Voor motivatie is meer nodig dan een stempel

Iedere basisschool krijgt geregeld een onderwijs- inspecteur op bezoek. Ze letten op harde criteria, maar ook op uitstraling.

IN DE PAUZE bladert inspecteur Anneke Lassing de schriften van groep 5 door. Een stapel legt ze apart. ,,Ik zie geen feedback'', zegt ze tegen de leraar, ,,soms hooguit een stempeltje.'' Ze leest voor, zittend op een tafel: ,,Hier staat alleen 4 ft. Terwijl ik zo graag wil zien: Wow! Goed gedaan! De leerling heeft het óóg van de leraar nodig, hij moet de leraar vóélen.''

Natuurlijk slooft een school zich een klein beetje uit als de Inspectie van het Onderwijs langskomt voor controle. Openbare basisschool Louis Buelens in Eindhoven, een school met zo'n 250 leerlingen, neemt ook maatregelen voor het vierdaagse bezoek van Lassing voor een integraal schooltoezicht (IST.)

Lassing wordt tot achterin het klaslokaal bediend door een hulpvaardige conciërge en de lokalen zijn – volgens de leerlingen – een keertje extra gestofzuigd. ,,Om eerlijk te zijn'', zegt meester Jos de Greef (groep 8) tegen haar in de lerarenkamer, ,,vinden we het best spannend dat u hier bent.'' Lassing: ,,Ach, als ik op school geen spanning voel, word ik pas écht alert.''

Het bezoeken van scholen is een van de belangrijkste taken van de inspectie. Iedere basisschool in Nederland kan eens in de paar jaar rekenen op een bezoek van één of meer inspecteurs, die aan de hand van 83 criteria beoordelen of het onderwijs op de scholen boven of onder de maat is. En of de school waarmaakt wat ze in de schoolgids belooft.

Met de 22 pagina's tellende lijst als vrijbrief in de hand – de inspectie noemt ze zelf kwaliteitskenmerken van een goede onderwijspraktijk – loopt Lassing lokalen in en uit. ,,Ik heb het maar makkelijk'', grapt ze tegen een leraar, ,,ik hoef alleen maar te kijken.'' Alle criteria gaat ze langs voor haar eindoordeel. Van De school heeft streefdoelen geformuleerd voor het leerstofaanbod tot De leerlingen weten welke regels in de groep gelden.

Naast reguliere inspectiebezoeken, waar de inspecteur een dag op een school rondloopt, is de inspectie in 1998 begonnen met IST – waarbij een school bijna letterlijk binnenstebuiten wordt gekeerd. Lassing: ,,Ik boor daarbij echt alle bronnen aan om een compleet beeld te krijgen.''

Dus kijkt ze in kasten, bladert ze in mappen, schiet ze een leraar in de pauze aan en vraagt ze een leerling van groep 3 in de les fluisterend of hij wel eens achter de computer zit. Alles wordt genoteerd, ,,maar ik weet van tevoren waar ik extra op moet letten''. Ze laat een blik gaan over de boeken in de documentatiezaal. ,,Op veel scholen zijn die zalen totaal verouderd. Kinderen hoeven toch niet te weten hoe een apotheek er in de jaren zestig uitzag?''

Logisch dat veel scholen huiverig zijn voor een bezoek van de inspecteur, al is de rol van de Onderwijsinspectie de afgelopen jaren drastisch veranderd. Van een gesloten organisatie die puur beoordeelde of een school zich wel aan de wet hield, is de inspectie een opener en onafhankelijker instituut geworden, dat ook oordeelt over het pedagogische klimaat van de onderzochte school en het didactisch handelen van leraren. Sinds kort zet de inspectie de resultaten van haar bezoeken op internet (www.owinsp.nl, momenteel niet optimaal bereikbaar).

Minister Hermans en staatssecretaris Adelmund (beiden Onderwijs) willen het gezag van de inspectie nog verder versterken. Binnenkort gaat er een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer, waarin zij voorstellen de toezichthoudende functie uit te breiden, ,,eigentijdser'' te maken. Want, zo redeneren de bewindslieden, ,,als scholen meer vrijheid krijgen, moeten ze ook aan ouders, leerlingen en de overheid meer verantwoording afleggen over de bereikte resultaten''.

De inspectie zelf ziet vooral veel in het openbaar maken van de rapporten. Lassing: ,,De maatschappij vraagt openbaarheid, die geven wij.'' Vandaar dat de resultaten op internet staan en de inspectie pleit voor een kwaliteitskaart voor basisscholen, zoals ook al in het voortgezet onderwijs gebruikelijk is. Lassing: ,,Die openbaarheid geeft scholen een extra prikkel. Een school alleen maar houden aan de wet is geen motor om te veranderen.''

Een basisschool moet zélf de zin zien van veranderingen, vindt Lassing. ,,Vandaar dat wij onze rapporten opstellen in dialoog met de schoolleiding. Ik heb nog nooit meegemaakt dat die zich niet kan vinden in mijn conclusies. En mocht dat wel een keer voorkomen, dan kunnen we in het uiterste geval overgaan op intensief toezicht.''

Tijd voor een observatie van groep 4, die in een noodlokaal aan de overkant van het plein zit. ,,Je ruikt het vocht hier'', zegt Lassing terwijl ze naar binnen stapt. Over de staat van de behuizing mag de inspectie officieel al een paar jaar niet meer oordelen. Daar gaat de gemeente over. ,,Maar als het de kwaliteit van het onderwijs belemmert, neem ik het mee.''

Druk bladerend in de `volgmappen' van de school, waarin de vorderingen van leerlingen worden bijgehouden, zit Lassing achterin de klas. Juf Marjolein van Leuken leert de kinderen optellen met kralenkettingen. ,,Wat leuk, ze heeft ze zelf gemaakt van elektriciteitsdraad'', fluistert Lassing. Maar toch, ,,de kinderen gaan ermee oelewapperen, ik zie geen betrokkenheid meer.''

Na schooltijd neemt ze een groepje leerlingen apart. ,,De minister wil graag weten of jullie het leuk vinden op school, en ik moet dat controleren.'' De kinderen kijken haar nieuwsgierig, maar een beetje bezorgd aan.

Of de kinderen wel eens gepest worden, wil ze weten. ,,Oh nee, dat gebeurt niet veel'', vindt Martijn (12, groep 8). Of ze veel computerles krijgen. ,,Die computers hier zijn oude krengen'', vindt Anne (13, groep 8). Of de school extra is schoongemaakt voor haar bezoek. ,,Ik ben vergeten te vegen'', biecht Bennie (11, groep 7) op. Of de meester leuk kan vertellen bij geschiedenis. ,,Best wel, hoor'', zegt Anne. Lassing, na afloop: ,,Kinderen kunnen zo lief jokken als ze hun leraar aardig vinden.''

Onderwijsinspecteur Lassing is in haar eindrapport tevreden over de Louis Buelensschool. Vrijwel overal is vooruitgang geboekt, al vindt ze het computeronderwijs wel achterblijven. Bovendien volgt de school de leerprestaties van haar leerlingen nauwgezet. Lassing: ,,En dat maak ik heel anders mee. Scholen kunnen zo slordig zijn.''