`Effect beleid grote steden niet bekend'

De vraag of het grotestedenbeleid effect heeft gehad, kan na vijf jaar beleid niet worden beantwoord. Dit blijkt uit het rapport Grotestedenbeleid, dat de Algemene Rekenkamer vandaag heeft vrijgegeven. Aan dit beleid is inmiddels 18 miljard gulden besteed.

De Rekenkamer heeft onder leiding van de voormalige burgemeester van Den Haag Havermans onderzoek gedaan naar het grotestedenbeleid in de jaren 1995 tot 2000. Een systematische terugblik op de eerste periode van dit beleid onder twee bewindslieden, Kohnstamm en Van Boxtel, ontbreekt. De doorwerking van het rijksbeleid op gemeentelijk niveau kan wel worden vastgesteld bij de `stadseconomie', maar bij de bestrijding van de drugsoverlast heeft het rijk die kans laten liggen.

Dit beleid begon in 1995 bij de vier grootste steden en werd in 1999 bijgesteld. Het is nu gericht op 25 steden en draait om zaken als het creëren van meer banen, betere onderwijsprestaties, meer veiligheid en betere zorg. Naast deze 25 steden zijn er nog vijf steden die partieel deelnemen aan het grotestedenbeleid.

De minister van Grote Steden- en Integratiebeleid Van Boxtel heeft een coördinerende verantwoordelijkheid. In het onderzoek is onder andere gekeken naar de kwaliteit van de beleidsinformatie waarmee de minister de prestaties en effecten van het beleid kan volgen en naar de mate waarin het beleid van het rijk wordt vertaald in beleid op gemeentelijk niveau, de zogenoemde `doorwerking'.

De vraag of het beleid effect heeft gehad, kan volgens Havermans (nog) niet beantwoord worden. De beschikbare informatie is niet geschikt om een relatie te leggen tussen het ingezette beleid en het realiseren van de doelen. Er is naar verhouding veel informatie over de opzet van het beleid, maar veel minder over de daadwerkelijke uitvoering daarvan.

Verder heeft de Rekenkamer vastgesteld dat de selectie van de steden voor het grotestedenbeleid enigszins willekeurig uitpakte, doordat de selectiecriteria niet consistent waren en de beleidsinformatie tekortschoot.

De Rekenkamer heeft in zes steden op twee beleidsterreinen – drugsoverlast en stadseconomie – onderzocht hoe het grotestedenbeleid wordt vertaald in gemeentelijk beleid. Havermans constateert dat het rijk kansen onbenut heeft gelaten om de doorwerking te stimuleren en te sturen op het gebied van de drugsoverlast. Door de verschillende geldstromen van de kant van het rijk was het voor de steden moeilijk om de drugsoverlast samenhangend aan te pakken.