Omgeven door zompigheid

Alles in Giethoorn is een lust voor het oog. Aan weerszijden van het water rijgen mooi verbouwde, rietgedekte boerderijtjes en huisjes zich aaneen. Zelfs boothuizen zijn van een rieten dak voorzien. Soms zitten de ramen opvallend hoog, alsof het huis zijn broek heeft opgetrokken. Enkele boerderijen hebben, meteen na het voorhuis, een `kamelenbult': vanaf het water brachten de boeren het hooi binnen door de schuur plaatselijk te verhogen. Hulstheggen omzomen goed verzorgde tuintjes, waar krokus en narcis de winterse grauwheid verdrijven. Het ene bruggetje na het andere krult zich over het water heen, omdat zij vroeger geen beletsel voor de hoog opgeladen hooiboten mochten vormen.

In deze tijd heerst er nog een diepe stilte in het dorp. Je hoort slechts het geluid van voetstappen en de verre kreet van trekkende vogels. De inwoners vervoeren hun boodschappen in een punter of een kruiwagen. Tegen de avond floepen in de huizen en op de bruggen de lichtjes aan, waardoor alles er nog knusser uitziet.

Wij volgen een 'kuierroute' die over het Noordeinde naar het Zuideinde voert. Zoals Drenthe zijn knapzakpaden heeft, zo heeft Overijssel sinds een aantal jaren zijn kuierpaden. Het bijbehorende gidsje praat de wandelaar bij over de lokale geschiedenis en geografie. Laat ik eens een greep doen. Wie waren bijvoorbeeld de eerste kolonisten? Dat waren de `flagellanten' of geselbroeders, een godsdienstige sekte, die net als de Jehova's Getuigen van nu geloofden dat het einde der tijden was aangebroken. Vooral in de tijd van de Zwarte Dood (rond 1348), trokken zij van stad tot stad. Overal werden deze martelaars van het geloof vervolgd. In Giethoorn bood de bisschop van Utrecht hun een schuilplaats.

Pas door de vervening kreeg Giethoorn de vorm die het nu heeft. Plassen, vaarten en sloten waren het gevolg van de intensieve jacht op turf. Nadat het veen uit de grond was gehaald, legde men dit op het land te drogen. Pas daarna kon er turf van worden gestoken. Soms kwamen de huizen op eilandjes te staan die slechts via houten bruggetjes te bereiken waren.

Even voorbij de doopsgezinde `vermaning' – ook de dopersen vonden in dit ruige waterland een schuilplaats – zien wij `Eetcafé Fanfare' op een gevel staan. `Fanfare', de lievelingsfilm van onze ouders. Binnen zijn foto's van een jonge Albert Mol en een kalende Johan Kaart op de muur geprikt. De hele zaak hangt vol met gestolen waar – kentekenplaten van Amerikaanse auto's, straatnaambordjes, zelfs een groen bordje van Natuurmonumenten ontbreekt niet. Natuurlijk heeft men erwtensoep met roggebrood op de kaart staan. De tap is rijkelijk voorzien van witbier en donker abdijbier. Het is verleidelijk hier een goed en langdurig gesprek op te zetten, maar ik vrees dat wij dan nooit in Dwarsgracht zullen aankomen. En dat zou jammer zijn.

Buiten Giethoorn duikt het pad de open ruimte in. Het volgt een eindje de oever van de Beulaker Wijde, een enorme veenplas. Die dankt zijn ontstaan aan een reeks stormen die de richels land tussen de trekgaten wegsloegen. Zelfs een heel dorp verdween zo onder water: Beulake. In het Provinciaal Museum in Zwolle leeft – in de vorm van aardewerk – de herinnering aan dit verdronken dorp nog voort. Van een geboren en getogen Giethoorner, die ook geniet van de rust op ons kuierpad, horen wij dat de oversteek per punter vroeger zeer riskant was – bij aanwakkerende wind werd het diep geladen bootje gemakkelijk een prooi van de golven.

Het waterland en de rietvelden van De Wieden dienen zich aan. Daar is Natuurmonumenten heer en meester. De duizenden hectaren plas en riet van De Wieden en De Weerribben zijn de paradepaardjes van de natuurbeschermers. Beide zijn restanten van een uitgestrekt laagveengebied. Na afloop van de turfgraverij werd de rietteelt van belang. Het gaat hier om een heuse teelt, want door de aanleg van dijkjes en de bouw van molens schiep men op het rietland de juiste condities voor verdere groei. Maar op den duur is verlanding van de percelen niet tegen te houden. Laat men alles aan de natuur over, dan zou het gebied in één groot moerasbos veranderen. Vandaar dat een deel van dit bos geregeld wordt gekapt.

Ook Dwarsgracht is een plaatje. De naam herinnert aan het stelsel van oost-west lopende vaarten waarover de turf uit Giethoorn werd verscheept. Aan beide zijden van het water loopt een smal pad langs een snoeperig rijtje gerestaureerde stulpjes en boerderijtjes. Het lijkt wel een museumdorp, maar het lijdt geen twijfel dat Dwarsgracht echt bewoond wordt. Ophaalbruggetjes met handbediening sluiten de toegang naar particuliere aanlegsteigers af. Hier en daar grenst het rietland aan het water. Zet je een stap buiten je erf, dan zak je diep in de zompigheid weg.

Het eetcafé heet hier niet `Fanfare' maar `De otterskooi'. Het is vernoemd naar een nabijgelegen eendenkooi. ,,Vanaf het terras ziet men de vaarboeren in punters, vlotten en bokken naar hun riet- of grasland varen'', meldt de menukaart. Wel, dan heeft men het duidelijk over een ander seizoen. Het terras is nog niet uit de winterslaap herrezen. Op het water drijven futen in bruiloftstooi die op elkaar toezwemmen en met sierlijk draaiende nekken aan de ouverture van een waterballet beginnen.

De kuierroute Giethoorn (17 km) ƒ6 VVV-kantoren in Overijssel.