Hip Dakar

De Senegalese hoofdstad Dakar is vermaard om haar kunstenaars, muzikanten en modeontwerpers. Wat Parijs is voor Europa, dat is Dakar voor Afrika.

Straatverkopers trekken aan mijn kleren, anderen gaan voor me staan met een op dwingende toon uitgesproken: `laat me je vriend zijn'. Maar uiteindelijk sta ik dan toch voor Laboratoire Agit-Art, het atelier van kunstenaar Joe Ouakam in de Senegalese hoofdstad Dakar. Op de binnenplaats van het gebouw hangen de met verf besmeurde kleren van de artist. Tegen de bomen staan schilderijen met abstracte afbeeldingen in rood, geel en blauw. Veelgevraagd is zijn werk zo te zien niet. De schilderijen zijn bedekt met een flinke laag stof.

Babacar Gaye, de werkloze jongen die me de weg naar het atelier wijst, noemt Ouakam `ontoegankelijk'. Gaye acht de kans op een gesprek met Ouakam erg klein, als hij er al zou zijn. ,,Soms zit hij dagenlang in zijn atelier. Als hij naar buiten komt, praat hij met niemand. Ik denk dat hij heel intelligent is'', voegt hij er vergoelijkend aan toe. Ook andere buurtbewoners zeggen desgevraagd Ouakam niet te kunnen doorgronden. Helaas, hij is er niet om dit beeld te corrigeren.

Ouakam, die tegen de zestig loopt, wordt samen met de beeldhouwer Ousmane Sow gerekend tot de grondleggers van de moderne Senegalese kunst. Behalve schilderijen maakt hij ook sculpturen van afgedankt materiaal. Hij werd begin jaren negentig internationaal bekend doordat hij de krottenwijken van Dakar introk, waar hij de rotzooi opruimde en hutten met bonte kleuren beschilderde. Door de kleuren moest het leven er wat vrolijker worden. Helaas voor de kunstenaar vond de lokale bevolking vooral dat hun leven werd verstoord. Gedesillusioneerd trok Ouakam zich terug in zijn atelier.

Dakar is de culturele hoofdstad van Afrika. Veel spraakmakende Afrikaanse kunstenaars, modeontwerpers en muzikanten komen er vandaan. Wat Parijs is voor Europa, is Dakar voor Afrika. Elk jaar is er in Dakar de inmiddels vermaarde internationale modeweek SIMOD (Semaine Internationale de la Mode de Dakar) en eens in de twee jaar de tentoonstelling Dak'Art.

Grondlegger van het bruisende culturele klimaat in Senegal is oud-president Léopold Sédar Senghor, die van de onafhankelijkheid in 1960 tot 1980 regeerde, Onder het Franse koloniale bestuur studeerde Senghor in Parijs. Hij las dichters als Rimbaud, Mallarmé, Baudelaire, Verlaine en Valéry en werd bevriend met Aimé Cesaire, met wie hij het idee van de `Négritude' ontwikkelde. Met zijn eigen poëzie wist hij zich te onderscheiden op literair gebied en in 1984 werd hij als eerste Afrikaan toegelaten tot de prestigieuze Académie Française. Senghor, die tegenwoordig in Normandië woont, stimuleerde als president kunst en cultuur.

Onbevangen nationalistisch zegt een van de beroemdste Afrikaanse modeontwerpsters, Oumou Sy (49): ,,Senegalezen hebben een beter ontwikkeld modegevoel dan andere Afrikanen''. Zij won de afgelopen jaren diverse internationale prijzen, waaronder de Prins Claus Prijs. Haar creaties vallen op door de mengeling van stijlen. Oosterse stoffen, westerse minirokken, islamitische sluiers en Afrikaanse sieraden; alles wordt door elkaar gedragen. De kleding is te koop in Genève en Parijs, of te bestellen via internet.

