Zij-instromers en hun duopartners

Tot 2004 zijn jaarlijks 8.500 nieuwe onderwijzers nodig. Bemiddeling in huisvesting en `bindingspremies' moeten juffen en meesters lokken én vasthouden.

EIND JANUARI WAS VOOR basisschool De Kaardebol in Almere de maat vol. Groep zes zat ruim een week thuis omdat er niemand te vinden was die de zieke leerkracht kon vervangen. De school trok aan de bel en pleitte voor de invoering van een driedaagse schoolweek, om zo leerkrachten flexibeler te kunnen inzetten. Zoals te verwachten was, stuitte dat idee alom op weerstand. Maar wat dan? Hoe ernstig is het tekort aan juffen en meesters?

Hoeveel vacatures er begin dit schooljaar precies waren, is niet bekend. Vaststaat dat niet alle scholen hun vacatures hebben kunnen invullen. De problematiek is het grootst in de grote steden. Daar is het ziekteverzuim het hoogst en grijpen leraren de kans op een school dicht bij huis te gaan werken. In Rotterdam en Den Haag waren eind januari nog ruim 250 vacatures voor fulltime vaste leerkrachten. ,,Vacatures voor invallers tellen we niet eens'', aldus de voorzitter van de Rotterdamse schoolbesturenorganisatie VOCOR.

In Utrecht en Amsterdam zijn de meeste vacatures vervuld. ,,Maar dat is slechts een verplaatsing van het probleem'', zegt Jan Kerkhof, voorzitter van de Initiatiefgroep Lerarentekort Amsterdam. ,,Veel vacatures zijn ingevuld door invallers, zodat we daar nu een tekort aan hebben. Zeker zo'n tweehonderd.'' Met speciale acties, zoals bemiddeling in huisvesting, hoopt de Initiatiefgroep mensen van buiten Amsterdam te lokken. Een `bindingspremie' van duizend gulden moet de Amsterdamse leraren binnen de poort houden.

Ook buiten de grote steden stapelen de problemen zich op. De zestig basisscholen in Almere hebben voor het aankomende schooljaar al honderdtwintig vacatures aangemeld. Inmiddels heeft ook de gemeente begrepen hoe nijpend de problematiek is en een `kwaliteitsimpuls' van 24 miljoen gulden beschikbaar gesteld, waarmee scholen onder andere `extra handen' zoals onderwijsassistenten en conciërges kunnen aanstellen.

Marina Brito de Campos, directeur van de Pieter Jelles Troelstraschool in Amsterdam, noemt het bouwwerk van leerkrachten waar haar school op steunt een kaartenhuis. ,,Er hoeft maar iets te gebeuren en de boel stort in.'' De acht vacatures die er voor het schooljaar 2000-2001 waren, zijn allemaal vervuld, maar de school kampt nu met een gebrek aan invallers. De twee vaste invalkrachten vervangen twee langdurig zieke leerkrachten. En dus is de rek er uit. Bij afwezigheid van een leerkracht worden de leerlingen nu verdeeld over de parallelgroepen. ,,Omdat we een grote school zijn, met zevenhonderd leerlingen, betekent dit dat een leerkracht er drie of vier leerlingen bij krijgt. Dat is nog te overzien.''

Anders is het op basisschool de Leeuwerikhoeve in Den Haag, een kleine school met 145 leerlingen. De school heeft al sinds de herfstvakantie twee onvervulbare vacatures. Directeur Erwin Toet draait noodgedwongen samen met intern begeleider Casper Pot groep acht. Groep zes is opgeheven. De kinderen zijn structureel verdeeld over de groepen vijf en zeven. Invallers zijn er niet. Bij ziekte moet er nóg verder worden verdeeld of draait een onderwijsassistent een klas, waarbij de begeleiding bestaat uit het open zetten van de deur van het lokaal. ,,Maar we hebben de kinderen nog niet naar huis gestuurd'', aldus Toet.

De `creatieve' oplossingen die scholen moeten zoeken om de boel draaiende te houden, betekenen meer werkdruk voor de zittende docenten en onrust voor de leerlingen. En soms gaan de oplossingen ten koste van de leerlingen. Casper Pot zou zich als intern begeleider onder meer moeten bekommeren om de zorgleerlingen van de Leeuwerikhoeve. ,,Maar omdat ik les moet geven, heb ik geen tijd om samen met de leerkrachten een handelingsplan op te stellen voor een kind dat niet meekomt. Ach, de kinderen die lekker in hun vel zitten en gewoon meedraaien, die redden het wel, maar het zijn juist de leerlingen die op de grens zitten die het moeilijk krijgen.''

Door de vergrijzing en de klassenverkleining zullen tot 2004 jaarlijks gemiddeld 8.500 nieuwe leerkrachten nodig zijn in het basisonderwijs. Een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC&W) verwacht dat deze raming wat naar beneden wordt bijgesteld, omdat veel scholen het geld voor klassenverkleining niet blijken te besteden aan de aanstelling van leerkrachten, maar aan ondersteuning in de vorm van onderwijsassistenten. Desondanks kunnen de pabo's, hoewel het aantal studenten de laatste jaren groeit, niet aan de vraag voldoen. In het piekjaar 2002 zullen daarom 6.600 herintreders en zij-instromers nodig zijn om de tekorten op te vullen. Daarna neemt dit af tot 2.500.

Zij-instromers zijn hbo'ers of academici die na een tweedaagse screening een geschiktheidsverklaring voor twee jaar krijgen. Daarmee mogen zij onbevoegd lesgeven terwijl zij een verkorte opleiding aan de pabo volgen. De interesse is groot. Bemiddelingsorganisatie De Onderwijs BV heeft duizenden potentiële zij-instromers in haar bestand, vertelt woordvoerder Dinie Bosveld. ,,Maar de afstemming is een probleem, omdat de vraag zich concentreert in de grote steden en ook mensen van elders zich inschrijven.''

Dankzij subsidie van het ministerie van OC&W zijn er in de vier grote steden inmiddels zo'n tweehonderd zij-instromers aan het werk. Toch gaat dat niet overal van een leien dakje. Kerkhof: ,,Een beperkt aantal scholen wil geen zij-instromers. Leraren vinden het niet kunnen dat iemand al zo snel voor de klas staat. Ook speelt de salariëring een rol. Men vindt het oneerlijk dat een zij-instromer wordt ingeschaald op het salaris dat hij kreeg voordat hij het onderwijs inging.''

Marjolijn van Son (29) is zij-instromer op de Eloutschool in Amsterdam. Na de heao en een kopstudie politicologie werkte zij een aantal jaren in de communicatiesector. Maar ze vond het werk te individualistisch en wilde liever ,,iets voor mensen betekenen''. Inmiddels staat Van Son voor groep zes, twee dagen alleen en één dag samen met haar herintredende duopartner. ,,Het voelde als een sprong in het diepe, maar dankzij de ondersteuning op school had ik snel het gevoel dat ik het aankon.'' Het schoolbestuur waar de Eloutschool toe behoort, heeft een leerkracht vrijgemaakt van zijn lesgevende taken om beginnende docenten en herintreders te begeleiden. ,,Hij helpt me bij het maken van een planning en een prioriteitenlijst van vakken. Als er iets gebeurt in de klas, bijvoorbeeld een vechtpartij, dan bespreek ik met hem of ik het goed heb aangepakt.'' Van Son weet dat de begeleiding op scholen nogal eens een knelpunt is. ,,In mijn groep zijn mensen afgehaakt omdat ze te lang moesten blijven doorzwemmen.''