SOORTEN

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC&W) erkent zestien verschillende soorten basisscholen. De openbare scholen vormen met een aantal van 2.337 de grootste groep. Hierop volgen de rooms-katholieke basisscholen met 2.110 en de protestants-christelijke met 1.868. Daarnaast worden ook de algemeen bijzondere basisscholen, de vrije scholen, de school van het evangelische broederschap, de joodse, islamitische, hindoeïstische, evangelische, gereformeerd vrijgemaakte en reformatorische scholen erkend. Ook samenwerkingsscholen tussen niet-confessionelen en protestants-christelij- ken of rooms-katholieken, tussen protestants-christelijken en rooms-katholieken en tussen niet-confessionelen, rooms-katholieken en protestantse christenen zijn officieel erkend.

Op het eerste gezicht biedt Nederland grote diversiteit in primair onderwijs. Toch zijn er veel onderwijsvormen die niet door de staat worden erkend. Zo zijn er hindoes die het erkende hindoeïstische primaire onderwijs te beperkt vinden, daar die uit zouden gaan van een kastestelsel. Zij willen een liberale, karmavadische school erkend zien. De staat gaat hier niet in mee.

Er zijn ook praktische redenen om een school niet te erkennen. Zo mogen er geen bijzondere scholen in een wijk worden opgericht als zij leegloop van andere basisscholen zouden veroorzaken. Zo kan het voorkomen dat in een wijk waar vrijwel alleen islamieten wonen, geen islamitische basisschool staat.

Scholen die de overheid niet financiert, zijn onder te verdelen in scholen die wel en scholen die niet erkend zijn voor de leerplichtwet. Een school die niet wordt gefinancierd (omdat die bijvoorbeeld niet genoeg leerlingen heeft of de richting van de school niet wordt erkend), kan wel leerplichtige kinderen opleiden. Deze kinderen kunnen na de basisschool ook gewoon doorstromen naar de middelbare school, mits de inspectie een positief oordeel uitspreekt. Een erkende particuliere school moet wat betreft inrichting en bevoegdheid overeenkomen met een reguliere school.