In het atelier van Oumou Sy werken ongeveer veertig mensen. In de tuin is ze zelf met naald en draad in de weer, geholpen door vijf meisjes. Behalve kleding ontwerpt Oumou Sy ook kussens en sieraden. Voor het maken van die sieraden heeft ze Touaregs uit Niger laten overkomen. Touaregkruizen zijn een paar jaar geleden populair geworden nadat presentatrices van MTV ze in de tv-studio gingen dragen. Oorspronkelijk werden de barokke halsversierselen gedragen als clan-teken.

Oumou Sy is in Dakar gestart met een modeschool, waardoor haar opvolgers al klaar staan. Ze noemt Ahmadou Dupina haar meestbelovende leerling. Volgens Oumou Sy heeft haar internationale succes te maken met haar etnische afstamming. ,,Ik behoor tot het Peul-volk. Wij houden van slanke mensen, te veel vet is in onze ogen iets verschrikkelijks.'' Ze trekt een vies gezicht, om haar afkeer van vet te benadrukken. Het is waar dat door dit schoonheidsideaal de Peul verschillen van andere Afrikaanse volken, waar meestal geldt: hoe dikker, hoe mooier. ,,Doordat ik vanuit de Peul-traditie ontwerp voor slanke vrouwen, worden mijn creaties makkelijk opgepikt door het Europese publiek.''

Voor het Europese publiek is in een zijstraat van de Avenue Pompidou, een drukke winkelstraat in het centrum van Dakar, iets georganiseerd in het Centre Culturel Français. Vanavond speelt hier een experimenteel jazz-gezelschap uit Frankrijk. De muzikanten staan op een podium in de tuin en brengen muziek ten gehore die op de leek nogal ongestructureerd overkomt.

Frankrijk doet verwoede pogingen zijn culturele erfgoed in de rest van de wereld te verbreiden. Duitsers en Britten hebben in Afrika ook talloze culturele centra, maar de Fransen zijn het nadrukkelijkst aanwezig. Frans is in bijna de helft van de Afrikaanse landen de nationale taal. In Afrika heeft de Franse cultuur onmiskenbaar voet aan de grond gekregen. Op reis in Afrika kan de Fransman het gevoel koesteren dat Frankrijk nog steeds een wereldmacht is.

Als Frankrijk zijn aantrekkingskracht op Afrikanen wil behouden, moet het misschien wat terughoudender zijn met experimentele jazz te exporteren. Vrijwel het hele publiek bestaat uit blanke expats. De enige zwarten zijn de bediendes die met flessen bier sjouwen, en de Senegalese echtgenotes van blanke ontwikkelingswerkers. Aan hun blikken te oordelen kan experimentele jazz hen niet echt boeien.

Een kilometer verderop, langs de Rue Robert Brun, is de jetset-discotheek, waar overigens weinig jetset-mensen komen. Hier klinkt muziek waar Senegalezen wel van houden, zoals Venga Boys, Ricky Martin en de Senegalese ster Youssou N'Dour. N'Dour werd in 1994 wereldberoemd met het nummer Seven Seconds, dat hij samen met Neneh Cherry zong. De muziek van N'Dour heet mbalax, traditionele Afrikaanse ritmes vermengd met jazz en soul.

Samen met Baaba Maal heeft N'Dour de Senegalese muziek toegankelijk gemaakt voor een wereldwijd publiek. ,,Hij heeft er hard voor moeten werken'', zegt een mannelijke discotheekbezoeker, in een wijde spijkerbroek met laaghangend kruis. Eind jaren tachtig had N'Dour een internationale hit met Peter Gabriel, (Shakin' The Tree). Maar in zijn ijver voort te borduren op dit succes nam N'Dour de verkeerde producer in de arm. Die voegde aan de volgende cd zoveel effecten toe dat het resultaat niet om aan te horen was en de zanger weer, zij het tijdelijk, in de vergetelheid raakte.

De dansvloer is vol met jonge mensen. Een meisje gekleed in charmant om haar lichaam gewikkelde Afrikaanse doeken, danst uitdagend rond een jongen in een rolstoel. De jongen lacht breeduit.