moeten oplossen. Elkaar vasthouden tot elke prijs, maar ondertussen heeft men het overzicht over het geheel totaal verloren. Burgemeester Mans heeft van dat mechanisme dankbaar gebruikt gemaakt. Misschien is het mijn eigen slechte karakter dat ik meen cynisme overal te kunnen herkennen, maar in de televisiebeelden van Mans zag ik voortdurend een onderdrukt lachje van triomf. Het zit zelfs in de foto van Mans die groot op de voorpagina van deze krant heeft gestaan.

Een burgemeester wordt benoemd door de Kroon. De Kroon zou een burgemeester ook moeten ontslaan.