`Meesteroplichter'

Het had gisteren een grote dag moeten worden voor het openbaar ministerie in Assen. Zakenman Rob J. (41) zou voorkomen bij de fraudekamer van de rechtbank. Ruim zes jaar was er een lijvig dossier tegen hem opgebouwd nu moest J. eraan geloven. ,,De zeven vette jaren van meesteroplichter Rob J.', kopte de vorige dag het Nieuwsblad van het Noorden, die J's naam voluit spelde.

Een greep: J. zou valsheid in geschrifte hebben gepleegd door een bankverklaring van 52 miljoen gulden te vervalsen; hij zou de gemeente Emmen hebben benadeeld door zich voor te doen (met die bankverklaring) als een bonafide zakenman die in een groot recreatieproject wilde investeren; hij zou als directeur van een exploitatiemaatschappij kort voor zijn faillissement 1 miljoen aan zijn zaak hebben onttrokken; hij zou de ING-bank in Breda vijf miljoen hebben afgetroggeld.

Ook voor Jan Westera, verslaggever van het Nieuwsblad van het Noorden, was het een bijzondere dag. Als enige Nederlandse journalist had hij al die jaren het spoor van J. gevolgd. Hij kende de beschuldigingen uit zijn hoofd.

J. droeg een goed gesneden, grijs pak, waarin hij eruit zag als een zakenman die net met de top van Philips een belangrijke deal had afgesloten. Hij had justitie dan ook voorgehouden dat hij vandaag eigenlijk ten behoeve van de Indonesische president de pers in Londen te woord had moeten staan.

Nadat de officier van justitie de waslijst van J.'s vermeende, frauduleuze handelingen had voorgelezen, was diens advocaat G. Spong aan zet. Hij vroeg de rechtbank om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de vervolging veel te lang had geduurd. De officier reageerde geprikkeld. Te lang geduurd? Dat kwam doordat J. en zijn verdedigers steeds `zand in de machine' hadden gestrooid. Allerlei vertragingstactieken waren er gebruikt. J. was zogenaamd ernstig ziek geworden, de verdediging had steeds weer nieuwe getuigen opgeroepen en er was een tijdrovende advocatenwisseling geweest. Nou ja, gaf de officier toe, ze had zelf ook een fout gemaakt door de dossiers op zeker moment niet tijdig naar de rechtbank te sturen maar dat was alles.

Spong keek misprijzend op de manier waarop alleen Spong misprijzend kan kijken, en noemde het verhaal van de officier `misplaatst populistisch', grenzend aan `contempt of court'. De drie rechters trokken zich terug voor nader beraad. Een formaliteit, dacht menigeen. Maar het duurde erg lang, wel meer dan een uur. Toen mochten we weer naar binnen. Kort en zakelijk deelde de president mee dat de rechtbank het verzoek van Spong inwilligde. Het openbaar ministerie had minstens 24 maanden `niet voortvarend' opgetreden en werd niet-ontvankelijk verklaard.

,,Dus ik kan nu naar huis?' vroeg J. verbluft. Dat kon. De officier zat intussen zonder op te kijken driftig te schrijven. Ze kon nog in beroep gaan dat was haar enige kans. Buiten sprak ik Jan Westera. ,,Een anticlimax', zei hij, nog tamelijk monter. In het Noorden houden ze van understatements.