ZWARTE SCHOLEN

Turkse ouders in Deventer namen afgelopen zomer het heft in eigen handen. Zij hielden hun kinderen thuis van school. Uit protest. Zij vonden dat hun kinderen op de Kameleon, een katholieke school met 52 Turkse leerlingen en één Chinees, te slecht Nederlands leren. Onderling spraken de kinderen enkel Turks.

De ouders wilden dat hun kinderen naar een witte school zouden gaan in een andere wijk. De gemeente zou voor vervoer moeten zorgen. De gemeente weigerde dat. Onderwijswethouder Scholten gaf toe dat de Kameleon een `zwarte' school is, maar dat had volgens hem niets met de kwaliteit te maken. De school zou meer moeten samenwerken met scholen in de buurt en gerichte taallessen moeten geven. Ook zouden de ouders zelf een steentje kunnen bijdragen door Nederlands met hun kinderen te spreken en ze naar Nederlandstalige televisieprogramma's te laten kijken.

Opmerkelijk aan de Deventer casus is dat het deze keer om allochtone ouders ging die gezamenlijk protesteerden en beter onderwijs eisten. Vaak wordt geklaagd dat allochtone ouders zich weinig bemoeien met de kwaliteit van de school.

Toch hebben allochtone ouders reden om zich zorgen te maken over een zwarte school. Het aantal zwarte basisscholen stijgt. Inmiddels zijn er 500 basisscholen met 50 procent of meer kinderen van Turkse, Marokkaanse of andere allochtone ouders. Leerlingen op zwarte basisscholen hebben vaak een onderwijsachterstand, blijkt uit cijfers van de onderwijsinspectie. Overigens zijn er ook zwarte scholen die het juist erg goed doen.

Het idee om allochtone kinderen te spreiden, zodat bepaalde scholen niet te veel `verzwarten', is niet nieuw. Sommige gemeenten voeren een zogenoemd spreidingsbeleid waarbij scholen op basis van onderlinge afspraken het aantal allochtone kinderen verdelen. Alleen als alle scholen meewerken heeft het beleid kans van slagen. Zodra ze afhaken heeft de gemeente geen poot om op te staan. De vrijheid van schoolkeuze is vastgelegd in de Grondwet: bijzondere scholen kunnen zelf bepalen welke leerlingen ze aannemen. Openbare scholen mogen geen kinderen weigeren. Dat zijn dan ook meestal de scholen met de meeste allochtone leerlingen.

Gouda heeft wat betreft spreiding een lange traditie, maar uiteindelijk ging het mis. Achttien jaar lang namen christelijke en katholieke basisscholen 15 procent Marokkaanse kinderen op om etnische segregratie te voorkomen. Maar toen het aantal Marokkaanse kinderen bleef toenemen, hadden de scholen er geen trek meer in en kwamen de kinderen alsnog op de openbare scholen terecht. Gemeenten als Tiel, Doesburg en Maassluis voeren vooralsnog een tamelijk succesvol spreidingsbeleid.

September vorig jaar werd duidelijk wat er met de kinderen van de Kameleon zou gebeuren. De school werd gesloten en de kinderen werden, met toestemming van de ouders, verspreid over de andere basisscholen in Deventer. Maar een structureel spreidingsbeleid zag Deventer niet zitten.