Bank of England voor de rechter in BCCI-zaak

De Bank of England, de Britse centrale bank, moet zijn reputatie voor het eerst verdedigen voor de rechter. Het Hogerhuis oordeelde gisteren dat de bank mag worden aangeklaagd wegens vermeend misbruik van een openbaar ambt in de affaire rond de frauduleuze Bank of Credit and Commerce International (BCCI), die in 1991 ten onder ging.

De curaturen in het faillissement van BCCI, Deloitte & Touche, eisen tot een miljard pond (3,7 miljard gulden) schadevergoeding, omdat de Bank of England ondanks waarschuwingen over malversaties bij BCCI de vergunning niet introk. De rekeninghouders – van kleine spaarders tot Arabische miljardairs – verloren in totaal tien miljard pond bij de grootste bankfraude uit de geschiedenis.

De hoogste Britse beroepsinstantie, de rechtskamer van het Hogerhuis (Law Lords), gaf gisteren met drie tegen twee stemmen groen licht voor de zaak tegen de Bank, die volgend jaar dient in het High Court en die een jaar kan duren. De Old Lady zelf signaleerde gisteren de kleine meerderheid van het Law Lords-vonnis en zei het volste vertrouwen te hebben de zaak te zullen winnen.

Misbruik van een openbaar ambt is een delict waarover weinig jurispudentie bestaat. Het wordt onaannemelijk geacht dat de Bank wil schikken, omdat dat kan lijken op schuld bekennen. Een rechtszaak is echter duur en kan de reputatie van de bank schaden.